Posts tonen met het label platteland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label platteland. Alle posts tonen

zaterdag 16 februari 2013

Ons Brabants droomland!


Laten we er geen doekjes om winden, het is duidelijk dat de intensieve veehouderij het Brabantse platteland belast. Zeker de Peel en de Kempen. De intensieve veehouderij heeft een slechte invloed op onze gezondheid, doet afbreuk aan onze natuur, verzuurt het milieu, en zet de leefbaarheid, het woongenot en de sociale relaties onder druk. De tolerantie neemt af en daarmee de acceptatie van hinder. In dorpen zoals Reusel kun je de varkenslucht overal opsnuiven. Maatschappelijke inzichten veranderen en de kwantitatieve omvang en emissies van veehouderijen staan ter discussie. In het Rapport van de Commissie van Doorn  “Al het vlees duurzaam. De doorbraak naar een gezonde, veilige en gewaardeerde veehouderij in 2020” , wordt duidelijk dat de intensieve veehouderij om een andere aanpakt vraagt . De maximale bedrijfsgrootte zou niet meer dan 1,5 ha mogen bedragen en het aantal dieren per bedrijf 300 nge. Ook zouden er grenzen aan de uitstoot gesteld moeten worden van max. 10 ou en cumulatief 20 ou. Het antibioticagebruik moet fors gereduceerd worden En de best mogelijke technologie voor de bevordering van het leefmilieu van mens en dier zou moeten worden ingezet. Ook moeten voer- voedings- en verwerkingsbedrijven zich verantwoordelijk in de keten gedragen. Daarvoor formuleren we samen innovatieve doelstellingen, waarbij in de keten van productie tot consumptie kwalitatief verantwoord te werk wordt gegaan. Daarin heeft ook de burger een taak: de verantwoordelijke burger koopt geen plofkip, maar een Bofkip die in goede omstandigheden heeft geleefd.
Tot zover is er niets nieuws onder de zon, we werken aan veehouderij die draagvlak heeft in haar omgeving en in de samenleving.
Sint Michielsgestel voorbij, van brainport tot droomland,
Een vitaal platteland biedt mogelijkheden op het terrein van welzijn, gezondheid, sport, goede voeding, onthaasten, leven met en leren van en in de natuur. Brainport biedt kansen voor een kwalitatief hoogwaardig platteland. Ik zie mijn droomland zo: de steden Eindhoven en Helmond omringd door twee warme handen, de Kempen en de Peel. Dit is het land waar het leven goed is, waar ontspannen kan worden geleefd. Waar een gezonde natuurbeleving en ontmoeting tussen mens en dier vanzelfsprekend is. Waar er voorzieningen zijn van zorgboerderij tot welnesscentrum en van hospice tot centra voor verslavingszorg, zoals Rodersana.
Het platteland is dan het voorbeeld van een moderne zorgzame samenleving, met belangeloze uitwisseling van talenten, vanuit de kracht van het voorleven, positieve opvoeding en menselijke zorg voor elkaar. De Wmo zoals bedoeld, met geïntegreerd gebruik van domotica of huisautomatisering, glasvezel en de nieuwste communicatiemiddelen, verankerd in de spreekwoordelijke Brabantse gemoedelijkheid.
Natuur en milieu zijn ons aller levensvoorwaarden en dus ons aller zorg. Wat kunnen wij als verantwoordelijke burgers doen? Er zijn mogelijkheden genoeg: koop een landschapsaandeel, word lid van een coöperatie van zonnepanelen, koop en eet verantwoord vlees, maak het Brabantse platteland tot de eerste energieneutrale regio. De Groene corridor tussen Oirschot en Eindhoven, de synthese tussen Brainportvernuft en het cultuurhistorische Groenewoud. Cultuur, techniek, natuur en geschiedenis komen bij elkaar en dagen ons uit. Die uitdaging leidt onder meer tot een ruit van snelfietspaden, innovaties op het gebied van veehouderij en milieu, zichtstallen, aanbod en afzet van streekproducten, agrarisch natuurbeheer. We vinden thematische knooppuntenroutes, recreatieve paden waarop het spel van natuurlijk licht en duisternis zich manifesteert, georganiseerde tochten, grotere en kleine musea, herkenbare landschappen en gebouwen. En tegelijkertijd is er de hoogwaardige agrarische Brainporttechnologie van medische, veterinaire en klimatologische vernuft. Hoogwaardige ontwikkelingen die de kwaliteit van de landbouw ondersteunen en de Brabantse economische positie versterkt. Van productiebeperking naar research, ontwikkeling en kennisexport.

Intensieve veehouderij belast nu nog de samenleving onevenredig. Laten we de noodzakelijke maatregelen voor een gezond leefklimaat nemen, de kracht van de innovatieve samenleving versterken. Zo kunnen we vol vertrouwen op weg naar de Brabantse Brainport met een goed evenwicht tussen stad en platteland, waar het prettig werken, wonen en ontspannen is. Ons Brabant het land waar het leven goed is.
Raf Daenen fractie voorzitter PvdA Oirschot

 


 

maandag 28 februari 2011

Reactie op inbreng PvdA Oirschot over discussie autonome ontwikkelingen



Beste Raf,

Goed betoog. Dit initiatief van BenW is voor de buurt volstrekt onbegrijpelijk en getuigt van een respectloze wijze van omgaan met de belangen van burgers in onze buurt. In het laatste onderhoud dat wij (buurtgenoten) hadden met Verhoeven en Machielsen, stelde Verhoeven dat er slechts één oplossing was: of de varkensbedrijven worden gesaneerd of de burgerwoningen worden gesaneerd. En wat doet vervolgens BenW: de eerste stap zetten naar uitbreiding van de varkensbedrijven. Verschillende raadsfracties stelden enige tijd geleden te handelen op basis van feiten: nu liggen er de feiten. Onderzoek van de SRE: zeer slecht leefklimaat, Stouthart zegt: omgeving is ernstig overbelast, een geurnorm die 2keer zo hoog is als in een LOG toegestaan, 24 uur per dag en 52 weken per jaar stankoverlast. Wij wonen in een verwevings/extensiveringsgebied. Nog een feit: 40% van omwonenden is momenteel onder medische behandeling vanwege klachten aan de luchtwegen. 20% is onder medische behandeling vanwege aan stress gerelateerde klachten (eczeem, depressies) Als besloten gaat worden tot aanvraag van uitbreiding, gaan wij ons beraden over acties van burgerlijke ongehoorzaamheid. En uiteraard eisen tot schadeloosstelling.

Groet,

Henk van Wijk

zondag 27 februari 2011

Logica autonome ontwikkelingen ontgaat ons



Door de veelheid aan vragen en gecreëerde mist is ons antwoord als PvdA Oirschot een duidelijk NEE als het gaat om de discussie over autonome ontwikkelingen.

Oirschot heeft nooit een bestemmingsplan gekend waarin bouwblokken groter dan 1,5 opgenomen waren. Na het uitbreken van de Q-koorts, aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen zijn er door de toenmalige wethouder duidelijke uitspraken gedaan: "in Oirschot waren er geen onomkeerbare situaties groter dan 1,5ha aanwezig.

Per raadsinformatie van 6 sept. 2010 werden we als raad over mogelijke ontwikkelingen Intensieve veehouderij (lopende en autonome zaken) in Oirschot geïnformeerd door B&W. Voor alle zaken met 1 uitzondering werd geconstateerd dat geen ontheffing mogelijk is op basis van de verordening ruimte.

Wij als PvdA snappen de discussie niet, of het moet zijn dat het college onwenselijke verwachtingen wil wekken bij agrarische ondernemers en willens en wetens omwonende wil belasten met angst voor meer en erger.

Volgens de motie van het CDA zijn deze autonome zaken al eerder aangemeld bij Gedeputeerde Staten. De logica van deze opiniërende vergadering om dit nogmaals te doen ontgaat ons.

Heiakker /Huijgevoort
Als PvdA vragen we ons af of we als gemeentelijke overheid niet strafbaar en vervolgbaar zijn. Weet hebbend van een opeenstapeling van milieu belasting (Achtergrond belasting) in dit gebied van 40ou. Deze belasting heeft de kwalificatie van slecht leefklimaat. Wanneer we nu medewerking verlenen aan extra uitbreidingen van 3,5ha wordt het leefklimaat slechter dan zeer slecht >50ou.

Tot slot
In de aangeboden notitie van B&W wordt er geïnsinueerd dat er mogelijke claims van agrariërs te verwachten zijn. Uit de raadsinformatiebrief van 6 sept. 2010 blijkt dat er nooit verwachtingen hadden kunnen zijn om in aanmerking te komen voor vrijstelling.

Naast de morele vraag of het verantwoord is om de gezondheid en het welzijn van omwonende ondergeschikt te maken aan het individueel ondernemers belang.

Wij als PvdA denken dat wanneer we als gemeente medewerking geven aan deze onwenselijke ontwikkkelingen, het reëel is dat omwonende schade claims indienen richting ondernemers en gemeente als verantwoordelijk bestuurlijk orgaan:
  1. Op basis van de reguliere planschade regeling (Is dit voldoende afgedekt?)
  2. Op basis van het als overheid aansprakelijk gesteld worden voor het als overheid medewerking verlenen aan ontwikkelingen waarbij burgers blootgesteld worden aan een ongezond leefklimaat. (Op de Heikant zijn burgers reeds aantoonbaar ernstige ziek geworden vanwege de Q-koorts)
Al met al ontgaat ons als PvdA de logica van heel dit autonome (CDA) ontwikkelingsfeestje of moet ik zeggen drama. Of het moet zijn dat het College alsnog irreële verwachtingen wil wekken bij agrarische ondernemers.

Voor de PvdA is genoeg, genoeg, welzijn en gezondheid van mens, boer en dier staan voorop, een bedrijf van 1,5ha is niet klein, zeker als we inzetten op kwaliteit van veehouderij ipv groot groter mega.

woensdag 16 februari 2011

Terugblik mini-symposium intensieve veehouderij



Mini-symposium van maandag avond heeft toch wel indruk op me gemaakt. De gezondheidsrisico en de maatschappelijke weerstand van omwonende uit heel de kempen en het Groene Woud zijn nog groter dan ik dacht.

We moeten elkaar niet voor de gek blijven houden
  • Al meer dan een jaar zijn de verkoopprijzen binnen de varkenshouderij onder de kostprijs.
  • Brabant kent de laatste jaren een forse toename van het aantal varkens.
  • We kunnen er niet om heen, de intensieve veehouderij belast de Brabantse natuur, het milieu, gezondheid en welzijn van mens, boer en dier.
  • Iedere uitbreiding van (mega)stallen heeft een sanering van 2 andere veehouders tot gevolg.
  • De terechte overlast vanwegen een opstapeling van geurbelasting in bepaalde gebieden (achtergrond belasting).
  • Het nog steeds geen uitsluitsel hebben van het gezondheidsonderzoek.
  • Een bedrijf van 1,5ha is ook vanuit ondernemers perspectief een groot bedrijf te noemen.

De uitdaging voor het platteland is de bestaande sociaal economische infrastructuur op basis van gezins- en familiebedrijven perspectief te bieden en tegelijkertijd recht te doen aan natuur, milieu, dier en menselijk welzijn en gezondheid. De oude en de nieuwe wereld kunnen worden verbonden met behulp van oude en nieuwe kennis. We kunnen realistische perspectieven aandragen in antwoord op het huidige dominante marktdenken dat leidt tot een cultuur van groot, meer en mega. Brabant is weer toe aan een boerenstand en cultuur gericht op kwaliteit in plaats van kwantiteit.

Een realistisch toekomst Perspectief
  • Het Brabantse innovatieve agrarische gezinsbedrijf van max. 1,5 ha vervult in Europa een voortrekkersfunctie als het gaat om kwalitatief hoogwaardige producten en een niet aflatende aandacht voor gezondheid, welzijn, milieu en natuur voor mens en dier.
  • Innovatieve kennisinstellingen (HBO’s en Universiteiten) vervullen hierbij een voortrekkende en ondersteunende rol op de niveaus van bedrijf, het netwerk, en het wettelijk en bestuurlijk niveau.
  • Bestuurders met lef, juist in tijden van crisis liggen er bestuurlijke kansen om op basis van visie echte doorbraken te forceren. Om de maatschappelijke confrontatie aan te gaan hebben we behoefte aan creatieve, zoekende en samenwerkende bestuurders. Niet perfect, maar wel eerlijk en betrouwbaar.
  • Bestuurders die de confrontatie niet uit de weg gaan met voedings- en voederindustrie. Want laat ons wel zijn, naast de consument zijn het de banken (RABO), de veevoederindustrie (CEHAVE), de medicijnindustrie(AUV), de vleesmonopolisten (VION), de voedingsconcerns, (Campina, AH, Unilever) die bepalen welke richting de veehouderij uitgaat.
Het Brabantse platteland waar de boer weer trots is op zijn bedrijf, zijn vee en de geleverde producten. Een boerenstand als belangrijke schakel in een gemeenschap waar werken, wonen en recreëren aantrekkelijk zijn en blijven.

Een coöperatie, waar de Rabobank groot mee is geworden, van veetelers voor een Toekomstbestendig Brabantse karbonade en omelet. De verkiezingen worden in Brabant gewonnen op het platteland.

Ik wil me samen met jullie inzetten voor welzijn en gezondheid van mens- en dier in een, sociaal en toekomst bestendig platteland.

dinsdag 15 februari 2011

Lezing over politieke duidelijkheid voor boeren en buitenlui


Modern socialisme: een mens, boer en dier vriendelijk, sociaal en toekomstbestendig platteland.

We leven in een liberale crisis en het socialisme krijgt de klappen

Waar ik graag een boom over op zet is de verhuftering van de samenleving en de grote behoefte om bevlogen, betrokken en verantwoordelijk burgerschap. Hans Pijnaker zou zeggen "Ethiek moet terug in de politiek".

Er gebeuren zoveel goede dingen om ons heen. Echter in onze Hijgerige mediale samenleving scoort dit niet. Samen verantwoordelijk zijn voor een toekomst bestendig platteland is de beweging waar ik voor wil gaan, mijn politieke statements voor de Provinciale verkiezingen zijn:
 
  1. Leefbaarheid, de kracht van de plattelandskernen
  2. Betaalbare woningen voor jongeren
  3. Ouderen de vitale kracht van het platteland
  4. Een mens, boer en diervriendelijke veehouderij
Maar waar ik het nu met jullie over moet hebben is:


Behoefte aan politieke duidelijkheid voor boeren en buitenlui
We kunnen er niet om heen, de intensieve veehouderij belast de Brabantse natuur, het milieu en de gezondheid van mens en dier. Of anders gezegd, we hebben te veel varkens en kippen op een te kleine ruimte met alle gevolgen van dien.


De spanningen in het buitengebied lopen hoog op. In heel de Kempen en Peel zijn er strubbelingen die vragen om duidelijkheid en rust. Alom zijn er zorgen, heerst wantrouwen, worden over en weer insinuaties gedaan en hele en halve waarheden verkondigd. Intensieve veehouders en omwonenden staan elkaar soms zelfs naar het leven. Ondernemers willen nog snel hun laatste kans benutten, terwijl de omwonenden gesterkt door het burgerinitiatief "genoeg is genoeg" vinden.


De intensieve veehouders hebben moeite met terugschakelen naar de nieuwe norm van 1,5 ha in verwevingsgebieden en 2,5 ha in de LOG’s. Begrijpelijk, want al veertig jaar lang, sinds het plan Mansholt is de tendens groot, groter, grootst. Vaak gaan hier enkele jaren van wikken en wegen aan vooraf, in gesprekken met de Rabobank, de gemeente, voerleveranciers en de vleesverwerkende industrie, om maar niet te spreken van alle onderzoeks- en advieskosten.


De omwonenden, die jaren de overlast van de veehouderij voor lief genomen hebben zijn het afgelopen jaar opgeschrikt door de Q-koorts en andere zorgelijke ontwikkelingen zoals fijnstof, cara, zoönose en MRSA. Zij zagen in het burgerinitiatief "Megastallen NEE", en het hieruit voortvloeiend besluit van 19 maart door Provinciale Staten Noord-Brabant, erkenning van hun zorg en overlast. Het leek een duidelijke pas op de plaats. Echter, door het doorgaan van de lopende zaken en de actieve inventarisatie van CDA gedeputeerde van Heugten, werd duidelijk dat er nog het nodige in de pijplijn zat en zit. Gedeputeerde van Heugten heeft bij gemeenten de deur plat gelopen om toch maar alle lopende zaken in beeld te krijgen, om concernboeren de ruimte te geven. Recentelijk was in het Brabants Dagblad nog te lezen dat er een verdubbeling van intensieve veehouderijbedrijven op de rol staat. Bij iedere grensoverschrijding door de agrarische lobby zie ik een grotere vastberadenheid bij omwonenden en de gewone burgers van onze mooie dorpen en kernen. Mensen pikken het niet langer en niet alleen boeren hebben rechten.

In de wandelgangen is vriend en vijand, van kenniscentra en wetenschappelijke instituten, ZLTO, BMF, Partij voor de Dieren, tot gewone gezinsboeren en zelfs het CDA, ervan overtuigd dat het anders moet. Eigenlijk zijn de kleinere boeren het niet eens met de tendens van groter, grootst, mega. Voor iedere megabedrijf verdwijnen 2 á 3 gezinsbedrijven. Maar ja, voor hun pensioenvoorziening zijn ze wel afhankelijk van ZLTO en de grote sectorgenoten. En daar zit een groot knelpunt. Grootschalig kan niet in Brabant en kleinschalig krijgt onvoldoende kansen.

De reconstructie van het buitengebied is voor wat de Intensieve Veehouderij betreft doorgeschoten en mislukt. Het bestaande systeem moet op de schop. We moeten het lef hebben om anders te denken. Er moet worden ingezet op een kwalitatieve veehouderij waarbij welzijn en gezondheid voor mens en dier norm zijn.

Maar de economische trein van Rabobank, vlees-, voeder- en voedingsindustrie waarin u als welwillende consument de laatste schakel bent, dendert voort.

Politiek is het belangrijk dat het CDA en de VVD niet de grootste worden, want dan blijft alles op dezelfde manier doorgaan met af en toe wat remmen maar niet met de intentie het roer echt om te gooien, want ondernemers moeten toch de ruimte krijgen. Voor het verzet tegen de intensieve veehouderij is het goed om de krachten te bundelen. We zouden een grote gezamenlijke financiële claim kunnen neerleggen bij de provincie en daar collectief over procederen. Ik zelf vind dat we meer in  moeten zetten op het samen nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid.

zondag 6 februari 2011

Hoe kunnen we het platteland leuk houden?

Beste vrienden,

Zondag 27 februari, Op De Cultuur Boerderij te Westelbeers
concert en workshop van Folkzien

Workshop volksmuziek en samenspel van 11 tot 15u.
Optreden aanvang 16 u inkom gratis

René en Marianne houden zich bezig met de volkstraditie in Europa en met volkscultuur uit onze regio.
Hun drijfveer is hun passie voor volkse instrumenten en het zingen in de geest van de traditie.
Zij spelen zelfgeschreven volksmuziek met duidelijk Keltische invloeden.
René Krol: multi-instrumentalist o.a. trekharmonica, gitaar en zang.
Marianne Wynen: viool, nyckelharpa, zang.
Ze hebben onlangs muziek geleverd aan de Brabantse film over het leven van Keskenaote,
een jongen uit de kempen.
www.innaamvandevader.nl

Info over de samenspelworkshop.
De stage o.l.v. René Krol is voor iedereen die een volksmuziekinstrument speelt, van beginners tot
gevorderden.
Aanleren van muziekjes uit de film van Keskenaote op het gehoor, eventueel notenschrift en
trekzaktablatuur. De hoofdzaak is samenspelen.
Workshop van 11 tot 15u. Kostprijs €15
Eind van de middag is soep voorzien, gelieve bij inschrijving te vermelden indien u daar gebruik
van wilt maken.
Meer informatie en vragen
info@folkzien.com
0032 14 67 23 61
0032 472 380 559

Locatie:
De Cultuur Boerderij
Gerard en Berdie Pasmans
Voldijnseweg 8
5091 KK Westelbeers
013 514 26 53
Info@cultuurboerderij.nl
www.cultuurboerderij.nl

Voor een filmpje
http://www.youtube.com/user/MissingLinQTube#p/u/0/R9DJ53gMuVU

Met vriendelijke groet,

Berdie en Gerard
"De Cultuurboerderij"

vrijdag 21 januari 2011

Wonen, welzijn en zorg dicht bij huis op het platteland


Door Arnold Vosters, directeur Stichting Sint Joris

Op de eerste plaats is omtrent het wonen, het welzijn en de zorg op het platteland een uitsplitsing op basis van complexiteit nodig waarbij hoog complexe, specialistische zorg overgelaten moet worden aan de specialisten. Ik denk niet dat Sint Joris de pretentie moet hebben om bijvoorbeeld de complexe revalidatie of de acute psychiatrische zorg in Oirschot te gaan doen.


Sint Joris is wel van mening dat er in Oirschot een centrale verpleeghuisvoorziening moet komen waar (niet complexe) revalidatie en (niet complexe) chronische psychiatrie, maar ook verpleeghuiszorg geboden kan worden, zowel voor mensen met dementie als voor mensen met een chronische lichamelijke aandoening. Daarnaast moet Sint Joris in Oirschot het langer thuis kunnen wonen ondersteunen door er te zijn met een oplossing als het in de thuissituatie echt niet meer kan. Hospice zorg, een zorghotel, tijdelijke verblijfkamers zijn o.a. de mogelijkheden hiervoor. De complexiteit van bovengenoemde functies is dermate hoog dat deze geclusterd, effectief en efficiënt aangeboden kunnen worden. In de kleine kernen ziet Sint Joris uiteraard ruime mogelijkheden om nog langer thuis wonen te stimuleren. Ook zijn er mogelijkheden om in een aantal van de kleine kernen een kleinschalige voorziening op te zetten waarbij 2 keer een groep van 8 cliënten haalbaar zou kunnen zijn.


Belangrijke voorwaarden daarbij zijn:   
  • Er moet voldoende vraag zijn voor een kleinschalige voorziening van 2 keer 8 cliënten.
    Clustering van doelgroepen in samenwerking met o.a. de verstandelijk gehandicaptenzorg.
  • Samenbrengen van functies waarbij de zorg thuis (Awbz en Wmo) onderdeel uitmaakt van de kleinschalige voorziening.
  • Inzet van domotica (elektronische hulpmiddelen) en samenwerking tijdens onrendabele uren zoals nachtzorg.
  • Zorgtrajectbegeleiding, ketenzorg.
  • Meer differentiatie in functies van medewerkers, waarbij ook arbeidsgehandicapten (o.a. wajongers) een kans krijgen.


Als we willen samenwerken, als geld niet de enige drijfveer is en als kwaliteit het belangrijkste uitgangspunt is,  dan is Sint Joris er van overtuigd dat we ook op het platteland hoogwaardige zorg en dienstverlening kunnen bieden. Waarbij de sociale cohesie toeneemt en mantelzorg en vrijwilligerswerk meer vanzelfsprekend zijn. Een mooi voorbeeld vind ik de Zorgcoöperatie in Hoogeloon die nu ook samen met Sint Joris en Lunetzorg een kleinschalige voorziening wil gaan ontwikkelen in Hoogeloon.


Er zijn dus nog heel veel uitdagingen voor beleidsmakers binnen wonen, zorg en welzijnsorganisaties en uiteraard zal ook de gemeentelijke, provinciale en landelijke overheden hier een steentje aan bij moeten dragen, waarbij een nauwe samenwerking met de gemeentelijke overheid een must is.

donderdag 20 januari 2011

Een boeiend en inspirerend gesprek met Hans Pijnakker

In onze ontmoeting werd al snel duidelijk dat we veel gemeenschappelijk hebben. We hebben beiden ervaring in de justitiële psychiatrie en hebben ons beiden ook steeds gemanifesteerd in maatschappelijke betrokkenheid en opleiding van mensen die interesse hebben in de kwetsbare kant van de samenleving.

De uitspraak van Hans "ethiek moet terug in de politiek" klinkt als een mooie mantra na in mijn gedachten.

Het thema van het platteland is voor ons beiden Leefbaarheid. Hoe je het wendt of keert het dominante thema op dit moment in veel dorpse gemeenschappen is de dreiging van welzijn en gezondheid voor mens en dier. Dit moet wat ons betreft geen beweging van not in my backyard zijn.

Wij zouden het fijn vinden dat de verschillende krachten in de provincie gebundeld worden. Want de echte verandering zal van onderop met solidariteit uit de samenleving moeten komen. Het gaat niet om een strijd tussen burgers en boeren. Het gaat over een beweging waarin we met elkaar na durven denken over de kwaliteit van het samenleven.

Het fenomeen grootschalige intensieve veehouderij is een onderdeel van hoe markt en economische belangen ons steeds weer in een richting duwen die ons samen mens zijn geweld aan doen. De Rabobank, de veevoer industrie, de slachterijen, het ZLTO, maar ook supermarkt ketens en het consumentisme zijn maatschappelijke krachten die ons steeds weer een zelfde richting uit duwen.

Het gaat niet om wat je doet
Maar om de wijze waarop je wat doet
Er verandert niets als je niets anders doet
R.D.
Niet dat je tegen me loog,
Maar dat ik je niet meer geloof
Heeft mij geschokt
Nietzsche
Geluk is overal
Het steekt de kop op
Als je het niet verwacht
Jeannet van Ganzewinkel+

Bovenstaande uitspraken typeren de richting die we uit moeten. Ik ben dan ook blij dat ik mijn verhaal mag houden op 14 februari op een klein symposium georganiseerd door PRO in de Boogaard te Moergestel. De bedoeling moet zijn het koppelen van de onmacht en zorg over de intensieve veehouderij in heel de regio aan een breed gedragen maatschappelijk perspectief gericht op kwaliteit van samenleven, welzijn en gezondheid van mens, dier en boer.


Hans broedt nog op een te gekke massa actie waarbij het verkeerd aanwenden van de economische macht publiekelijk aan de kaak gesteld wordt. Genoeg is genoeg en het kan ook anders. We gaan er tegen aan.

Hans bedankt!


zaterdag 15 januari 2011

Bezoek Sonja Borsboom


Tien minuten over tijd maar daar was ze dan. Na wat plicht plegingen raakten we al snel in een gedreven gesprek. Met het burger initiatief zat mijn taak erop. Toch doen mensen steeds weer een appel op me. Jullie moeten hier in Hulsel, Heiakkers, Bladel, Asten….etc. Vanuit het burger initiatief …. Overal zijn mensen bereid tot actie tegen megastallen, iedereen heeft zijn motieven.

Politiek is het belangrijk dat het CDA en de VVD niet de grootste worden, want dan blijft alles op dezelfde manier doorgaan, af en toe wat remmen maar niet met de intentie het roer echt om te gooien want ondernemers moeten toch de ruimte krijgen. Ook bij de inventarisatie Lopende Zaken heeft CDA gedeputeerde van Heugten bij gemeenten de deur plat gelopen om toch maar alle lopende zaken in beeld te krijgen, om concernboeren de ruimte te geven. In tussen is de VVD ook al bereid een ruimere interpretatie te geven aan het fenomeen schriftelijke toezegging voor 19 maart. Mieke Geraerds is een juriste en zal wel bestookt zijn door een aantal agrarische adviseurs. Hopelijk houden PvdA en D66 wel hun rug recht. Ik beloof hierbij plechtig dat ik als Statenlid mijn rug wel recht zal houden!

Toch zie je bij iedere grensoverschrijding door de agrarische lobby een grotere vastberadenheid bij de omwonenden. Mensen pikken het niet langer en niet alleen boeren hebben rechten. Eigenlijk zijn de kleinere boeren het niet eens met deze tendens van groter, grooots, mega. Voor iedere mega bedrijf verdwijnen 2 á 3 gezinsbedrijven. Maar ja voor hun pensioen voorziening zijn ze wel afhankelijk van ZLTO en de grote sector genoten. En daar zit een groot knelpunt. Grootschalig kan niet in Brabant en kleinschalig krijgt onvoldoende kansen.

We zijn het er samen over eens dat we de diverse motieven om zich te verzetten tegen grootschalige IV gebundeld zouden moeten worden. Je zou een grote gezamenlijke financiële claim kunnen neerleggen bij de provincie en daar collectief over procederen. Maar eigenlijk vinden we dat we meer in moeten zetten op het samen nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Eigenlijk zou al het maatschappelijk verzet van Brabant tegen Intensieve Veehouderij samen moeten komen en zich vormen als een kruin van blaadjes aan een sterke sociaal duurzame boom. Iets in de sfeer van leden van een coöperatie van veetelers van de gezonde, diervriendelijke en biologische Brabantse carbonade voor mens en dier.

Als het over de provinciale verkiezingen gaat, dan merken we op dat plattelandskandidaten het moeilijk hebben om op een verkiesbare plaats te komen. Toch worden de verkiezingen in Brabant gewonnen op het platteland. Met Het CDA en VVD aan de macht blijven we doormodderen en is het misschien maar beter om de Intensieve veehouderij zoals oud burgemeester Speetjens aan te merken als Industriële activiteit op passende industrie gebieden.

Voor ons is dit een brug te ver wij willen samenwerken aan welzijn en gezondheid voor een mens- en diervriendelijk, sociaal en toekomstbestendig platteland.

Sonja bedankt en tot gauw!

woensdag 12 januari 2011

Een avondje met Oirschotse jongeren

Gisterenavond was er in de Ramblaz, het oirschotse jongerencentrum, een avond over de visie van jongeren over Oirschot. Het was een gezellige, rommelige en inspiratievolle avond. Betaalbare huisvesting is voor jongeren een belangrijk thema. Voor mij geen nieuws.

De aanwezige jongeren hadden een uitgesproken mening over de bevolkingskrimp op het platteland:

"Als je de jeugd niet aan je bindt dan stroomt het dorp van eiges leeg. Wij gaan misschien wel een tijdje weg om te studeren maar daarna willen we graag terug komen in ons eigen dorp om te nestelen."

Ook het groene karakter van Oirschot, zonder al te veel stank kwam ter sprake als een groot goed. Natuurlijk moesten er ook wat meer activiteiten voor kinderen georganiseerd worden.

Een leuk idee was om een snelverbinding tussen Oirschot markt en Eindhoven voor fiets en bus te realiseren, de Filias moet gewoon doorreiden naar Oirschot.

Wil de overheid het contact met jongeren houden zal er toch geïnvesteerd moeten worden in de nieuwe sociale media. Waar ondernemend Oirschot zeurde over de kosten werd door de jeugd glasvezelkabels als een vanzelfsprekendheid gezien.

Over opvoeding moet je met de jeugd niet praten. Dat moet je met de ouders bespreken. Het gebruik van drugs en alcohol valt op dit moment mee in Oirschot. Hoe meer je het verbied hoe aantrekkelijk het wordt.

Een voorziening als Ramblaz is net een plek waar je zonder te drinken of andere dingen te doen gewoon kunt zijn, zo hou je jongeren van de straat. Nog een tip voor de gemeente, zulke avonden moet je ook op scholen organiseren.

Wat ik vooral leuk vond was de ongedwongen ontmoeting tussen jongeren en de politiek. De jongeren hadden een duidelijke boodschap. Zorg voor goede scholing van politici en werk samen.

vrijdag 7 januari 2011

Bouwen voor en door jongeren

Iedere keer als ik bij het ophalen of wegbrengen van the Kids door Casteren rijd, zie ik komen van Westelbeers aan mijn linkerkant een mooi buurtje van niet echt kleine woningen, collectief gebouwd door en voor jongeren.

Volgens sommige is bouwen voor jongeren niet meer nodig op het platteland, want het vergrijst en ontgroent daar toch. Maar met een beetje inspanning is het misschien wel mogelijk om de ontgroeining wat af te remmen.

Op TV zag ik laatst een documentaire over de ontvolking in Zuid-Limbrg en natuurlijk moest daar het cliché plaatje bij van een stel hangende jongeren die riepen er is hier toch niets te doen, ik wil weg hier.

In mijn omgeving hoor ik vaak, kon ik maar een betaalbare woning, bouwen of kopen bij ons in het dorp. Na de wilde jaren en een afgeronde studie zijn er veel plattelands jongens en meiden die terug naar hun geboortegrond willen. Trouwens Zuidoost-Brabant is een aantrekkelijke kennisregio om te werken en de Kempen en de Peel dorpen zijn dan bij uitstek plekken waar het mogelijk is om kinderen in een beschermde omgeving op te laten groeien.

Als PvdA Brabant hebben we daarom in ons programma opgenomen dat het mogelijk moet zen om te bouwen voor jongeren op het platteland. Met collectieve zelfwerkzaamheid is het dan nog mogelijk om in het eigen dorp te blijven wonen.

donderdag 30 december 2010

Nummer 13 durft in de spiegel te kijken

@C:Raf Daenen: ‘Laat platteland de steden inspireren’
@1P:
@3K:Nummer 13 durft in spiegel te kijken
@2F:Westelbeerzenaar Raf Daenen afkomstig uit de Belgische Kempen, is inmiddels verknocht aan het platteland van de Nederlandse Kempen: ‘Het voelde als thuiskomen’.

@2I:WESTELBEERS – Gepokt en gemazeld in de Oirschotse politieke arena, kun je rustig stellen. Binnen enkele jaren tijd van de oppositiebankjes naar het wethouderschap en weer terug. Tijdens zijn driejarige wethoudersperiode moest hij zich verantwoorden over de terugbetaling van uitkeringsgelden en voor de begrotingsperikelen bij het kunstgras van voetbalvereniging Beers Boys. Twee dissidenten stapten uit zijn PvdA-fractie en gaven hun zetel niet terug, de coalitie van DV, DGM en PvdA haalde de eindstreep niet en bij de gemeenteraadsverkiezingen werd zijn partij ook nog eens gehalveerd. Toch gaat Raf Daenen (56) onverdroten voort: hij gelooft dat het stimuleren van het goede in de mensen per definitie winst is. Inmiddels staat hij als nummer 13 (!) op de kandidatenlijst voor de provinciale PvdA met de speerpunten Jeugdzorg en Plattelandsontwikkeling. Welke kracht drijft hem? Een gesprek met Daenen over cultuur, voetbal, zijn Belgische achtergrond, verharding in de maatschappij, religie, zedendelicten, en over zijn werk als docent aan Fontys Sociale Studies, intensieve veeteelt en over ‘positief benaderen’. Ja, waarover eigenlijk niet?

@1P:<I>door Rens van Ginneken<I>

@1P:Koffie en een kerstkransje binnen handbereik. Raf Daenen kiest een karakteristieke houding als hij het gesprek opent: beetje schuin gezakt en met weidse armgebaren de vlotte Vlaamse tong ondersteunend. ‘Ik heb mijn jeugd doorgebracht in Zonhoven, in de Belgische Kempen bij Hasselt en Houthalen. Allemaal mijndorpen. Ik werd al jong geconfronteerd met de positie van de arbeiders. Ons gezin telde liefst elf kinderen. Mijn vader was boer, maar ging later werken in de metaal in Luik. Hij was wel duidelijk liberaler dan ik, een echte Vlaming’, lacht Daenen. ‘Ik raakte geïnteresseerd in politiek toen ik in 1978 op een markt de bekende socialistische voorman Willy Claes sprak. Hij vertelde dat ik de politiek moest ingaan.’ Toch zou het nog tot 1996 duren voor Daenen die stap daadwerkelijk zette. Na het atheneum verhuisde hij naar Nederland om er in de psychiatrie te gaan werken. Hij grinnikt: ‘Nog zie ik mezelf aankomen met mijn koffertje op het Eindhovense station. In Eindhoven werkte ik vanaf het begin op een TBS-afdeling. Dan krijg je de kwetsbare kant van de samenleving wel te zien.’ Daenen schakelt nogal snel in het gesprek. Wijdt uit over het één, om dan plots bij een ander onderwerp uit- of terug te komen. Het is zijn typische manier van argumenteren, die sommigen als ‘warrig’ zullen interpreteren, maar als je wat langer met hem spreekt, ontdek je de verbanden in zijn verhaal. ‘Het sociaal-democratisch bewustzijn betekent niet dat iedereen maar gepamperd moet worden. Je moet mensen tegenspel bieden. Je kunt alles dichttimmeren met regels en sancties, maar beter kan je het gedrag proberen te beïnvloeden, door zelf het voorbeeld te geven en de persoonlijke confrontatie aan te gaan. Via mijn ervaring in het welzijnswerk zie ik dat mensen het werk steeds vaker als baan zien, dan als roeping en dat de individualisering en de marktwerking bepalend worden. Nu ben ik niet tegen marktwerking, maar je moet niet de waarden en normen loslaten. Bij kleinschalige initiatieven, met intensief contact met de cliënten zoals Buurtzorg, in plaats van grote zorgcentrales, zie je ook beter teamwerk en betere resultaten. Als je met een buurtvereniging een speeltuintje regelt, gaat het veel sneller en goedkoper dan dat je dat door een logger overheidsorgaan laat doen, omdat die aan veel meer regeltjes moet voldoen. Wat dat betreft is de provincie goed bezig door dorpsontwikkeling te stimuleren. In Wintelré werd een MFA gerealiseerd, dorpsraden in Oostelbeers en Spoordonk blijken capabel om van alles zelf te regelen. Ook in de agrarische sector zie je dat de grootschaligheid uiteindelijk in zijn eigen staart bijt. Ik was tien jaar geleden ook al voor de reconstructie. Maar nu worden we geconfronteerd met een ongewenste grootschaligheid in de intensieve veeteelt. Lokaal leidt het soms tot een verdubbeling van het aantal dieren en halvering van het aantal boeren. De sector staat op het punt om de grenzen van gezondheids- en milieurisico’s te overschrijden en grote boeren vreten de kleintjes op. Het enige perspectief: inzetten op kwaliteit in plaats van kwantiteit. We moeten voorkomen dat de boeren straks verdreven worden uit de samenleving, dus: samen een leefbare context creëren. Het principe is niet veel anders dan met kinderen. Je maakt ze individueel, van dichtbij mee, je luistert, beloont en sanctioneert. Vanaf een bepaald punt hoop je dat ze zelf kunnen nadenken en verantwoord handelen.’

@T:Vergelding

@1P:Daarmee zwenkt het gesprek naar ons rechtssysteem. De maatschappij roept steeds vaker om zwaardere straffen. Is dat terecht? ‘Na de zedenzaak in Amsterdam zag je dat men meteen maatregelen eist. De media rennen daar nogal hijgerig achteraan, waardoor je een sfeer krijgt, waarin je, in de waan van de dag, geneigd bent snel maatregelen te forceren en regels aan te passen. Eigenlijk moet je wat afstand nemen, om dan na een paar maanden te bekijken of verandering nodig is. Amsterdam is een gruwelijk incident met één zieke geest in de hoofdrol. Hoe erg ook: zulke dingen gebeurden duizend jaar geleden ook al. Wanneer je mensen dwingt om van alles stiekem te doen en om overtreders zo lang en zoveel mogelijk ‘weg te stoppen’, kan de maatschappij niet meer op een natuurlijke manier corrigeren. Je verliest de dagelijkse controle. Twintig jaar geleden zat ik met een groep van tien TBS-ers in een huisje vakantie in Zeeland. We deden wat andere toeristen ook doen en wisten: ‘Als wij iets stoms doen, dan houdt het op, voor ons en alle anderen na ons.’ Vanuit de psychiatrie weet ik dat je moet inzetten op het positieve voor het beste leereffect. Je moet streng, maar wel rechtvaardig zijn. Er komt vanuit de massa nu een roep om vergelding, meer dan om passende straf. Helaas blijkt proefondervindelijk dat het juist averechts werkt. Mijn drive gaat tegen de huidige beweging in. We moeten verantwoording nemen, mensen aanspreken op gedrag. Er moet een gemeenschap zijn om op te bouwen, we moeten er zijn voor iedereen. Weet je: opvoeding is het mooiste proces wat er is. Waarvan je houdt moet je wel tegenspel geven, zodat het zich in schoonheid kan ontwikkelen. Als een muzikaal talent nooit hoort ‘Dat kan beter’, dan wordt hij ook nooit top. Je moet het talent koesteren, maar van teleurstellingen leer je veel meer dan van successen, neem dat maar van mij aan’, verzekert hij. De landelijke PvdA werd door de kiezers afgestraft met de laagste zetelscore sinds jaren. ‘PvdA had dit verlies nodig. Er is een sociaal ongenoegen; daarin moet je mensen tegemoet treden. Veel PVV-stemmers zijn teleurgestelde PvdA-mensen. Mensen kozen uit frustratie PVV, uit angst voor verlies van eigen identiteit, door veranderingen in hun omgeving. In diezelfde omgeving zie je gekleurde mensen vluchten in hun eigen cultuur en religie. We moeten eerder inzetten op het aanleren van de Nederlandse taal: essentieel om deze mensen echt bij onze samenleving te betrekken. Wij als PvdA moeten zorgen dat we weer betrouwbaar zijn. We moeten weer volmondig zeggen: ‘Dit zijn onze mensen!’ Bij CDA zie je overigens een vergelijkbare tendens. Er treedt nu een conservatief/liberale hoofdstroom naar buiten die nauw aansluit bij de verharding van VVD en PVV, zodat sociaal-christelijke CDA-ers zich niet meer in de partij herkennen.’

@T:Jezus Christus

@1P:Regelmatig botste Daenen met de meer rechtlijnige ideologen binnen zijn partij. ‘Zelf ben ik meer van het luisteren en het proces ingaan, liefst met humor. Waar ik wel van schrok is hoe er met mijn vermeende politieke blunders werd omgegaan, door publiek én politiek. De informatieverstrekking was niet best. Dan mis je toch een kritische pers, die toetsend werkt en zaken boven tafel haalt. Desondanks kan ik nog steeds met goede zin opstaan en durf ik in de spiegel te kijken. Voor gewetensvragen ben ik niet zo bang, wellicht door mijn religieuze achtergrond?’ Daenen is naast sociaal-democraat ook praktiserend katholiek. Bijt dat elkaar niet? ‘Nee, zeker niet. Ik geloof in het goede in de mensen en dat we hier zijn om het goede te doen. Ik weet zeker dat God van ons allemaal evenveel houdt. Een goed christen is eigenlijk per definitie een goede sociaal-democraat. Volgens mij was Jezus Christus de eerste socialist, haha!’ Hij gelooft daarnaast ook nog in de kracht van het platteland en de kleine gemeenten: ‘De mensen leven er dicht bij elkaar, de sociale controle, als je het zo wil noemen, is er groot. In die cohesie kan er veel bereikt worden. Mocht ik straks voor de provincie gekozen worden, dan wil ik die inspirerende boodschap naar de steden brengen. Voor de steden komt het platteland op het tweede plan, terwijl ze van de wijze van samenleven in de kleinere kernen veel kunnen leren. Een tegenwicht voor het onpersoonlijke karakter van de stad, waardoor je de verharding kan tegengaan.’ Wat is de uiterste houdbaarheidsdatum van een politicus? Daenen: ‘Ik draai nu tien jaar mee als wethouder en raadslid in Oirschot. Het is lastig aan te geven. Over een tijdje wil ik mijn zetel overdragen. Verandering is nodig af en toe. Het is moeilijk een goed uitstapmoment te kiezen. Daar gaan er veel de fout in, ze blijven meestal te lang zitten. Femke Halsema was afgelopen week de beste ‘afscheidnemer’ die ik ooit zag: precies het goede moment.’ Hij tuurt naar het Siciliaanse wijntje, waarnaar we inmiddels zijn overgeschakeld. ‘Wethouder zou ik nog weleens willen worden…’, mijmert de Westelbeerzenaar. We praten nog over de bezuinigingen op kunst en cultuur: ‘Voor mij ondenkbaar: kunst is de tegenhanger van het sanctioneren. Als we niet oppassen wordt alles een soort Idols. Echte kunst brengt je bij het goede leven, da’s onmisbaar. Zo kan ik trouwens ook meer genieten van het gedreven voetbal van Beerse Boys dan van het plichtmatige PSV.’ Daenen is naast zijn werk aan het Fontys en zijn politieke werkzaamheden geregeld te vinden op Sportpark De Klep. ‘Meestal als supporter van de Boys, een enkele keer nog als ‘inleentrainer’, lacht hij. Wordt het met een mogelijk provinciale politieke carrière niet een overvol schema? Weer die herkenbare lach: ‘Ha! Maar ik heb een goede vrouw. Zij stelt grenzen aan mijn politieke ‘hobby’, zodat ik er ook voor het gezin nog ben. Dan gaat zijn mobieltje en staat hij op. Weer genoeg gehobbyd vandaag.

Bron: Trompetter

woensdag 22 december 2010

Jongeren op het platteland

Plattelandsjongeren luiden de noodklok. Uit onderzoek van plattelandsjongeren.nl blijkt dat gemeenten op het platteland te weinig doen om jongeren aan zich te binden. Heel veel gemeenten kampen met het fenomeen van vergrijzing en ontgroening. Ook de Kempen heeft met deze problemen te maken.

In Reusel gaan er al stemmen op om maar niet meer te bouwen voor starters omdat er zoveel leegstand is. Willen we jongeren binden aan het platteland dan zullen we zorg moeten dragen voor betaalbare starterswoningen. Met name de plattelandsgemeenschappen hebben input van de eigen jeugd hard nodig: voor het verenigingsleven, de basisscholen maar ook om de balans in de gemeenschap te bewaren. Het investeren in jeugd is niet voor niets het belangrijkste speerpunt van de Dorpsontwikkelingsplannen in Spoordonk en Oostelbeers.

Plattelandsgemeenschappen hebben zeker hun scharmes als het gaat om zorgen voor elkaar, sociaal ondernemerschap, creatieve verenigingen en gezond en veilig opgroeien (lees mijn boekje Kracht van de kleine gemeenten).

Het evenwicht tussen het zijn van een slaapplaats van the happy Few en een vitale gemeenschap is erg kwetsbaar. Belangrijk is te investeringen in bereikbaarheid, bedrijvigheid en betaalbare woningen.

Als kandidaat voor Provinciale Staten (nr13) wil ik me dan ook met hart en ziel inzetten voor het behoud van het jeugdige Elan in de kleine kernen. Als PvdA vinden we dat bouwen voor starters in de plattelandskernen de hoogste prioriteit heeft.

Kortom zonder jongeren geen vitaal platteland!

maandag 13 december 2010

Brabantse identiteit

De PvdA heeft het imago de belangen van de boeren tegen te werken. Maar het gaat er om waar de Provincie Noord Brabant op in wil zetten. In de Telos driehoek: mensen, ruimte, economie, liggen er belangrijke uitdagingen en bedreigingen voor Brabant en het platteland. We kunnen er niet om heen, de intensieve veehouderij belast de Brabantse natuur, het milieu en de gezondheid van mens en dier. Of anders gezegd, we hebben te veel varkens en kippen op een te kleine ruimte met alle gevolgen van dien.

De kracht van Brabant zit in:
  • Een parkachtig landschap omgeven door overzichtelijke middelgrote stadskernen, alle gekoppeld aan een eigen historische identiteit.
  • Een meer dan gemiddelde kennisinfrastructuur van HBO’s (HAS, Fontys, Avans), Universiteiten (Nijmegen, Wageningen, Tilburg en TUE) en maatschappelijke ondersteuningsorganisaties (PON, BOZ, Prisma, PRVMZVG, Telos), die Brabant op de terreinen van voeding, gezondheid, welzijn, arbeid, landbouw, natuur en milieu kunnen helpen om op een onconventionele wijze van bedreigingen kansen en uitdagingen te maken.
  • Een sociaal economisch klimaat waarbij het agrarisch gezinsbedrijf en de familiecultuur Brabant maakt tot het land waar het leven goed is.
De uitdaging voor het platteland is de bestaande sociaal economische infrastructuur op basis van gezins- en familiebedrijven perspectief te bieden en tegelijkertijd recht te doen aan natuur, milieu, dier en menselijk welzijn en gezondheid. De oude en de nieuwe wereld kunnen worden verbonden met behulp van oude en nieuwe kennis. We kunnen realistische perspectieven aandragen in antwoord op het huidige dominante markt denken dat leidt tot een cultuur van groot, meer en mega.

Brabant is weer toe aan een boerenstand en cultuur gericht op kwaliteit in plaats van kwantiteit.

De Reconstructie heeft ons veel goeds gebracht. De kwaliteit van het Brabantse Landschap is verbeterd. Helaas hebben de toenmalige bestuurders met "visie, lef en durf", Pieter van Geel en Lambert Verheijen de ontwikkelingen m.b.t. de mega industriële ontwikkeling in de intensieve veehouderij niet voorzien.

Een realistisch toekomst Perspectief!?

  • Het Brabantse innovatieve agrarische gezinsbedrijf van max. 1,5 ha vervult in Europa een voortrekkersfunctie als het gaat om kwalitatief hoogwaardige producten en een niet aflatende aandacht voor gezondheid, welzijn, milieu en natuur voor mens en dier.
  • Innovatieve kennisinstellingen (HBO’s en Universiteiten) vervullen hierbij een voortrekkende en ondersteunende rol op de niveaus van bedrijf, het netwerk, en het wettelijk en bestuurlijk niveau.
  • Bestuurders met lef. Net in tijden van crisis liggen er bestuurlijke kansen om op basis van visie echte doorbraken te forceren. Om de maatschappelijke confrontatie aan te gaan hebben we behoefte aan creatieve, zoekende en samenwerkende bestuurders met lef. Niet perfect, maar wel eerlijk en betrouwbaar.
  • Bestuurders die de confrontatie niet uit de weg gaan met voedings- en voederindustrie. Want laat ons wel zijn, naast de consument zijn het de banken (RABO), de veevoederindustrie (CEHAVE), de medicijnindustrie(AUV), de vleesmonopolisten (VION), de voedingsconcerns, (Campina, AH, Unilever) die bepalen welke richting de veehouderij uitgaat.
Nieuwe politiek en bestuur neemt haar verantwoordelijkheid voor een gezonde samenleving serieus en schroomt niet om hiervoor onconventionele maatregelen te nemen. Als het kan in goed overleg en als het moet met regels en daadkrachtige interventies.

Laat ons de draad van de reconstructie van het Brabantse platteland weer oppakken en terugbrengen naar waarvoor ze bedoeld was. Een gezond toegankelijk platteland waar de boer weer boer kan zijn, en zijn verantwoordelijkheid voor mens, dier en natuur weer serieus neemt, gesteund en gestimuleerd door een krachtige overheid die weet wat goed is en wat ze wil. Zodat de markt zich kan en moet richten naar de maatschappelijke norm.

Het Brabantse platteland waar de boer weer trots is op de duurzaamheid en kwaliteit van zijn bedrijf, zijn vee en de geleverde producten. Een boerenstand als belangrijke schakel in een gemeenschap waar werken, wonen en recreëren aantrekkelijk zijn en blijven.