Posts tonen met het label samenleven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label samenleven. Alle posts tonen

vrijdag 31 januari 2014

Alles kan altijd beter: Samen ben je slimmer

Op een andere manier kijken naar problemen en uitdagingen in een dorpsgemeenschap... 25 betrokken mensen uit de Beerzen en omgeving verdiepten zich op 30 januari in een aantal maatschappelijke vraagstukken tijdens het Creative Community Café in Gasterij de Kemphaan in Middelbeers.
Tijdens de avond, begeleid door Raf Daenen en Erno Mijland, werkten de deelnemers met een variant op de zogenaamde World Café-methode. Groepen met een in drie ronden wisselende samenstelling van deelnemers met verschillende achtergronden, worden daarbij uitgedaagd met een open blik te kijken naar een vraagstuk. Eerst wordt het vraagstuk gedefinieerd, vervolgens worden zo veel mogelijk oplossingen bedacht die daarna worden aangevuld en uitgewerkt. Ten slotte worden de mooiste oplossingen gekozen en gepresenteerd. Belangrijkste regel: denk in mogelijkheden in plaats van in beperkingen. Op deze avond bleek dat met twee uurtjes hard werken door 25 mensen en twee begeleiders een mooie opbrengst van slimme oplossingen kan worden bereikt. In deze bijdrage vatten we de opbrengst samen per besproken thema.
De bereikbaarheid in de Beerzen moet beter
Het openbaar vervoer van en naar de Beerzen is er de afgelopen jaren niet beter op geworden. Tegelijkertijd constateren we dat er de hele dag door nogal wat auto's van en naar de Beerzen rijden. Openbaar vervoer is een aanbodgestuurd concept. Zouden we dat niet kunnen omdraaien naar een vraaggestuurd concept? Concreet zou dat betekenen dat mensen die afhankelijk zijn van anderen voor hun vervoer een plek zouden moeten hebben om hun reisvraag neer te leggen. De digitale wereld biedt daarvoor volop mogelijkheden. Een app waarin reisvragen en -aanbod gematcht kunnen worden zou een oplossing kunnen zijn. We denken ook aan een centraal gelegen liftersplaats, bijvoorbeeld bij het Doornboomplein, om veilig in en uit te stappen. Liften 3.0 dus, waarbij veiligheid en vertrouwen de waarden zijn waarmee we dit samen vanuit eigen kracht (van de community) gaan doen. 
De tegengestelde belangen van horeca en sportkantines
Horecagelegenheden én sportkantines hebben inkomsten nodig om te overleven. Dat kan deze voorzieningen in een concurrentiestrijd brengen, waarbij de een de ander met prijzen en openingstijden kan tegenwerken. Hoe kun je daarmee omgaan? We denken dat een onafhankelijk regisseur de partijen met elkaar in gesprek kan brengen. Zoeken naar win-win-oplossingen is dan het doel van het gesprek, vanuit een goed zicht op alle randvoorwaarden. Voor die oplossingen kunnen we ook vaker kijken naar hoe men elders te werk gaat. Belangrijk is in een kleine gemeenschap om te beseffen dat er bijna altijd van beide kanten water bij de wijn gedaan moet worden. Het gemeenschappelijk belang moet steeds helder in beeld blijven.
Middelengebruik onder jongeren in de Beerzen
De aandacht voor drank- en middelengebruik onder jongeren in de Beerzen is verslapt. Eerdere initiatieven, zoals een sessie met een ervaringsdeskundige bij Beerse Boys heeft geen vervolg gekregen. We denken dat aandacht nodig is om jongeren bewust te maken van de risico's, zonder overigens paniek te zaaien. We denken dat ouders slecht op de hoogte zijn van het drugsgebruik onder jongeren. Meer aandacht voor middelengebruik kan door een bijeenkomst te organiseren met jongeren, ouders, deskundigen, bijvoorbeeld met de methodiek die ook op deze avond is gehanteerd. Jongeren moeten zelf praten en meedenken over goede afspraken. Jongeren leren het meest van andere jongeren die slachtoffer zijn geworden. Via (sport)verenigingen liggen hier ook kansen om in gesprek te gaan. Een veilig jeugdhonk, met begeleiding van een jongerenwerker, kan ook bijdragen net als een beter zicht krijgen op wat er speelt. Frequent aandacht besteden is erg belangrijk niet alleen vanwege de kracht van herhalen, maar ook omdat telkens nieuwe generaties jongeren op het punt komen dat ze verleid worden tot drank- en drugsgebruik.
Gebrek aan starterswoningen in de Beerzen
Jongeren uit de Beerzen komen nauwelijks aan de bak als het gaat om een betaalbare woonplek. Het alternatief is dan om de Beerzen te verlaten. Dat is om verschillende reden jammer, ook in het kader van behoud van voorzieningen in de kleine kernen. We denken dat er verschillende slimme oplossingen zijn om de betaalbaarheid voor jongeren van een woonplek te verbeteren. Dat gaat verder dan het werken aan de aanbodkant via flexibele inbreiding (het gebruiken van 'open plekken' binnen de bebouwde kom) en het bouwen van goedkope huur- of koopappartementen. De kunst is te denken vanuit de kostprijs in plaats van de vraag wat de koper kan betalen of lenen bij de bank centraal te stellen. Uit het verleden en uit andere plekken in Nederland kennen we slimme constructies, zoals HAT-woningen, duokoop (met een erfpachtconstructie; in Brabant niet een veelgebruikte toepassing), 'slimmer kopen' (kopen met subsidie, waarbij een deel van de subsidie bij verkoop terugvloeit in de woning zodat deze betaalbaar blijft) en werken met een bouwfonds. Dat laatste is op dit moment mogelijk niet haalbaar: vroeger verkocht Bouwfonds Zuid-Nederland huizen in samenwerking met de gemeenten (win-win) en werden hypotheken verstrekt door Hypotheek Fonds Nederlandse Gemeenten (win-win). Er zijn ook ideeën om de verplichte pensioenpremies voor jongeren deels vrij te maken voor investering in een koopwoning. We zouden de verschillende mogelijkheden duidelijker in beeld moeten brengen en samen met de doelgroep en betrokken partijen, zoals de gemeente, woningbouwcorporatie, ondernemers in de bouw en makelaars een krachtig plan moeten uitwerken.
Geen eigen plek voor de jeugd van 14-18 jaar
Voor jongeren van 14-18 jaar is geen eigen plek in de Beerzen. Enkele jaren geleden was er nog de jongerenbus, maar die bestaat niet meer. Ook de activiteiten van een jongerenwerkgroep zijn gestaakt. We denken dat jongeren meer te doen willen hebben in de eigen omgeving. Als inderdaad blijkt dat die behoefte er is, zouden we nu het ijzer moeten smeden omdat er een kans ligt in het voormalig bibliotheekgebouw. Qua ligging (tussen Oostelbeers en Middelbeers) en qua voorzieningen (sport en cultuur) een prima plek. We willen jongeren uit deze doelgroep bij elkaar brengen om ze mee te laten denken en mee laten werken aan het realiseren van een eigen honk, waarbij eigenaarschap een belangrijk uitgangspunt zou moeten zijn.
Speld
Er werd twee uur lang erg hard gewerkt in De Kemphaan door alle deelnemers. Tijdens het uitvoeren van de opdracht om individueel een aantal gedachten bij het eigen onderwerp op te schrijven kon je een speld horen vallen, tijdens de gezamenlijke brainstorms was iedereen actief betrokken. Deelnemers maakten actief gebruik van grote vellen papier om hun gedachten in beeld te brengen. Wie nog niet eerder met de werkvorm kennis had gemaakt, vertelde na afloop aangenaam verrast te zijn door wat de avond – in relatief weinig tijd – had opgebracht. Vooral het bij elkaar brengen van mensen met verschillende achtergronden droeg volgens de deelnemers bij aan het succes. 
En nu... verder
Mooi, al die ideeën, maar hoe zorgen we ervoor dat ze (voor een deel) ook uitgewerkt en uitgevoerd gaan worden. De initiatiefnemers van de avond, naast Raf en Erno zijn dat Frans Verouden en Ad Aben, willen graag helpen bij het verbinden van deelnemers


maandag 2 december 2013

Dromen over wat voorbij is of actief vormgeven aan onze toekomst


Wat jammer, de Bieb gaat dicht.
Toch niet onbegrijpelijk, want soms waren er maar 10 bezoekers per opening. Het uitlenen van boeken kost bijna al meer dan wanneer je deze zou kopen en schenken. Is het nu tijd voor actie? Of hadden we eerder creatief na moeten denken over wat wel mogelijk is. Wat is er dan wel mogelijk, zult u zich afvragen? Welnu, in de moderne samenleving biedt een combinatie van nieuwe communicatietechnologie en oeroud vrijwilligerswerk mogelijkheden om te voldoen aan de informatiebehoefte of om te voorzien in het leesgenot van een boek. Gedacht kan worden aan een bibliotheek op de computer waar je doorheen kunt bladeren. Dit kan dan worden gekoppeld aan alle moderne multimedia en aan een dienst zoals vrijwillige boekbezorgers voor degene die nog een boek willen lezen, maar zelf niet in staat zijn om het op te halen. In alle kernen een afhaalloket kunnen inrichten, gecombineerd met een Dorpsplein/kerk Oostelbeers, de Vestakker of den Deel/kerk Spoordonk.
Niet alleen de bibliotheek stopt, ook de Rabobank wil haar kantoor sluiten in de Beerzen.  De kernen Oostelbeers en Spoordonk zijn al jaren aan het worstelen met de invulling van een multifunctionele accommodatie.
Als we niets doen en alleen maar stilstaan bij hoe het was, dan leidt dit enkel tot verlies ervaringen. Terwijl slimme combinaties , sociaal en creatief ondernemerschap en een actieve gemeenschap een nieuwe toekomst kunnen inluiden.
Ook bij de decentralisatie van WMO, CJG en de participatiewet moeten slimme aanpakken worden bedacht om het versleten gebouw van welzijn en zorg te vervangen. Zo niet raken we verstrikt in verouderde structuren met een lappendeken van functionele eilandjes, die we middels allerlei dure lapmiddelen, netwerken en coördinatiesystemen proberen samen te brengen. Dan klopt het dat 40% van de dienstverlening wordt verprutst aan niet effectieve activiteiten, ofwel oeverloos overleg.
Met creativiteit en sociaal ondernemerschap zouden we als we alle middelen op één hoop gooien (+/- 4 milj) één multifunctioneel Oirschots buurt en jeugdzorg en welzijnsorganisatie  kunnen maken. Vanuit deze basis wordt dan vorm gegeven aan verzorging, verpleging, maatschappelijke ondersteuning en participatie. De huisvestingsmogelijkheden van een dergelijke organisatie liggen voor het oprapen.  In Oirschot en Middelbeers zouden de bibliotheekgebouwen hier uitermate geschikt voor zijn. In Oostelbeers kun je denken aan een nieuw Dorpsplein/Kerk, en in Spoordonk een nieuwe Deel/Kerk.
Waar het om gaat is dat we het oude durven los te laten, wanneer het niet meer functioneert. We moeten het lef hebben om een nieuwe functie en vorm te lanceren, gebruik makend van  de verrassende combinatie van mensen en nieuwe technologische en mediamogelijkheden.
Van nostalgie naar pragmatiek en voortvarend samen zaken aanpakken,
groeten Raf

dinsdag 10 september 2013

Onbegrijpelijke overheid



De Nationale ombudsman heeft een aantal stevige uitspraken gedaan over de relatie overheid-burger, zoals: 'burgers raken te vaak de weg kwijt in alle regelzucht'
Hoe kun je als burger in de wirwar van regels en procedures nog iets doen voor een uit bed gevallen oudere?
Het is gemakkelijk om van achter een bureau dit soort situaties te schetsen. Maar om te oordelen is verdieping, wijsheid, geduld en relativeringsvermogen nodig.
,,We mogen niet uit het oog verliezen dat de meeste mensen deugen en gehoorzaam zijn." Het handelen van een overheid op basis van wantrouwen is het paard achter de wagen spannen.
Inmiddels hebben we door het uitvergroten van incidenten meer aandacht gekregen voor straf en controle dan voor positieve aanpakken. Politici wekken door regels en procedures graag de indruk dat alles beheersbaar is. Maar daardoor is wel een onwerkbare jeugdzorg geschapen en onze gemeenteambtenaren rapporteren zich een ongeluk.
Mensen hebben behoefte aan sturing, opvoeding, steun en positieve bevestiging. Een financiële crisis is alleen te overwinnen door een positieve grondhouding uit te stralen. De beste bezuiniging wordt gerealiseerd door verantwoordelijk en creatief burgerschap, een dienende en verantwoordelijke overheid en voorbeeldgedrag van sleutelfiguren.
Met samen werken aan samenleven lossen we problemen op, maken we het mensen met een zwaar leven dragelijker, worden we weer trots op elkaar en denken we in mogelijkheden in plaats van beperkingen.
Willem Vermeulen, Raf Daenen

donderdag 27 juni 2013

Kanteling en Maatschappelijke activering


Visie en concretisatie kanteling en overheidsparticipatie
  • De Wmo als wettelijk fundament.
De Wet maatschappelijke ondersteuning heeft de bedoeling dat iedereen in de samenleving zoveel mogelijk meedoet en zelfstandig kan blijven functioneren, eventueel met hulp op maat voor mensen die problemen hebben om zich te handhaven. De Wmo is een landelijke kaderwet die wordt uitgevoerd en nader ingevuld door de gemeenten. Daardoor ontstaat een gedifferentieerd beeld: in de ene gemeente kan men meer of andere ondersteuning krijgen dan in de andere. In veel gemeenten is de overgang van AWBZ naar Wmo gepaard gegaan met forse bezuinigingen. Het gevolg is dat er kritiek komt vanuit individuen en cliëntgroepen, omdat er ongelijkheid tussen gemeenten ontstaat. De landelijke politiek kan op deze signalen reageren door te vragen om nadere invulling van de kaderwet met specifieke regelingen.
  • Wat gemeenten moeten doen
De rijksoverheid legt meer taken en verantwoordelijkheden bij de lagere overheden. Maar als er signalen van ongenoegen uit de burgerij komen, worden er al snel weer beperkingen aan provincies en gemeenten opgelegd door allerlei zaken rond de uitvoering te gaan regelen. Toch zou de landelijke overheid de lagere overheden de ruimte moeten bieden om juist voor de uitvoering van regelingen die dicht bij de burger staan gerichte keuzes te maken. Dat geldt zeker ook voor de uitvoering van grote delen van de Wmo. Gemeenten kennen niet alleen het beste de specifieke samenlevingskenmerken van hun inwoners, maar kunnen ook het meest gericht interventies plegen als dat nodig is.
Bovendien hebben gemeenten ook het meeste baat bij de opbrengsten van interventies, omdat goede maatregelen de positieve krachten van het samenleven in de kleine wereld versterken.
Als er signalen komen dat de uitvoering in de ene gemeente anders verloopt dan in de andere, dan moet daar niet onmiddellijk allergisch op worden gereageerd door landelijk richtlijnen op te leggen. Bij elke verandering treden immers aanloopproblemen op en er is altijd weerstand vanuit personen die met verandering worden geconfronteerd.
Zo blijkt uit onderzoek van Movisie dat de uitvoering van de Wmo aanvankelijk met scepsis is begroet, en een onvoldoende als waardering kreeg zowel van professionals als van cliënten. Inmiddels is het merendeel van de professionele organisaties actief aan de slag met uitvoering van de Wmo. Er wordt efficiënter en meer gemeenschappelijk gewerkt dan enkele jaren geleden. Professionele organisaties zijn zich meer op burgers gaan richten, in hun rol als klant of cliënt, als deelnemer aan activiteiten of als lid van een doelgroep van de organisatie. De samenwerking met burgerverbanden blijft nog achter.
De professionele organisaties en organisaties van burgers zijn positief over hun relatie met de gemeente. Ze voelen zich gehoord en hebben het gevoel dat ze een bijdrage kunnen leveren aan de formulering van beleid, al vinden ze dat ze in eerdere fasen van het beleidsproces betrokken zouden moeten worden dan nu veelal gebeurt.
Door de ervaringen met de Wmo wordt de uitvoering nu gewaardeerd met een voldoende. Uit deze evaluatie blijkt dat er tijd nodig is om een ingrijpende vernieuwing op een goede wijze in te voeren. Er moet worden geleerd en geëxperimenteerd om het goede evenwicht te vinden in de nieuwe structuur.
Dat betekent dat er coördinatie plaats moet vinden tussen verschillende overheidslagen, om af te spreken wat op verschillende niveaus het best kan worden gedaan. Voor het opzetten van specialistische hulp is vaak bovengemeentelijke organisatie vereist, maar voor het activeren en betrekken van burgers kunnen gemeentelijke voorzieningen uitstekend voldoen. Binnen gemeenten moet een goede aanpak hiervoor vaak nog worden opgezet en ingevuld.
  • Kerntaken van gemeenten
Op gemeentelijk niveau worden de haarvaten van het samenleven gevoed. In gemeenten zijn er mogelijkheden en kansen die kunnen worden benut om de burgers een prettig en zinvol bestaan te bieden. Dat betreft basisbehoeften zoals wonen, gezondheid, veiligheid, basisvoeding, maar ook behoeften zoals leren, cultuur, verstrooiing, enzovoort. Er zijn ook bedreigingen zoals sociale uitsluiting, armoede, werkeloosheid, vergrijzing, extremisme, vervuiling, discriminatie, enz.
De vraag is waar gemeenten op inzetten om de kansen te vergroten en de mogelijke bedreigingen af te wenden. Daarvoor kan worden teruggegrepen op enkele belangrijke principes:
-  activiteiten moeten op het juiste niveau worden georganiseerd en uitgevoerd, om ze efficient en effectief te laten verlopen en te zorgen voor voldoende draagvlak. Zo zijn er buurtgerichte activiteiten, zoals straatfeesten, wijkgerichte activiteiten zoals zuigelingenzorg of basisscholing, gemeentebrede activiteiten zoals vuilophaal, ruimtelijke planning, handhaving of sportvoorzieningen en bovengemeentelijke activiteiten zoals instituten voor psychiatrische patienten, ziekenhuizen, hogescholen of gevangenissen.
-  er moet samenhang zijn tussen besluitvorming, planning, uitvoering, evaluatie en herziening van beleid.
-  inzetten op voorkomen van bedreigingen is productiever dan achteraf corrigeren en bijsturen.
-  er moet zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van de eigen kracht van burgers en burgergroepen. Daartoe moet er eerlijke en open communicatie tussen politiek, ambtenarij en burgers plaatsvinden. Duidelijk moet ook zijn waar mensen kunnen worden geactiveerd om de regie over het eigen leven in de hand te houden.
-  er moet gestuurd worden op inhoudelijke kracht, kennis en expertise, en nodige procedure-afspraken moeten daaruit worden afgeleid, en niet omgekeerd.
-  het is essentieel om voeling te houden met de mensen om wie het gaat. Verschillende vormen van partiicpatie en onderzoek kunnen daarvoor handvatten bieden.
-  indien nodig wordt er consequent en duidelijk gehandhaafd. Dit kan worden gezien als de sluitpost van het beleid.
  • Hoe gemeenten hun inzet voor samenleven het best kunnen regelen 
Vaak hebben gemeenten de neiging om activiteiten of voorzieningen voor burgers zelf te regelen, en daarvoor allerlei procedures in gang te zetten. Zo kan de behoefte aan speelgelegenheid in een buurt ter sprake komen. Veel gemeentes onderzoeken dan eerst wat er moet komen, en waar dat moet komen, en vervolgens wordt er een uitvoeringsplan of realisatieplan ontwikkeld met analyse van behoeften en mogelijkheden en voorzien van ontwerptekeningen. Als het goed is wordt in elke fase overleg gepleegd met een vertegenwoordiging uit de buurt. De laatste stap is het laten uitvoeren van het ontwerp. Dit alles kost veel tijd en geld.
Het kan ook anders: de burgers zelf kunnen plannen indienen, en in veel gevallen met geringe financiële ondersteuning ook uitvoeren. In dat geval snijdt het mes aan twee kanten: er is draagvlak en het is een stuk sneller en goedkoper.
Van de gemeente eist dit een andere opstelling naar de burgers. Minder ambtelijk en meer ondersteunend vanuit inhoudelijke expertise. Gemeentelijke ambtenaren moeten dan vanuit een ander belang en een andere invalshoek werken. Dat vraagt in veel gevallen om een nieuw bestuurlijk paradigma: niet langer van boven naar beneden besturen, maar in samenspraak. Gemeenteambtenaren moeten daartoe worden omgeschoold en de politiek moet dit ondersteunen. Er zijn overigens goede cursussen en trainingen voor gemeentelijke medewerkers om vanuit een andere invalshoek naar mogelijkheden en behoeften van burgers te kijken, andere verantwoordelijkheden te nemen en op een andere wijze te communiceren.
  • Aanpak van overheid en burger participatie
Toekomst creeeren
o   Bewust worden (inzicht)
o   Perspectief ontwikkelen (ambitie)
o   Zelfvertrouwen opbouwen (trots)
o   Verbinding maken (aandacht)
o   Verantwoordelijkheid nemen (daadkracht)
o   Werkend maken  (resultaat / plezier)

Willy, Willem, Frans, Raf

dinsdag 25 december 2012

Op zoek naar redelijke oplossingen, Samenleven in solidariteit,


Een impressie van een discussieavond leden FNV over effecten regeerakkoord op de arbeidsmarkt
We horen voortdurend dat we in een recessie zitten en dat de economie achteruit holt. We zouden ons vragen kunnen stellen bij het huidige economisch systeem zelf. Heeft het zijn langste tijd niet gehad? In 1994, na de val van de Berlijnse muur stelde Bolkestein het failliet van socialisme vast. Geldt niet hetzelfde voor ons huidig markteconomisch systeem? We stellen vast dat in dit systeem de rijken nog rijker zijn geworden, dat het grote graaien tot norm lijkt verheven en dat solidariteit inmiddels betekent dat gewone hardwerkende mensen de financiële gaten mogen dichten. We moeten ons daarom ernstig afvragen of er andere, voor onze maatschappij betere systemen bestaan dan de zogenaamde vrije markteconomie. Waarom is dit systeem zo dominant en waarom wordt er  zo krampachtig aan vastgehouden? Dat gebeurt ondanks dat de negatieve bijwerkingen steeds meer aan het licht komen: verscherping van maatschappelijke tegenstellingen, overproductie en overconsumptie, omgevings- en milieuschade, toename van personen met fysieke en psychische problemen. Zijn zulke onvolkomenheden een afspiegeling van het menselijk wezen, waardoor het onvermijdelijk is dat een maatschappelijk systeem imperfect is, of is er iets anders aan de hand? Zou het niet zo kunnen zijn dat een meer charitatieve, humane en op solidariteit gebaseerde vorm van uitwisseling tussen mensen de norm wordt?  Mededogen en zorg voor elkaar kunnen dan de drijvende krachten zijn.
In het huidige economisch systeem winnen de aandeelhouders het van betrokken ondernemers, omdat het de aandeelhouders niet om het product of de dienst zelf gaat, maar alleen om de financiële winst. Het streven naar steeds meer winst doorkruist de waarde van het product of de dienst die wordt geproduceerd. Op macroniveau is door de wereldwijde handel in opties en aandelen een economie ontstaan die op gebakken lucht is gebaseerd. Een luchtballon van verwachtingen en geruchten, waarvan volgens een aantal kritische economen niet de vraag is of, maar wanneer deze wordt doorgeprikt en ontploft. De eerste barsten in deze luchtballon zijn aan het licht gekomen in Griekenland en Spanje. Het leidt tot onvrede en wantrouwen bij de bevolking. Dit dreigt zich nu ook in onze Nederlandse samenleving te nestelen. Een van de tekens is het morrelen aan de verworvenheden van onze arbeidsgaranties en basis levensgaranties.
Zo hebben we net de pensioengerechtigde leeftijd verhoogd omdat we met zijn allen langer en gezonder leven. Maar tegelijkertijd worden 50-plussers met bosjes uit de arbeidsmarkt gestoten. Zeker met de dreiging van versoepeling van het ontslagrecht en het verkorten van de termijn van de WW uitkering geeft dit de nodige onrust en aantasting van sociale zekerheid. Daarnaast zijn we de laatste decennia door banken, reclamemakers en elkaar verleid tot een hoge levenstandaard, met beleende huizen, gefinancierde auto’s, vakanties en luxeproducten. Het leek niet op te kunnen. Nu slaat plots de paniek toe: er zijn soms echte, soms vermeende bedreigingen en angsten om van de maatschappelijke ladder naar beneden te tuimelen. Bij degenen onder ons die op goede gronden gemeend hebben garanties te hebben op een altijd vaste baan kan dit leiden tot een panische en egocentristische reactie, als blijkt dat bijna niets meer vast staat op het gebied van werk en zorg.
Degenen met tijdelijke contracten, ZZP-ers, flexwerkers, werkers via uitzendbureaus, zijn gewend geraakt aan de spanning van wisseling van vraag en aanbod. De directe bedreiging van verlies van inkomen treft hen eerder dan degenen met een vaste baan.  Degenen met een tijdelijk contract vinden vaak dat degenen met een vaste baan maar moeten leven met onzekerheid en moeten leren om van baan naar baan te hoppen.
Dan is er de derde groep, onze jeugd, die bijna niet of maar heel moeizaam op de arbeidsmarkt een plek vindt. Flexcontracten worden afgewisseld met baanloze en soms inkomstenloze perioden. Er wordt al gesproken van een verloren generatie. De jeugd merkt dat door de noodzaak om langer te werken de arbeidsmarkt op slot wordt gehouden door de oudere, in hun ogen goed verdienende generatie. Dit kan ten koste gaan van de solidariteit tussen generaties.
In al de ellende en negatieve berichtgeving zou je bijna vergeten dat er nog mensen zijn die het goed en stabiel hebben. Er zijn er ook bij die beter worden van de crisis. En dan zijn er nog de graaiers en draaiers die bereid zijn zich te verrijken ten koste van anderen.
Het totale gemiddelde inkomen in Nederland is niet gedaald, zelfs een beetje gestegen, maar door de inflatie is de gemiddelde koopkracht al enkele jaren aan het afnemen. Toch hebben we gemiddeld nog veel meer koopkracht dan in de zeventiger jaren van de vorige eeuw. Er zijn echter groepen die de dalende koopkracht harder voelen dan andere.
Wanneer we met een gemêleerd gezelschap van werkenden in gesprek gaan, dan vallen een aantal typische reacties op. De eerste reactie is dat het bijna altijd de ander is, de graaier, die hard aangepakt moet worden. Gelukkig is het niet moeilijk om in te laten zien dat deze aanpak weinig uithaalt. Vervolgens wenst men persoonlijke garanties, het veiligstellen van de eigen zekerheden en het liefst nog wat extra. Natuurlijk krijgt ook de overheid er van langs. Het beleid deugt niet, er zijn fouten gemaakt, en bestuurders kijken vooral naar het eigen belang. Dit laatste speelt sterker als er weer eens een bestuurder wegens belangenverstrengeling of declaratiegedrag in opspraak komt.
Gelukkig herinnert een enkeling in het gezelschap zich zijn sociaal democratische idealen, of ziet in dat we toch niet in een keer alle rijken kunnen laten boeten en tot een totale herverdeling van geld en goed komen. Het gaat er om dat in kleinere vormen van solidariteit de pijn kan worden verzacht of verdeeld. Er is zelfs iemand die zegt: “kijk naar de buurtzorg”, een ander geeft aan: “ik wil wel wat brutoloon inleveren om samen op te mogen trekken met een jongere medewerker.” Een mevrouw die door haar rust en vrouw zijn alleen al onopvallend opvalt zegt plots: ”misschien moeten we wel anders omgaan met geld en goed, menselijker, samen delen. Zo kunnen we macht organiseren tegen de gevestigde orde”. Een ouderling herinnert zich plots zijn wilde jaren in de kibboets, weer een ander zegt: “ik heb nog nooit zo hard en met voldoening gewerkt als nu in het vrijwilligerswerk”.
In je eentje ben je nergens, maar samen sta je sterk. Dit lijkt een voorlopige, beperkte conclusie. Zij wordt nog weinig ondersteund door de bond, want ook deze wil terug naar oude zekerheden, acties houden zoals vroeger. De nieuwe vakbeweging zoekt nog fragiel in de directe leefwereld naar nieuwe vormen van solidariteit. Aan de grote wereld in Den Haag zeg ik, zet in op de solidariteit tussen oud en jong. En ook: een beetje begrip voor de noden in de kleine wereld biedt de grote wereld een fundament voor nieuwe solidariteit, samenwerken, samen leren als perspectief op een maatschappij in crisis.

Willem Vermeulen en Raf Daenen auteurs van boek: “perspectief op een maatschappij in crisis”

vrijdag 14 december 2012

Dagelijks berichten over graaiers, draaiers en korte lontjes


Perspectief op een maatschappij in crisis
Raf Daenen & Willem Vermeulen
978-90-5931-769-7
2012, 113 pagina’s
€ 14,50


De kranten staan vol met nieuws over de economische crisis: we moeten nog meer gaan bezuinigen en inleveren. In schril contrast hiermee zijn er ook dagelijks berichten over graaiers en draaiers in onze samenleving. Denk aan Amarantis, Armstrong, Stapel, de banken, instanties in de zorgverlening, woningcorporaties en korte lontjes op de velden. Tevens lijkt vanuit het beleid de boodschap te komen dat burgers zelf verantwoordelijk zijn voor goed samenleven en voor het eigen welzijn. Zo kan de Wet maatschappelijke ondersteuning worden geïnterpreteerd. Door deze ontwikkelingen gaan veel mensen zich onzeker voelen of ze voelen zich in de steek gelaten. Deze mensen gaan zich afkeren van maatschappij en politiek of op extreme politieke partijen stemmen. Ook constateren we gebrek aan structuur in beleid en opvoeding, wat kan leiden tot mensen die impulsief op elke prikkel reageren, en daartoe bieden moderne media alle gelegenheid.

In het boek
Perspectief op een maatschappij in crisis wordt het standpunt gehuldigd dat het noodzakelijk is om structuur aan te brengen en mensen en organisaties aan te spreken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Mensen hebben behoefte aan steun en positieve communicatie enerzijds, en duidelijke doelen, kaders en toezicht anderzijds. Dit is nodig om tegenwicht te bieden aan een voortdurend bewegende spektakelmaatschappij, en om het risico te verminderen van handelen uit eigenbelang, van een overdreven zelfbeeld, en van het niet kunnen omgaan met teleurstellingen.

Gelukkig zijn er in de kleine wereld nog genoeg voorbeelden van goede initiatieven, waarbij burgers opkomen voor zwakkeren in de samenleving. Zulke initiatieven kunnen zich als een olievlek uitbreiden en de samenhang in gemeenschappen versterken. Dit verdient ondersteuning vanuit de grote wereld, waarin niet alle aandacht uit moet gaan naar economie en financiën, maar juist geïnvesteerd moet worden in het verbeteren van de kwaliteit van samenleven. Maatschappelijke sleutelfiguren zouden hier het voortouw moeten nemen en het goede voorbeeld geven, en maatschappelijke professionals zouden de creatieve confrontatie moeten aangaan, en niet alleen vanuit protocollaire verantwoording handelen.

Voor meer informatie, contact met de auteurs of het aanvragen van een recensie-exemplaar mailt u naar info@boomlemma.nl. 0646298931

zondag 9 december 2012

Voorleven, samenwerken, samenleven, samenleren


Van beheersen naar faciliteren en voorleven

V.l.n.r. Frans Verouden, Harrie van Hoof, Ellen Visser,
Raf Daenen en Ed van de Voort

Middelbeers is een kleine kern in de gemeente Oirschot. Hoewel ik geen geboren en getogen Beerzenaar ben, voel ik me meer dan thuis in de gemeenschap.

Een van de redenen daarvoor is dat we hier op een mooie manier levendigheid en leefbaarheid organiseren. We doen dat met zo weinig mogelijk structuur, in wisselende samenstellingen, op basis van het samenbrengen van talenten en gedrevenheid. Organiseren gaat hier organisch.

Afgelopen jaren resulteerde dat onder andere in de organisatie van unieke culturele evenementen, zoals het Eerste Internationale Nachtburgemeesterscongres, het Hartje Zomer Festijn en de speelfilm In naam van de vader. Allemaal producties waaraan vele dorpsgenoten een steen of steentje hebben bijgedragen. Cultuur is een krachtige katalysator om ook andere doelen te bereiken. Samenhang, plezier, opvoeding. Zo proberen we met de Beerse Jutkampioenschappen de jeugd bewust te maken van het vele zwerfafval in de omgeving. Niet met het wijsvingertje, maar met een leuke activiteit.

Gisteren kwamen we met enkele bevlogen kartrekkers uit het dorp bij elkaar bij Raf Daenen, met Willem Vermeulen auteur van het boek 'Perspectief op een samenleving in crisis'. Op tafel een brunch én twee vragen: hoe zouden we andere gemeenschappen kunnen inspireren met onze ervaringen en hoe zouden we onze energie nog doelgerichter kunnen inzetten voor het beantwoorden van de grotere vragen die momenteel op ons afkomen?

Die grote vragen hebben te maken met de crisis, of beter gezegd: met de onderliggende transitie die onze samenleving doormaakt. Het oude systeem (de industriële samenleving) is niet meer te handhaven. De overheid wil de burger en organisaties willen hun medewerkers activeren. Meedoen, écht samen leven, échte waarde creëren en verantwoordelijkheid nemen, daar gaat het om!

Wie mee wil doen wordt echter al snel geconfronteerd met de vertegenwoordigers van het oude systeem die niet alleen vastzitten in het paradigma van meten, beheersen, aansturen, regels en protocollen, maar zich hierin zelfs nog sterker lijken vast te bijten. Uit angst, uit verantwoordelijkheidsgevoel. Dat werkt contraproductief, ontmoedigend voor al die mooie initiatieven van onderop. Niet dat die daardoor allemaal verloren gaan. Ik zie steeds meer groeperingen die de traditionele structuren succesvol weten te omzeilen. Met een knipoog zou je dit neo-anarchisme kunnen noemen: niet het afzetten tegen de macht (anarchisme) als leidraad, maar 'de macht' negeren om de dingen te doen die je belangrijk vindt.

Wat zouden organisaties en de overheid dan wel kunnen doen om burgers en medewerkers te activeren? Het begint bij drempels wegnemen, faciliteren en ruimte geven. Wie een positieve verandering voorstaat kan daarnaast vooral veel bereiken door 'voorleven'. Voorleven is een mooi Nederlands woord voor 'practice what you preach'. Laat als leider, als leidinggevende, als opvoeder in je doen en laten zien waar je voor staat. Of met de wijze woorden van Mahatma Ghandi: 'Be the change thant you wish to see in the world'.

Terug naar een kleine gemeenschap en de vragen die op tafel lagen. Met de voorbeelden uit het boek van Raf en Willem en het online delen van ervaringen en kennis kunnen we inspireren. Daar hoort altijd een 'disclaimer' bij: wat in de ene situatie werkt, hoeft dat niet te doen in een andere situatie. We blaten liever niet als marketeers over het 'Beers model'...

Wat betreft het doelgerichter inzetten van de energie denk ik er vooral aan nog meer te gaan doen met de kracht van de ontmoeting, juist tussen mensen die elkaar normaal gesproken niet zo gemakkelijk ontmoeten. Daar ontstaat innovatie en wederzijds begrip. Beide zijn keihard nodig. We hebben vernieuwende antwoorden nodig. En we zijn meer dan ooit én in toenemende mate afhankelijk van elkaar.

Mede geïnspireerd door de column 'Afdwingen' van Edwin de Bree.

Geplaatst door Erno Mijland op 11:58

dinsdag 30 oktober 2012

Gemeenten van 100.000+


D66 hoeft niet in de regering te zitten om toch haar zin te krijgen. We hebben net de verweesde samenleving weer een beetje op orde en maken opnieuw dezelfde fout = de vlucht vooruit! Andermaal wordt er gedacht dat met schaalvergroting bezuinigd en efficiënt gewerkt kan worden.

Als we naar voorbeelden in Onderwijs, zorg en woningcorporaties kijken dan weten we dat dit niet het geval zal zijn. Grootschaligheid leid tot bureaucratie, vervreemding en het grote graaien. Onpersoonlijke managers die zonder betrokkenheid en passende verantwoordelijkheid de zaak overhoop halen. Vanuit de WMO gedachte en het sturen op zelforganisatie is dit de dood in de pot.

De kracht van de gemeenschap, wederzijdse betrokkenheid, zorgzaamheid en zelforganisatie moet dicht bij huis vorm krijgen. Ook in organisatieland is men er van overtuigd dat er overzichtelijk en in betrokkenheid georganiseerd moet worden. Buiten infrastructurele voorzieningen kunnen maatschappelijke zaken het best georganiseerd worden op basis van natuurlijke netwerken.

Regio Eindhoven is wat ons betreft hier het sprekende voorbeeld van. Samenwerking tussen stad en platteland op basis van wederzijds respect, diversiteit en eigen kracht. Dicht bij huis wat kan en het overkoepelende regelen we gewoon samen.

Persoonlijk zet ik ook nog grote vraagtekens bij bv decentralisatie van ejugd. Ieder kind heeft recht op een zelfde soort zorg en dat kan niet gemeente of regio afhankelijk zijn, Wat wel belangrijk is dat in de nabije wereld zelforganisatie en verantwoordelijkheid ontstaat en genomen wordt. Dat zijn de zaken die decentraal goed verankerd moeten zijn. Het zelfde geld wat mij betreft  voor huishoudelijke zorg. http://rafdaenen.blogspot.nl/2012/04/waardevolle-samenleving-is-een-keuze.html
 

donderdag 20 oktober 2011

Perspectief op een maatschappij in crisis


Op 15 december verschijnt ons boek: "Perspectief op een maatschappij in crisis
We leven in een tijd van crisissen. Er is in de grote wereld een financieel economische crisis die een groot deel van de mensheid treft. Er is ook een maatschappelijke crisis waarvan de wortels zijn terug te vinden in het derde kwart van de vorige eeuw. Te denken valt aan de toenemende ontkerkelijking, de grenzen aan de groei, de val van de muur waardoor het vijanddenken wegviel, de schaalvergroting waardoor de functie van kleine gemeenschappen is weggevallen en het individualisme is toegenomen, de emancipatie van minderheden en de multiculturele samenleving die thans tot veel onrust leidt omdat ze aanzet tot extremistische denkbeelden. Tegelijkertijd groeit het cynisme en het wantrouwen in de politiek.
Voorts wordt geconstateerd dat ongebreidelde marktwerking en de neiging van mensen en organisaties om zoveel mogelijk materieel bezit of kapitaal te vergaren, het fundament van solidariteit kan aantasten. Ook het voortdurend wijzen naar anderen of het eisen van directe oplossingen voor individuele problemen door maatschappelijke instituties kan de bodem onder het samenleven uitslaan.
Gelukkig hebben crisissen niet alleen een negatieve uitstraling, ze leiden ook tot het verzetten van de bakens, ze zetten aan tot beweging, zoals in de dialectiek wordt beschreven. Uit crisis ontstaat vaak een nieuwe weg, of het zoeken naar andere oplossingen. De initiatieven daartoe vinden we in wat we noemen “de kleine wereld”, de directe sociale omgeving. In het boek worden vele voorbeelden gegeven van constructieve initiatieven in de kleine wereld .Er zijn interviews gehouden met personen die zich inzetten om medemensen op te vangen, hen mogelijkheden te bieden zich te ontplooien of om op kleine schaal maatschappelijke problemen op te lossen.
Met de interviews en positieve voorbeelden wordt aangetoond dat er genoeg veerkracht en daadkracht in de maatschappij zit om de geconstateerde problemen op te vangen. Er is perspectief, als we gezamenlijk zin kunnen geven aan ons bestaan, als we daarbij imperfecties kunnen accepteren, en als we ervaren dat het samen werken en samen leren een meerwaarde geeft die niet door materieel gewin kan worden geëvenaard. Zowel op de laag van organisaties, van leidinggevenden als van professionals kan de meerwaarde worden waargemaakt door samenwerking te stimuleren, door op inhoud te sturen en door maatschappelijke opvoeding te stimuleren. Maatschappelijk pedagogische activiteiten verdienen herwaardering, omdat ze zelfgroei mogelijk maken en  mensen tot zelfverantwoordelijk leven kunnen aanzetten.
Raf Daenen & Willem Vermeulen

dinsdag 14 juni 2011

Betrokken en bevlogen: Samenleven, samenwerken, samen leren


voorzet tot missie en visie
Maatschappelijk empowerment = Samenwerking aan samenleving. Maatschappelijke ontwikkelingen (WMO) en de betaalbaarheid van welzijn en zorg dwingen ons tot activerende en effectievere maatschappelijke keuzes.
H@T nieuwe samenwerken is niet vrijblijvend, we nemen onze verantwoordelijkheid:
Medewerkers van Fontys Socialestudies zoeken in functie van het nieuwe samenwerken de creatieve confrontatie, ontmoeting en ontwikkeling met studenten, de samenleving en haar ondersteunende professionals. Ook laten ze de goede beroepsattitude doorklinken door het juiste voorbeeldgedrag te vertonen.
Student zijn bij Fontys Socialestudies is niet vrijblijvend. Studenten weten zich gesteund en getoetst op hun actieve bijdrage aan maatschappelijk Empowerment. Er is behoefte aan minder afstandelijke reflectie, en aan meer samen acteren.
Professionals in het werkveld kunnen een appel doen op en weten zich gesteund door Fontys Socialestudies in hun zoektocht naar creatieve impulsen voor H@t nieuwe maatschappelijk samenwerken.
Burgers die zich inzetten in functie van H@t nieuwe samenwerken voor de samenleving zoeken we actief op, en ondersteunen we bij het vormgeven aan Maatschappelijk Empowerment.
Voorkomen is beter dan genezen
Fontys Socialestudies draagt een brede visie uit op samenleven, samenwerken en samen leren. De visie loopt van investeren in preventie tot een zorgend vangnet en als het moet met drang en dwang. Dit alles steeds in functie van H@t nieuwe samenwerken en maatschappelijk empowerment.
De aanpak omvat dan ook analyse, visieontwikkeling, verantwoordelijkheid nemen, creatieve confrontatie aangaan, educatie en vorming inzetten, maatschappelijk creëren, empowerment, cultuurintegratie, organiseren, signaleren, taakgericht werken, crisisinterventie, schuldsanering, sociale media, presentie, outreachend werken, dwingen en dringen, en nog meer.
 “Preach what you teach”, we doen wat we zeggen, je kunt van ons op aan, niet vrijblijvend maar wel spannend, samenleven, samenwerken, samen leren.  

zaterdag 7 mei 2011

Opvoeding: investeren in de kracht van de samenleving of toch maar kiezen voor de onbeheersbare bureaucratie.

 

Over Einsteinen en profvoetballers
In de huidige samenleving staat het belang van het kind steeds meer voorop. Uit onderzoek blijkt dat kinderen steeds vaker bij beslissingen in het gezin worden betrokken, wat wil Jantje eten, waar wil je naar toe met vakantie of wat zullen we zondag eens gaan doen. Aan de andere kant leggen ouders veel druk op de schouders van kinderen om uit te blinken, om het goed te doen op school, of om talenten te ontwikkelen in de sport of muziek. Hun kind is immers bijzonder. Het moderne  kind krijgt de moeilijke en dubbele boodschap: “je mag veel, maar je moet ook veel”. Daarnaast zoeken ouders makkelijk de oorzaak van eventuele problemen van hun kind buiten het kind zelf. De school deugt niet, of de jeugdleider begrijpt het kind niet, of de muziekleraar ziet het talent van het kind niet.
Opvoeden is meer dan het ingaan op wensen of behoeften van kinderen. Mensen zijn sociale wezens, die zich tot elkaar moeten verhouden, kinderen en jongeren moeten ergens tegen aan kunnen schuren. Ze moeten zich een positie in de groep verwerven, en leren omgaan en rekening houden met anderen. Daarom is het belangrijk dat opvoeders honoreren maar ook confronteren, stimuleren en ruimte geven, laten zien waar grenzen liggen. Ouders en volwassenen in het algemeen zijn rolmodellen en behoren voorbeeldgedrag te vertonen.
In de huidige maatschappelijke context wordt de nadruk gelegd op individuele ontplooiing en de opvang of correctie van wat we individuele tekorten vinden. Zowel fysiek (tieners krijgen hun eerste botoxbehandeling en neuscorrectie) als gedragsmatig (therapieën in alle maten en soorten). We hebben speciale scholen voor hoogbegaafden en voor kinderen met problemen (ADHD, NLD, PDD-NOS, Asperger, autisme, dyslexie, dyscalculie, enz).
Opvoeding tot burger, tot participant in de samenleving komt amper in het verhaal voor. Als het mis gaat dan is er alleen maar straf. De laatste jaren wordt de roep naar straf steeds meer benadrukt. Vanuit de media krijgen we het idee dat jongeren sneller en vooral heftiger ontsporen, en dat moet met alle middelen de kop ingedrukt worden. Voor de ogen van het volk staat het stoer om te pleiten voor strenger en langduriger straffen. We beginnen aan de achterkant, wanneer het al te laat is. Maar daar beginnen helpt maar weinig. In de jeugdhulpverlening constateren we dat bij opvoedingsproblemen vooral op regels en protocollen wordt gestuurd. Deze sturing wordt steeds weer aangescherpt wanneer er zich ernstige incidenten of maatschappelijke excessen bij de opvoeding voordoen die in de media breed worden uitgemeten. De politiek kent schijnbaar maar één sturingsstrategie, dat is het roepen om meer regels,  protocollen en controle.

Maatschappelijk opvoeden als alternatief
Het alternatief ligt in het investeren aan de voorkant, dat wil zeggen bij de opvoeding zelf. Te beginnen bij het gezin. En niet op basis van het CDA-gezinsprofiel, maar ook rekening houdend met hoe Marokkaanse ouders en Antilliaanse opvoeders, veelal moeders, weer grip op de opvoeding van hun veelal raddraaiende jongens kunnen krijgen. Als er in gezinnen problemen worden gesignaleerd, dan moet tijdig aan de bel getrokken en hulptroepen in de vorm van nabije opvoedingsondersteuning worden ingeschakeld. Ook het denken over opvoeding op school, bij clubs, bij straatwerk, behoeft aandacht. Samenleven en opvoeding zijn belangrijke aandachtsgebieden bij het opleiden van professionals om bij de uitoefening van hun taken professionele pedagogische ondersteuning te kunnen bieden. Opvoedingsondersteuners sturen daarbij op hun professionaliteit en bieden weerstand aan allerlei bureaucratisch opgelegde protocollen. Samenleven, zien en gebruiken van mogelijkheden, creativiteit en het nemen van verantwoordelijkheid zijn het keurmerk van de nieuwe pedagogische professional.
Door deze regering staat het investeren in het aanpakken van problemen als het te laat is voorop. Bezuinigingen treffen vooral de preventief maatschappelijke investeringen. Met als gevolg dat er  aan ontsporingen steeds meer geld moet worden besteed.
Door deze werkwijze dreigt het systeem vast te lopen. De individualistische bureaucratie is in deze vorm niet vol te houden. Als we een dergelijke bureaucratische vorm van hulpverlenen niet meer kunnen financieren, worden professionals, organisaties en gemeenten in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) hopelijk gedwongen om weer de verantwoordelijkheid te nemen voor meer collectieve, op samenleven gerichte activiteiten en programma’s.
Positieve samenwerking tussen professionals en vrijwilligersnetwerken wordt gestimuleerd en ondersteund in plaats van gefrustreerd. Denk aan het samenbindende vrijwilligerswerk in sportverenigingen, op scholen, in buurtverenigingen. Dat werk is gebaseerd op voortdurende aandacht en zorg, en is een bindmiddel is voor gemeenschappelijkheid. Mede daardoor wordt dreigende ontsporing van de jeugd voorkomen.
Kortom, opvoedingsondersteuning die persoonsgerichte controle ombuigt naar het sturen op het nemen van sociale verantwoordelijkheid.

Raf Daenen docent MO
Willem Vermeulen Psycholoog

zaterdag 30 april 2011

Liberale problemen verrechtsen de samenleving


De politieke agenda wordt dagelijks gekenmerkt door gebrek aan vertrouwen en door de analyse van vermeende partijpolitieke intriges. Populisme, opportunisme en machtspolitiek vieren hoogtij. We worden geregeerd door de waan van de dag, doemsenario’s en angst. Ondertussen worden dreigen de lasten van de economische crisis afgewenteld te worden op de schouder van de gewone man; die mag inleveren.
Sociale partijen die de lasten van de economische crisis voor de gewone burger willen verlichten, worden met oneliners om de oren geslagen, en lijken niet in staat om een goed alternatief te bieden.
In de geliberaliseerde samenleving hebben bankiers en graaiende bestuurders ons financiële systeem fundamenteel ontregeld, maar ze komen er allemaal mee weg. Het schuldprobleem waarmee ze de samenleving hebben opgezadeld, zoals het probleem met de pensioenfondsen mogen we met z’n allen oplossen.
Intussen gaat het liberale feestje van privatisering in de zorg, het onderwijs en andere basisinfrastructuren gewoon door. Doorgeschoten privatisering en de marktwerking zorgen ervoor, dat de gewone burger zich regelmatig in de kou voelt staan.
Vanzelfsprekende voorzieningen in de leefwereld zijn niet meer vanzelfsprekend, de burger wordt steeds aangesproken op het feit dat hij zelf de goede keuzes uit de ondoorzichtige mogelijkheden moet maken. Dat heet dan eigen verantwoordelijkheid. Het gevolg is dat mensen zich niet langer thuis voelen in de eigen leefomgeving. Steeds meer regeert bij de gewone burger de angst. Angst voor verlies, of niet mee te kunnen in de vaart der volkeren wordt het sterkst ervaren in (kwetsbare) wijken en buurten. De kloof tussen arm en rijk en tussen handige en minder handige gebruikers van het systeem neemt toe.
Het valt niet te ontkennen het migratieprobleem boezemt veel mensen angst in. Maar ook dit fenomeen,vindt zijn oorsprong in een liberale dynamiek. Ondernemers zijn immers op zoek naar de goedkoopste arbeidskrachten, en vinden die in landen met lagere lonen. De lange termijn problemen, zoals meer uitkeringen, meer psychische nood en meer spanningen in bepaalde wijken worden voor het gemak op het collectief afgewend. De toekomstproblemen met Oost-Europese migranten zijn voorspelbaar.
Bij de oplossing voor de uitwassen van de economische crisis mogen we allemaal in solidariteit meebetalen. En dan liefst nog met als uitgangspunt “de sterkste schouders belasten we het minst”.
De liberale (logica) oplossingen voor de crisis zijn helemaal niet zo logisch. Maar wanneer angst regeert, en de problemen ons boven het hoofd dreigen te groeien, hebben populistische oneliners het effect van wonderolie.
Als sociaal democraat wil ik burgers aan kunnen spreken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dat kan echter alleen wanneer we in de politiek bestuurlijke wereld voorbeeld gedrag vertonen en afspraken maken over moreel, sociaal economisch fatsoen. De witte boorden praktijken aan banden leggen. De vervuiler betaald geld niet alleen op voor het milieu maar ook voor onze sociaal economische samenleving.
Raf Daenen Fractievoorzitter PvdA Oirschot

zaterdag 29 januari 2011

Voetbal mijn passie

Tot ergenis van mijn partner. Het liefst zou ik iedere week naar alle wedstrijden van mijn drie kinderen kijken en als het kon ook nog naar de thuiswedstrijden van Beerse Boys 1.

Onze Jan speelt als voorstopper in C2 onder de bezielende begeleiding van Joost Schapendonk en Jan Baayens. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Intussen ben ik ook weer assistent leider. Mooi om te zien hoe die twee prachtige kerels dertien jongens echt leren samen spelen.


Ons Katrijn speelt op nummer tien in Dames 1. Als trotse vader zeg ik wel ens dat ze wel op de vrouwelijke Affelay lijkt. Maykel heeft er een mooi tem van gemaakt. Met veel inzet kan het team misschien welke kampioen worden.

En dan onze Joep. Misschien wel de beste voetballer van de drie, maar gezien zijn ambitie speelt hij als laatste man in Beerse Boys 8. Dit onder de bezielende leiding van Mark Timmermans. Mark is mijn gewaardeerde concollega van het CDA in de Oirschotse raad. Mark heef het regelmatig over goed rentmeesterschap. Ik hoop maar dat hij zondag na de westrijd een oogje in het zeil houdt.

Zelf heb ik sinds mijn voetbal nadagen al een hele carrière doorlopen bij de Beerse Boys. In mijn nadagen als reserve keerper voor alle teams was ik ook vijf jaar trainer van de B-selectie en leider van het derde team. En nog een goede ook, vraag maar aan Sis van Rooy en Wil van Ham. Vanaf het moment dat mijn kinderen konden lopen ben ik leider gewordenvan de Fjes, Etjes, Dtjes en zelf een jaar van de C2.

Samen met Ad van Gestel heb ik een training over positieve omgangsvormen voor jeugdleiders ontwikkeld. Als wethouder heb ik ondanks wat strubbelingen over de financiering een bijdrage aan de aanleg van het kunstgrasveld geleverd.

Ik ben trots op mijn club de Beerse Boys. Niet alleen om de prestaties, maar vooral om de bijdrage die club levert aan de  samenleving. Er wordt hier nagedacht over coachen en het opleiden van scheidsrechters. We hebben een G-team en activiteitencommissie. Bovendien vervullen we een centrumfunctie in de regio voor het vrouwenvoetbal en een florerende kantine.

Kortom, voor mij is de Beerse Boys de mooiste club. Een voetbalclub die met meer dan 700 leden een grote bijdrage levert aan de maatschappij.