Posts tonen met het label hulpverlening. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hulpverlening. Alle posts tonen

vrijdag 20 mei 2011

Hoe ist gesteld met onze legitimatie als professionele hulpverleners in welzijn en zorg.

Reflectief practicum:

Op gesloten in vaak over gebureaucratiseerde markt georiënteerde organisaties? Als we het niet meer collectief organiseren dan verhuren we ons toch als welzijn ZZPérs. Toekomstige slachtoffer van grote maatschappelijke bezuinigingen (20% WMO en Sociale Zaken).
In functie van de WMO, enerzijds weggedrukt en inwisselbaar door een maatschappelijke roep naar zorg voor elkaar en vrijwilligheid. Anderzijds ingeruild door een grotere maatschappelijke roep naar strengere straf en sanctie en hierbij passende organisaties en systemen.
Waar staan en willen we voor staan als professionals in zorg en welzijn?
Wat is terechte kritiek? Is ons straf systeem (TBS, BOPZ etc.) uit de tijd en onder de maat, zegt dit iets over hoe wij professionals functioneren en zouden moeten functioneren. Doen we als welzijnswerk wel de problemen aanpakken die we in functie van onze maatschappelijke opdracht zouden moeten aanpakken en in ieder geval deels zouden moeten oplossen (Multi problem, verloedering, straatterreur, eenzaamheid, criminaliteit, integratie etc.…).
Hoe ziet onze bijdrage er dan uit? Moeten we onze bijdrage beter verkopen?
Balans tussen betrokken, bevlogen, ervaren en deskundig.
Hebben we nog meer te bieden en vooral hoe dragen we onze functionaliteit uit. Mopperen we met de massa mee over allerlei meer of minder vermeende misstanden, iedere dag is er wel een ander incident dat onze legitimatie ondermijnt. Hobbelen we netjes mee in de politiek correcte en bestuurlijke gelikte antwoorden van meer protocollen en controle.
Hebben we, in antwoord op het rechtlijnige 1 dimensionale perspectief, als agogen nog meer en beters te bieden. Willen en kunnen we de samenleving en individuen helpen om vanuit het 1 dimensionaal egocentrisme een stap te zetten naar een menswaardig samenleven. Er onvoorwaardelijk zijn voor de ander. Kan dit een antwoord zijn op de onuitgesproken al om tegenwoordige angst voor het als leeg en zinloos ervaren bestaan na de 4 de facelift, borstvergroting, Porsche etc.….
Hebben we en welke instrumenten hebben we tot onze beschikking om ons hier tegen te verzetten:
-          collectief protest
-          extra profilering
-          aanwezig zijn
-          professionele stellingname en legitimatie
-          onderzoek
-          crisis interventie
-          opbouwwerk
-          outreachend werken
-          signalering
Of is het inderdaad een maatschappelijke golfbeweging die we maar over ons heen moeten laten komen, hopende dat de wal het schip keert?
Waarschijnlijk heeft ieder van ons zijn eigen sores, antwoorden en perspectieven. Zelf vind ik het al winst dat we samen een algemene verkenning maken over het spanningsveld waar ieder van ons in zijn specifieke stage en werksituatie mee geconfronteerd wordt.
Wij zijn maatschappelijke werkers/ opbouwwerkers/sociaal pedagogische werkers en worden geacht iets te vinden en weten overhoe het leven ook anders geleefd kan worden.

zaterdag 19 februari 2011

Hulpverlening sluit niet aan op samenleving

Door Maud Verschuuren

Als het gaat om positionering en imago heeft het management van welzijnsorganisaties een mooie uitdaging. Initiatieven vanuit gemeenten die samenwerking bevordert tussen verschillende welzijnsinstellingen worden beschouwd als tijdverspilling. Keer op keer laten hulpverleners en directie het afweten op momenten dat zij zich positief kunnen etaleren bij de lokale bevolking. Samenwerking met vrijwilligersorganisaties wordt meesmuilend gadegeslagen aangezien de interne opvatting heerst dat vrijwilligers geen gelijkwaardige partners kunnen zijn voor professionals. Deze eenzijdige vooringenomenheid zorgt voor gemiste kansen wanneer het gaat om een allround aanpak van problematieken in buurt en wijk. Vrijwilligers zijn de ogen en oren van de hulpverlening. Zij zien en ervaren de echte problematiek en komen dichter bij cliënten dan hulpverleners. Vrijwilligers worden toegelaten in privé situaties waarvan de hulpverlener vanachter zijn bureau slechts kan fantaseren. Gewend om gepamperd te worden gaat de maatschappelijk werker niet graag op huisbezoek. Slechts in hoognodige gevallen worden consessies gedaan. De maatschappelijk werker staat niet meer in de maatschappij maar staat ernaar te kijken vanaf de zijlijn, bang en onwetend ten aanzien van haar doelgroepen. Gelukkig hebben hulpverleners het te druk met rapporteren dus wie kan ze het kwalijk nemen. Want de maatschappelijk werker betichten van weinig maatschappelijk besef is zo’n beetje als vloeken in de kerk.