Posts tonen met het label samenleving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label samenleving. Alle posts tonen

donderdag 15 augustus 2013

Anders beter uit de crisis.


Stop de negatieve mallemolen


Een van mijn vrienden vraagt of we het tien jaar geleden beter of slechter hadden dan nu. Ik geloof niet dat het veel verschil maakt. Tien jaar geleden hadden we 10% minder inkomen dan nu, maar onze uitgaven zijn inmiddels ook gestegen. Natuurlijk zijn er mensen en bedrijven die het objectief slechter hebben dan 10 jaar geleden, maar er zijn er ook genoeg die het beter hebben. Voor de grootste groep zijn de verschillen nauwelijks merkbaar. Toch heeft iedereen het over de crisis. Blijkbaar zit die in ons hoofd. Want als het alleen zou gaan om de financiële tekorten, dan lijkt de oplossing eenvoudig: iedereen die een bovenmodaal inkomen heeft levert 1% tot 15% in, oplopend met de hoogte van het inkomen. Dat geldt ook voor behaalde winsten van bedrijven. Zo dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten, en zo worden ook de toegenomen verschillen tussen arm en rijk teruggebracht. Met de financiële ruimte die wordt geschapen kunnen we, als de samenleving de collectieve voorzieningen goed aanstuurt en controleert, de problemen met onze voorzieningen voor zorg en welzijn, pensioenen en arbeidsparticipatie gemakkelijk oplossen. We houden dan nog geld over ook. Dus in het op orde krijgen van de financiën zit niet de kern van het probleem.
Naar mijn mening speelt de echte crisis zich af op het sociale en morele vlak. Grote groepen in de samenleving zijn de hele dag bezig met zaken die in hun beleving mis gaan. Velen worden gevoed met het idee dat ze benadeeld worden, of dat anderen zich boven hen verheven voelen. Vergelijk het met de Vlaming die zich minder voelt dan de Waal, terwijl hij het objectief veel beter heeft, en ook meer mogelijkheden krijgt.
Het is verleidelijk om alleen naar de anderen te kijken, en over de ander te oordelen. Dat betekent namelijk dat je zelf niet hoeft te veranderen; nee, het is de ander die beter moet worden. We zien de neiging om te oordelen over de fouten van anderen terug op allerlei maatschappelijke vlakken. Zo behaalt de jeugdzorg met haar interventies goede resultaten. Maar de problemen met de kleine groep met wie het mis gaat worden breed uitgemeten. Er worden vervolgens Kamervragen gesteld en er wordt gevraagd om maatregelen. Het resultaat is dat er nog meer verantwoordingscycli in het systeem worden ingebouwd, en de bureaucratie neemt alsmaar toe. Dat kan zelfs zo ver gaan dat het hele systeem wordt opgeblazen.
Hetzelfde mechanisme doet zich voor bij het TBS-stelsel, de gezondheidszorg, het stelsel van de uitkeringen, de opvang van asielzoekers, enzovoort. Geen van deze stelsels is volmaakt, maar op echte of vermeende onvolkomenheden wordt meteen ingesprongen, ze worden uitvergroot, politiek uitgespeeld, met bombarie gepubliceerd in de gretige pers of op het internet, en er wordt geëist dat er onmiddellijk maatregelen worden genomen. Veel politici laten zich verlokken hier aan mee te doen.
Ik vraag me daarom af waar de socialisten, sociaal democraten, Christendemocraten en sociaal liberalen met lef, eigen mening en verstand zijn gebleven. Politici die niet meteen achter de meute aanlopen, maar zich eerst goed verdiepen in de materie en met gedegen argumenten een eigen standpunt durven innemen en op basis daarvan handelen.
Het ultieme antwoord op de echte crisis, is het antwoord op onze huidige manier van samenleven, is het herwaarderen en uitdragen van een pedagogische kaders, fatsoenlijk handelen op basis van duidelijke waarden en normen. Maatschappelijke sleutelfiguren hebben daarin een voorbeeldfunctie. Daarom moeten corrupte of niet integere politici, ambtenaren, onderzoekers, captains of industry of commissarissen hard worden aangepakt. Er is in onze maatschappij veel hufterig gedrag, en daar moeten mensen op aangesproken worden. Religieus extremisme, van welke soort ook, moet worden uitgebannen, door het toepassen van uitgangspunten voor een zinvol menselijk bestaan. Het humanisme is al oud, maar als medicijn voor extremisme nog springlevend. Daarbij gaat het om een sociale en gezonde wijze van omgaan met elkaar; niet alleen maar met het vingertje naar de ander wijzen, maar zelf verantwoordelijkheid nemen, en, waar nodig, ook verantwoordelijkheid nemen voor anderen die niet of moeilijk zonder onze steun kunnen. We kunnen plezier en zelfvervulling putten uit het gegeven dat we anderen kunnen helpen, en niet zelf die hulp nodig hebben. Vervolgens doet het een mens goed als hij dankbaarheid ontvangt van degene die geholpen is.
Juist de ervaring van betekenis kunnen hebben voor anderen door je voor de ander in te zetten is voor mij de drijfveer om politiek maatschappelijk actief te zijn. Als we met z’n allen een steentje bijdragen aan het positief en constructief samenleven, verdampt de crisis als sneeuw voor de zon, en komen we er anders beter uit.
Raf Daenen fractievoorzitter PvdA oirschot
 

woensdag 14 augustus 2013

De virtuele samenleving als nieuwe norm


Is een pedagogisch reveil nodig om de samenleving in stand te houden?

De maatschappij is voortdurend in beweging, en de geschiedenis velt meestal achteraf het finale oordeel over de wenselijkheid of laakbaarheid van ontwikkelingen. Dat neemt niet weg dat ook de levende generaties meningen en oordelen hebben en die soms heftig uiten.
Hoe ouder de generatie, hoe meer referentie er is in de tijd, want hoe ouder, hoe meer verschillende ontwikkelingen men heeft meegemaakt. De referentie in de tijd kleurt het persoonlijk oordeel. Daarnaast is er de selectie en kleuring door nieuwsgaring en nieuwsverkondiging en de informatie op basis van wetenschappelijke beschouwingen.
De mix van deze bronnen, iemands persoonlijke kenmerken en ervaringen, de informatie vanuit de oude en nieuwe media en de wetenschappelijke informatie bepaalt onze opvattingen over ontwikkelingen in het huidige tijdsgewricht.
De oudere generaties constateren een aantal ontwikkelingen die hen zorgen baren, en die ze vaak in onderlinge gesprekken naar voren brengen. Een van de zorgelijke onderwerpen is het effect van de nieuwe media die de wereld hebben veroverd. Dit heeft ons beeld van de wereld en de omgang met informatie en met elkaar ingrijpend veranderd. De hele wereld is nu een grote informatie- en communicatieplaneet. De behoefte aan informatie en communicatie lijkt grenzeloos, en er kan snel in deze behoefte worden voorzien, door gebruik van internet, sms, facebook, enz. Nooit eerder zagen we zoveel mensen gekluisterd aan mobiele telefoon, i-pad, tablet of notebook. De overvloed aan real time informatie zorgt ervoor dat we steeds meer en steeds sneller willen worden voorzien van de meest actuele ontwikkelingen, en nauwelijks rust vinden om te reflecteren op wat er allemaal gebeurt. De oudere generaties constateren een kloof tussen het verwerven van informatie en van kennis. Voor kennis is een goede selectie van en reflectie op informatie nodig, en dit lijkt steeds minder te gebeuren. Er dreigt het gevaar dat de nieuwe media alleen maar dienen om de gebruiker steeds een nieuwe kick te bezorgen, en verder niets. Wat vandaag is gezien of verzonden is morgen alweer achterhaald of vergeten.
Dat nieuwe media ons sociale netwerk heeft uitgebreid staat als een paal boven water. Maar ook hier zien de oudere generaties gevaren: mensen kunnen zich via de media anders of mooier voordoen, en gemakkelijker anderen beschadigen. Zeker als men voortdurend van impuls naar impuls surft en overal direct en ongenuanceerd (want het moet snel en kort) op reageert, kunnen gemakkelijk misverstanden ontstaan of er kan van mensen misbruik worden gemaakt. Men kan tegenwerpen dat misverstanden en misbruik van alle tijden en culturen is, maar met de nieuwe infomens wordt het massaler en directer. Denk maar aan wat er gebeurde bij het zogenaamde feestje in Haren.
De oude media, krant, tijdschriften, radio en televisie lijken mee te moeten doen aan de impuls- en kickbehoefte van mensen.  Artikelen en programma’s worden steeds meer gericht op uiterlijkheden en platitudes. Extreme gedragsuitingen en banaliteiten worden niet langer geschuwd, men kijkt voortdurend bij de anderen binnen, en het gaat vooral over “gewone” dingen: wat koken we, hoe zien we er uit, hoe versieren we de ander, hoe verwerven we geld of goed? Dat moet allemaal kort, snel en populair worden gepresenteerd. Cultuur- en praatprogramma’s liggen buiten “prime-time”, en artikelen die wat dieper graven staan ergens achterin een blad of tijdschrift. Wie analyses leest, naar cultureel-maatschappelijke programma’s kijkt of luistert, krijgt al gauw het stempel “elitair”.
Door verschillende filosofen is er op gewezen dat er door de huidige generatie een nieuwe realiteit wordt gecreëerd. Die is niet langer gebaseerd op het zoeken naar zingeving in een consistent mens- en wereldbeeld en naar bestendige relaties in werk- en privésfeer, maar zingeving wordt gevonden in voortdurende verandering van denkbeelden, activiteiten, werk en relaties, gericht op directe behoeftebevrediging. Daardoor lijkt de nieuwe mens een ongedurig wezen, dat alles gezien en ervaren moet hebben, nergens wil wortelen, geen echte keuzes wil maken, en de problemen van het leven zoveel mogelijk ontloopt.
De gevolgen voor de samenleving kunnen desastreus zijn. Door de invloed van de nieuwe technologie en het voortdurend veranderen van richting, bestemming en positie dreigt de vaste bodem onder gemeenschappen weg te vallen. In samenhang daarmee zien we onder meer de volgende verschijnselen:
-          winkels verdwijnen, omdat de nieuwe generatie on-line shopt en allerlei andere activiteiten on-line onderneemt. Als er wordt gewinkeld zoekt men liever de kick van belevenissen in grote winkelcentra. De laatste tien jaar nam het aantal winkels in de detailhandel, zoals bakkers, slagers of groenteboeren met bijna een derde af. Het stadswijk- of dorpsbeeld wordt saai en leeg, ook al omdat we minder vrije tijd buiten doorbrengen. Voor bepaalde groepen is dat bedreigend;
-          wonen, werken en recreëren gebeurt op steeds meer tijden en locaties door elkaar. De vaste structuur in het leven gaat verloren, mede door de nadruk op de 24-uurs economie. Het blijkt dat we nu gemiddeld 7½ uur per etmaal slapen, dat was tien jaar geleden nog ruim 8 uur per etmaal. Onze vrije tijd neemt toe, maar twee derde hiervan, ofwel ruim 5 uur per etmaal, wordt gevuld met media;
-          mensen verhuizen gemakkelijker, al biedt het nieuwe werken de mogelijkheid om vanuit huis te werken. Door minder persoonlijke contacten op werk of elders, dreigt ook de gemeenschapszin verloren te gaan;
-          dit laatste wordt nog versterkt doordat op steeds meer plaatsen mensen worden vervangen door automaten (openbaar vervoer, banken, overheid);
-          mensen hebben minder de neiging elkaar direct aan te speken op ongewenst gedrag, omdat ze minder directe contacten met elkaar hebben. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat veel mensen geen overlastgevers durven aan te spreken uit angst voor represailles. Daardoor neemt het onbegrip en de tegenstelling tussen groepen toe; 
-          familieverbanden zijn losser geworden en gezinnen vallen vaker uiteen. Overal worden alternatieven voor relaties aangeboden, denk ook aan second love. De lossere relaties hebben tot gevolg dat er minder in de samenleving zelf wordt geregeld, terwijl dat juist een van de thema’s is waar de overheid op inzet. De vraag is dan of in de toekomst voldaan wordt aan een van de voorwaarden tot zelfregulering: met elkaar een gelijkwaardige en bestendige relatie op kunnen bouwen.
In een maatschappij,  waarin door allerlei ontwikkelingen, zoals vergrijzing, meer, maar kleinere huishoudens, meer tegenstellingen tussen etnische groepen en mogelijk minder welvaart, de noodzaak groeit om elkaar te steunen, moet er meer samen worden gewerkt aan samenleven.  Opvoeders, van ouders tot leraren en van politici tot jeugdleiders, hebben daarin een belangrijke taak, om de kracht van samenleven te behouden. Opvoeders moeten de meerwaarde van het met elkaar activiteiten ondernemen, elkaar steunen en waar nodig elkaar opvangen, laten ervaren. Dit ervaren worden gezien als een voorwaarde om de kwaliteit van het menselijk contact, de persoonlijke groei en het welbevinden te waarborgen, ook voor de toekomst.
Maar misschien is dit het gekleurde beeld van iemand van de oude generatie, die het ideaal van ontplooiing in gezamenlijkheid wil behouden. Het is best mogelijk dat toekomstige generaties dit anders zien en ervaren. In dat geval worden problemen en oplossingen daarvoor ook anders beschreven. Het is lastig te voorspellen of de samenleving in stand blijft als iedereen in zijn eigen virtuele wereld leeft, en we voor problemen vooral technologische oplossingen vinden. Denk aan zorgrobots,  voortgaande automatisering, partnerpoppen, onderwijs op afstand, enz.  Voor de oudere generaties zal dit een schrikbeeld zijn. Toch heeft de menselijke geschiedenis aangetoond dat de mensheid een bijna ongelimiteerd aanpassingsvermogen heeft. Een nieuwe wereld waarin de nieuwe virtuele mens zich thuis voelt is dus zeker niet onmogelijk, Maar de vraag blijft, is een pedagogisch reveil nodig om deze samenleving vorm te geven?
Willem Vermeulen psycholoog/pedagoog&Raf Daenen docent maatschappelijk ontwikkeling
 auteurs ‘Perspectief op een maatschappij in crisis”. Boom/Lemma2012

 

 

maandag 18 maart 2013

Waar Den Haag kan leren van Utrechtse Heuvelrug en Oirschot

Droomland, het nieuwe opbouwwerk met participatie als perspectief


Een  democratie die zichzelf voortdurend aanpast aan voorbijtrekkende ontwikkelingen krijgt te maken met het dilemma van moeten besturen van het onbestuurbare. Dit dilemma kan slechts worden opgelost als beleidsmakers weten wanneer ze nodig zijn en wanneer ze weg moeten blijven.
Tijden van crisis
Hoe functioneert de democratie in de huidige crisistijd? Dan gaat het niet alleen om de economische crisis. Belangrijker is de maatschappelijk crisis die steeds zichtbaarder wordt. Denk aan de nadelige effecten van de globalisering, de afbraak van voorzieningen, de schaalvergroting, de bestuurlijke zelfverheerlijking, het grote graaien, het individualisme, het cultiveren van tegenstellingen tussen groepen in de maatschappij, geweld in de openbare ruimte, het rennen van sensatie naar sensatie, de boodschappen van bezuinigen en nog eens bezuinigen, welvaartsziekten, prestatie-eisen, het leggen van de verantwoordelijkheid bij anderen, enzovoort. Is de democratie sterk en flexibel genoeg om dit soort verschijnselen goed te kanaliseren, of verliest het de grip? Is het fundament van onze samenleving nog wel sterk genoeg voor een democratisch functioneren? Wat moet de rol van politici hier in zijn?
Van crisis naar kans
Intussen zijn veel mensen de politieke kopstukken met hun loze beloften en populistische uitspraken beu. Door politici wordt er van alles geroepen, maar er gloort vooralsnog geen perspectief. Het lijkt alsof de politiek steeds meer wordt geregeerd door de waan van de dag. Wat is eigenlijk de echte agenda van de verschillende politieke partijen? Wat bedoelen politieke leiders met mooie leuzen, zoals “we moeten er met z’n allen de schouders onder zetten”, “we moeten investeren in plaats van bezuinigen”, “we moeten de pijn eerlijk verdelen”? De politieke arena krijgt het karakter van een plek waar men alleen nog tegen elkaar vecht, elkaar de loef probeert af te steken, zo nodig emotionele chantage pleegt, om het eigen gelijk aan te dikken. Dit werkt contraproductief, en kost veel nutteloze energie, die beter ingezet kan worden voor constructieve acties.
Denk daarbij aan de actie van minister Dijsselbloem om draagvlak te vinden voor bezuinigingsplannen bij de oppositie. Misschien had dat iets aandoenlijks maar ook iets krachtigs, het straalde uit dat we samen verantwoordelijk zijn. Het laat zien dat crisis om verbinding vraagt en om het zoeken naar onconventionele oplossingen.
Signalen van een positieve invalshoek bij het aanpakken van crisissen zijn vaker te vinden in de kleine wereld, in onze directe omgeving. In de kleine wereld vinden we genoeg voorbeelden van samenwerken aan samenleven, en de voorbeelden schetsen nog altijd een vitale samenleving.
De Haagse politiek kan hier nog van leren.
Het perspectief wordt pas zichtbaar als we samen zin kunnen geven aan ons bestaan, als we beseffen dat we het met elkaar moeten rooien. Als we van elkaar accepteren dat niet alles perfect kan zijn en niet hoeft te zijn. Daarom spreken we van samen werken aan samenleven: we moeten met elkaar actief constructief optrekken. Dat geeft uiteindelijk een voldoening die het materieel gewin kan overstijgen. Ook in het delen van verlies kunnen we zin en betrokkenheid vinden. De politici kunnen de vitale samenleving ondersteunen door ruimte te geven, te laten groeien, het aandurven om zich niet overal in te mengen. Voor een aantal beleidsbepalende personen zal dat een oefening in nederigheid betekenen. Zij moeten zich herbezinnen op de dienende taak die politici en maatschappelijke kopstukken van oorsprong hebben. Dat betekent dat men veel meer voorwaardenscheppend dan handhavend moet optreden, dat men mensen moet leren om hun eigen problemen, voor zover beheersbaar, op te lossen. Dat zal aanvankelijk gepaard gaan met weerstand, maar ook hier geldt: de aanhouder wint.
Voorwaardenscheppend bezig zijn, wat betekent dat? In de huidige samenleving worden te vaak structuren opgelegd die hun doel voorbij schieten. Tegelijkertijd is op een aantal terreinen waar structuur nodig of wenselijk is, de marktwerking bijna heilig verklaard. Denk maar aan het openbaar vervoer of de zorg. Hier zou de overheid regulerend moeten optreden. Anderzijds vernieuwt de maatschappij. De sociale media bieden kansen en uitdagingen. Via deze media kunnen mensen worden opgeroepen zich in te zetten in hun nabije omgeving. Dat gebeurt op grote schaal, in de wijk, bij de voetbalvereniging, op scholen, in de zorg. Een adequate overheid signaleert deze ontwikkeling niet alleen, maar faciliteert, en vult waar nodig hiaten op. Een proactieve gemeenteraad stuurt aan de voorkant, door in samenspraak kaders vast te stellen, die overigens niet knellend moeten zijn. De raad stuurt ook aan de achterkant door te toetsen hoe de kaders hebben gefunctioneerd, en wat er kan worden aangepast. Niet om te veroordelen, maar om te leren en te verbeteren.
Geef decentralisatie een kans
Neoliberale bestuurders in de publieke sector hebben te vaak gehandeld als aandeelhouders die elk jaar een hoger winstpercentage eisen. Dan gaat het eenzijdig om financieel profijt. Maar winst in het samenleven is veel belangrijker: leveren bestuurlijke besluiten positief actieve burgers op, die voor lastenverlichting op maatschappelijk vlak zorgen? Als het sociale weefsel in de samenleving wordt verstevigd dan levert dat besparing op in procedures en bureaucratie. En omdat het leven leuker wordt, ook besparing van zorgkosten. Dit speelt zich af in de kleine wereld. Door de decentralisatie van de jeugdzorg, de overheveling van de extramurale begeleiding en dagbesteding, de Wmo en de invoering van de Participatiewet krijgen gemeenten zeggenschap over de hele sociale sector. Hier liggen dus kansen. Als decentralisatie plaatsvindt in de juiste context, in de directe leefwereld van de burgers, dan kan dat gemeenten stimuleren om vaker een beroep te doen op de eigen kracht van mensen. Zo kunnen gemeenten uitkeringsgerechtigden inzetten als vrijwilliger voor voorzieningen vanuit de Wmo, waardoor zij iets voor anderen betekenen en een tegenprestatie voor hun uitkering leveren. In het kader van integratie van allochtonen kan worden gestimuleerd tot ontmoeting van culturen en religie. Jeugdzorg wordt werken met onze jeugd aan hun toekomstdroom. Kwetsbaren kunnen worden ingezet op de arbeidsmarkt, in bedrijven en in het publieke domein. Dat levert nu nog onontgonnen sociale en materiële opbrengsten. Denk aan de sportclub die jongeren met een verstandelijke beperking mee laat spelen. Ouderen kunnen zich voor de maatschappij in blijven zetten, ook als het fysiek allemaal minder wordt. Ze kunnen deel uit blijven maken van het kerngezin en het leven van de gezinsleden meerwaarde en historische verankering geven.
De maatschappelijke crisis biedt mogelijkheden om de zaken weer in balans te brengen, om bakens te verzetten, om mensen weer verantwoordelijkheid te geven in hun eigen leefomgeving. Gemeenten kunnen hieraan bijdragen door het opzetten van een faciliterend loket en het organiseren van maatschappelijke betrokkenheid. Het gaat er daarbij om dat je als gemeente iets wil losmaken. In een gemeente als Oirschot of op de Utrechtse Heuvelrug zijn geen ambtenaren nodig die zich beroepen op regels en procedures. Ambtenaren moeten mensen activeren, de samenleving in beweging brengen vanuit een inhoudelijke professionele deskundigheid en wil tot communicatie. Vaak hebben we het over burgerparticipatie, maar hier gaat het in feite om evenwaardige overheidsparticipatie. Niet van bovenaf, maar als gelijke partij. Dat stimuleert tot actief burgerschap. Dat is geen garantie voor succes, maar het kan wel werken bij de concrete aanpak van sociale vraagstukken. Er is dan voldoende bewegingsvrijheid voor burgers in overleg met een betrokken ondersteunende gemeente. De gemeente houdt gepaste afstand maar geeft aandacht en waardering aan burgers die optreden als trekker, bouwer of verbinder in het dorp of in de buurt. Ook op decentraal niveau geldt dat de makt moet doen waar de markt goed in is, en de overheid moet doen wat het algemeen belang dient. Dat laatste betekent dat niemand in de belangenafweging wordt overgeslagen. Een terugtredende overheid is niet hetzelfde als meer markt, maar biedt de ruimte voor actieve burgerparticipatie. Daar hoort ook eigen verantwoordelijkheid van burgers bij, met rechten en plichten. 

Betrekken van burgers


Evelien Tonkens meent dat eigen verantwoordelijkheid van burgers in Nederland is opgezet vanuit een negatieve insteek: mensen hebben de plicht om meer eigen verantwoordelijkheid te nemen. De positieve opbrengsten van eigen verantwoordelijkheid moeten, zoals in Engeland, meer centraal komen staan. Betrekken van burgers is geen overdracht van macht aan burgers maar wel een uitnodiging tot nemen van verantwoordelijkheid. Eigen verantwoordelijkheid speelt zich af in de relatie tussen mogelijkheden, behoeften, knelpunten en beperkingen. Het gaat er om dat mensen worden geholpen om weer grip te krijgen op de complexe samenleving, maar ook dat ze leren het eigen belang te relateren aan grotere verbanden waar we deel van uitmaken. De voorbeeldfunctie van maatschappelijke sleutelfiguren is daarbij essentieel. Met goed voorleven kan het menselijk bestaan nieuwe betekenis krijgen: het gaat niet om zoveel mogelijk materiële rijkdom te verzamelen, maar om de rijkdom van de geest te ontplooien in ontmoeting met elkaar.
Voorleven hoe doe je dat?
Voor het goed voorleven is een aantal vuistregels van belang:
• Je moet het maatschappelijk perspectief zien en van daaruit durven en kunnen veranderen
• Er moet beter gebruik worden gemaakt van de deskundigheid van burgers en professionals
• Laat je gedrag leiden door zorg voor elkaar door materiële en sociale duurzaamheid
• Besteed in plannenmakerij zorgvuldig en vroegtijdig aandacht aan het maatschappelijk proces
• Creëer ruimte voor persoonlijke en maatschappelijke groei, ook om fouten te maken
• Neem besluiten als resultaat van creatieve confrontatie
• Werk vanuit kracht in plaats van macht.
De samenleving heeft de potentie om vraagstukken op te lossen en de overheid heeft de middelen om daar een bijdrage aan te leveren. Beleidsmedewerkers handelen in de geest van de maatschappelijke vragen en ondersteunen de burgers in constructieve en soms confronterende dialoog..De gemeenteraad toetst ontwikkelingen en problemen aan het maatschappelijke krachtenveld en besluit in wijsheid.
Voorleven in maatschappelijk perspectief van betrokkenheid en verantwoordelijk samenleven
De essenties van een nieuwe maatschappij kunnen het best worden beschreven aan de hand van tegenpolen van maatschappelijk functioneren:
- groei en mogelijkheden bieden versus controleren en straffen
- organiseren versus organisatiekaders
- dienstbaar leiderschap versus zelfverrijkende machtswellust
- professionele betrokkenheid versus bureaucratie
- verantwoordelijkheid nemen versus procedures volgen
- kwetsbaar kunnen opstellen versus jezelf indekken
- positieve kracht in mediaboodschappen versus stemmingmakende verhalen
Beleidsmakers moeten de samenlevingsinitiatieven in de kleine wereld benutten. Denk aan voorbeelden zoals de afspraak om bij de voetbalclub goede omgangsvormen te gebruiken, tafeltje dek je van de Zonnebloem, voorleesmoeders, studiemaatjes, musical van de locale vereniging, de buurtbarbecue, het dorpscafé, de carnavalsoptocht, vrijwillige thuiszorg, dress for success. Zo zijn er honderden voorbeelden van maatschappelijke betrokkenheid die duizenden kansen bieden om de regie weer terug te brengen waar deze in de samenleving thuis hoort. Mensen zetten zich in voor de gemeenschap en dat biedt persoonlijke groei, geeft zin en het stimuleert velen tot meer.
Het nabij organiseren van samenleven geeft door goed voorbeeldgedrag ook een aanzet tot goede veranderingen in de grote wereld; aan de slag, samen sterk, overbruggen van verschillen in opvattingen, cultuur of religie. Participatie vraagt om positieve energie, om een luisterend oor, om een dienende rol van politici en beleidsambtenaren, om een constructieve instelling over ieders bijdrage aan het samenleven.
Willem Vermeulen psycholoog
Raf Daenen fractievoorzitter PvdA oirschot
Beiden auteur van boek "perspectief van maatschappij in crisis" Boomlemma 2012

maandag 11 maart 2013

Talkshow Beers' Gebuurt van start



Boerderijen door de ogen van Beerse basisschoolleerlingen. Hoe smaakt bier gebrouwen in de Beerzen? Kees van Dommelen vraagt zich af wat Beerse Boys doet tegen agressie op het voetbalveld? Peter Hems spreekt over de actie 'Beers in de bres voor ALS'. Een verhaal door de voorleeskampioene van Oirschot, Evi Kisjes... Aanstaande zondag vanaf 15.30 uur alle aandacht voor deze en andere onderwerpen tijdens de eerste editie van de live talkshow Beers' Gebuurt. Presentator Jan Moeskops en tafeldame Neeltje Mulders ontvangen in Ons Mevrouw aan het Doornboomplein in Middelbeers gasten en talenten uit de Beerzen. Op het gevarieerde programma staan verder een gesproken column door Rens van Ginneken en optredens van Margret Engel en haar zanglesleerlingen en Maartje van Gestel met muziek uit de film Intouchables. Het programma sluit om ongeveer 17.00 uur af met een culturele agenda mét voorproefjes. Omroep Oirschot zendt de talkshow live uit op de radio.

De talkshow is bedoeld om in een gezellige sfeer kennis te maken met dorpsgenoten van jong tot oud en hun belevenissen en verhalen. Daarnaast biedt de show een podium aan talent uit de Beerzen. Beers' Gebuurt is een idee van 't Interieur. De redactie wordt gevormd door Raf Daenen, Jan den Otter, Rens van Ginneken en Erno Mijland. Zij leggen momenteel de laatste hand aan het programma. Het is de bedoeling dat de talkshow vaker georganiseerd gaat worden, met name in de donkere maanden. Meer informatie over het programma van aanstaande zondag op www.tinterieur.com.
Voor info tel Erno Mijland 0135142390 erno@mijland.nl
                    Raf Daenen 0646298931 r.daenen@fontys.nl

dinsdag 6 november 2012

Voorleven: voorbeeldig opvoeden


Wie alleen maar kan kruipen, zoekt houvast om te leren lopen. Houvast vergt duidelijke kaders en goede voorbeelden. Voorleven is een uitdaging voor opvoeders, het jongerenwerk, het onderwijs, de politiek en alle maatschappelijke organisaties.

Anders dan over geld en zorgpremies praten wordt het tijd dat ministers eens samen praten over de relatie opvoeden, onderwijs en cultuur en hier een maatschappelijk gedragen visie op  ontwikkelen.

Een pedagogische visie over opvoeden en samenleven.

Ouders vinden dat hun kind bijzonder is, en dus recht heeft op de beste begeleiding of hulp. De kernvraag is of het kind daar altijd beter van wordt. Met lekker sporten in een team kun je soms beter je energie kwijt en leer je vanzelf omgaan met anderen.

Opvoedingscrisis

In onze geïndividualiseerde maatschappij is het opnieuw aanbrengen van structuur in de opvoeding belangrijk, maar wel moeilijk. Vanuit de opvoedingsondersteuning weten we dat jongeren behoefte hebben aan steun en positieve communicatie enerzijds, en duidelijke kaders en toezicht anderzijds.

Volgens hoogleraar Jan Derksen van de Radboud Universiteit doen jeugdigen en hun ouders steeds meer een beroep op advisering en hulpverlening. Het stellen van diagnoses als ADHD, NLD, PDD-NOS, Asperger, of dyslexie gebeurd aan de lopende band.

Bij jongeren zelf  treed het eigen belang, een overtrokken zelfbeeld, en niet kunnen omgaan met teleurstellingen op de voorgrond. Derksen concludeert dat de oorzaak hiervan terug te leiden is naar het ontbreken van structuur in de opvoeding en onzekerheid bij opvoeders die niet meer weten hoe op te voeden en voorbeelden te stellen.

Opvoeden

Een asbak legen op straat? Dat doe je niet. Als je wilt dat je kind zich milieubewust gedraagt.

Het goede voorbeeld geven is niet gemakkelijk. Er heeft in de loop der jaren een verschuiving plaatsgevonden in opvoedingsstijl. Voorheen was de opvoeder heer en meester, nu lijkt het kind te regeren. 

Traditionele aangevers van opvoedkundige kaders, zoals de kerk, artsen, wijkagenten, postbode, onderwijzers, maatschappelijk werkers, toezichthouders,zijn uit het zicht verdwenen. Andere inzichten zoals, vrije opvoeding, het nieuwe leren, marktwerking, automatisering en efficiency heeft deze rolmodellen overbodig gemaakt, of hun handelswijze veranderd.

De jeugd stelt haar eigen kaders, en opvoeders gedogen dit, want het kind moet zich tot een bijzonder individu kunnen ontwikkelen.

Natuurlijk heeft elk kind bijzondere eigenschappen. Maar niet elke eigenschap moet worden  gekoesterd. Ook kinderen moeten leren om te gaan met de minder prettige gevolgen van hun eigenschappen. Hoe helpen we kinderen hun plaats te vinden in de maatschappij, gegeven alle goede en minder goede eigenschappen en voorbeelden in hun omgeving.

Rust, regelmaat en betrokkenheid.

In een complexe samenleving is het richten van alle aandacht op het gezin onvoldoende om structuur en betrokkenheid te creëren. Als voorbeeld de vluchtige internet- en mediacultuur. Niet alles wat op internet staat is waar, en wanneer uitingen op internet niet aan normale fatsoensregels voldoen dan kun je als gezin nog zo goed je best  doen maar je kinderen worden hier wel door beinvloed.

Samenwerken aan samenleven.

Maatschappelijke instanties kunnen dragers zijn van een nieuwe manier van voorleven, en laten zien hoe het anders en beter kan. Werken in groepsverband, en elkaar aanspreken behoeven meer aandacht als tegenhanger van individualisme en communicatie op afstand.

De aloude waarden van rust, regelmaat en betrokkenheid kunnen door scholen, instellingen en verenigingen in een bij deze tijd passende vorm worden uitgedragen. Wie werkzaam is in een maatschappelijke functie kan door voorbeeldgedrag structuur aanbrengen in het leven van mensen die daar moeite mee hebben.

De pers kan een bijdragen leveren door goed onderbouwde informatie te presenteren. En de politiek door genuanceerd en inhoudelijk te debatteren in plaats van inspelen op onderbuikgevoelens en het uitvergroten van incidenten.

Professionaliteit is echte ondersteunende aandacht

Als bureaucratische regels, marktdenken en de ver doorgevoerde protocollaire verantwoording de kern van hun werk aantasten kunnen en moeten professionals in zorg en opvoeding in verzet komen. Zorg is meer dan even een gesprek van vijf minuten. Professionals werken vanuit een maatschappelijke verantwoordelijkheid, waar opvoeden en voorleven deel van uitmaken. Het is de taak  van maatschappelijke organisaties deze verantwoordelijkheid te ondersteunen en uit te dragen.

De burger

In een sterk marktgerichte maatschappij worden Burgers geleerd steeds meer voor de eigen rechten op te komen: ”Mijn kind moet het beste van het beste krijgen”. Belangrijke pedagogische uitgangspunten als gemeenschapszin en betrokkenheid veronderstelt juist oog voor alle kinderen, ook die van de buren. Wat is er mooier dan je als (jonge) burger gesteund te voelen door de sociale gemeenschap waar je deel van uitmaakt?

De menselijke maat en duurzaam samenleven zijn belangrijke uitgangspunten bij de opvoeding van onze jonge burgers.

De Overheid

De overheid is medefinancier en regisseur van verschillende dienstverlenende organisaties. De werkelijkheid is echter, dat zorg, welzijn, onderwijs,cultuur en media worden vermarkt en ingekocht op een aanbestedingsmarkt waar moreel besef van ondergeschikt belang is.

Kortom, Nieuwe regering. U zou alles moeten ondernemen om in ons zorg, onderwijs en cultuurbeleid meer aandacht te besteden aan het samen werken aan een prettige en voor iedereen toegankelijke samenleving.


Raf Daenen, Fractievoorzitter PvdA Oirschot, mede auteur perspectief op maatschappij in crisis

woensdag 31 oktober 2012

OPINIE: Eerlijke verdeling geld en goed?

Auteur: door Raf Daenen en Willem Vermeulen | woensdag 31 oktober 2012 | 02:39 |
 
De extreem hoge beloning van onder meer profvoetballers is slecht voor de maatschappelijke verhoudingen.
De maatschappelijke verhoudingen komen door graaiende zelfverrijking in gevaar. Het is tijd voor bezinning op de fundamenten van het economisch systeem.
Waarom heeft de een veel meer salaris of bezittingen dan de ander? Waarom verdient een profvoetballer veel meer dan een topkaatser, de directeur van een woningbouwvereniging acht keer zoveel als zijn secretaresse? Voor liberalen is de verdeling van bezit en macht de vanzelfsprekende resultante van vraag en aanbod.
Als er grote behoefte is aan schaarse goederen zoals olie, gaat de prijs omhoog. Als een goede directeur dringend nodig is, moet daarvoor fors worden betaald. Verschillen zijn er nu eenmaal. Zelfs als we opnieuw zouden beginnen met voor iedereen evenveel bezit zouden snel grote verschillen ontstaan. De ene mens heeft nu eenmaal meer talenten, werklust en behoeften dan de ander. Juist marktwerking geeft de prikkel om zich meer in te spannen. Overheidsingrijpen is uit den boze. Mensen die niet mee kunnen of willen doen, zijn losers. Armoede is hun verdiende loon.

Maar ook liberalen staan geen producten toe die anderen te gronde richten (vergif, drugs, etc.) of de natuur vernietigen. Zo vrij mag de vrije markt niet zijn. Want mensen kunnen liegen, anderen uitbuiten of uitschakelen. Het spel van vraag en aanbod is geen objectief mechanisme, geen natuurwet zonder morele dimensie. Zo zijn er bedrijven die het aanbod van goederen of diensten kunstmatig beperken om de prijs te verhogen. Behoeften worden gemanipuleerd. Neo-liberalen hanteren een kader van normen en waarden zoals verantwoordelijkheid, respect en zelfredzaamheid, maar dit kader kent weinig invulling. Een degelijke borging van normen en waarden is te vinden bij christelijke en sociaaldemocratische stromingen.

Er is een christelijke stroming die het verschil in inkomen en bezit rechtvaardigt op basis van voorbestemming door een hogere macht. Degenen die in dit ondermaanse moeten lijden, worden in het hiernamaals beloond. In een andere christelijke traditie worden deugden als soberheid en zorg voor elkaar benadrukt. De mens heeft de morele plicht om goede werken te verrichten en zich niet te laten leiden door egoïstische motieven. Ieder mens zal na zijn dood rekenschap moeten geven van wat hij heeft gedaan of nagelaten. Deze christelijke traditie benadrukt de persoonlijke morele dimensie die volgens de christenen bij het liberalisme ontbreekt en bij het socialisme teveel aan een bovenpersoonlijke macht, de staat, is overgedragen.

De sociaaldemocratie is een reactie op de uitwassen van de industriële revolutie. Marx beschreef hoe productiemiddelen door de bezittende klasse worden beheerd en arbeiders net genoeg loon krijgen om hun arbeid voort te zetten. Socialisten hebben deze ontwikkeling bestreden met het argument dat arbeid waarde toevoegt aan de natuurlijke middelen. Het is niet fair dat een beperkte groep over deze natuurlijke middelen beschikt. De staat moet het beheer van natuurlijke bronnen in goed rentmeesterschap op zich nemen. Iedereen die waarde toevoegt krijgt een eerlijke beloning. Ook in dit model kunnen verschillen in inkomen ontstaan.

De moraal: hoe groot mogen de verschillen zijn? Het is arrogant om te menen dat iemand zoveel bijdraagt aan de samenleving dat hij tien keer zo veel mag verdienen en bezitten als een ander. Wie dit wel meent, geeft het verkeerde voorbeeld en ontregelt het sociale systeem van bijdragen naar vermogen. Mensen die echt bijdragen aan de samenleving zijn niet zo hebzuchtig. Maximaal vier keer modaal lijkt redelijk. Degenen die dan dreigen naar het buitenland te vertrekken, kunnen we misschien maar beter missen.
De auteurs zijn Raf Daenen en Willem Vermeulen, schrijvers van het boek 'Perspectief op een maatschappij in crisis, samen leren, samen werken en samen leven'.

dinsdag 30 oktober 2012

Waardevolle samenleving is een keuze’

Meegaan in de vaart der volkeren of  het maken van waardevolle keuzes?
Het boek ‘Perspectief op een maatschappij in crisis’ van Raf Daenen en Willem Vermeulen richt zich op studenten en professionals in sociaal-agogische en pedagogische beroepen en op politici en beleidsmakers die ‘voorleven’ als speerpunt betogen. Het boek is rijkelijk opgeluisterd met praktijkvoorbeelden, waaronder negen interviews met mensen die zich inzetten voor een leefbare omgeving. Leuk is dat een viertal interviews in deze gemeente werd afgenomen. Stichting Buurtzorg, Beerse Boys, kleine kernenpromotors Martien Mattheeuwse en Corné Lathouwers en Stichting Kubes vertelden over hun motivatie. Daenen en Vermeulen stonden soms versteld van het ‘nederig, dienstbaar leiderschap’, dat zij in hun eigen boek vastlegden.
‘Je hebt een keuze: willen we een waardevolle of een impulsieve samenleving? Wordt het een borstvergroting of een goede ontmoeting waarin men elkaar accepteert?’, stelt Raf Daenen, mede-auteur van ‘Perspectief op een maatschappij in crisis.’ Een stelling die exemplarisch in het verhaal van de schrijvers zal blijken. De twee schreven al vaker samen, dit is het eerste boekje dat een lans breekt voor kleinschalige, dienstbare initiatieven in een maatschappij die niet alleen op financieel vlak in crisis verkeert, volgens de schrijvers. Het initiatief kwam van Daenen. ‘Als voormalig wethouder werd ik geconfronteerd met verschillende ontwikkelingen in de samenleving, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning was er daar één van. Ik wilde mijn ervaringen en inzichten overdraagbaar maken’, aldus de docent Maatschappelijke Ontwikkeling aan het Fontys. ‘Daarnaast ben ik ook een gruwelijke idealist natuurlijk!’, lacht hij. Ook Vermeulen komt uit het onderwijs. ‘Met schrijven als tweede passie’, verduidelijkt de Tilburger. ‘Mijn ervaring uit het onderwijs is onder meer dat kinderen uit lagere sociale milieus vaak de miskende talenten blijken.’ Na een gezamenlijk geschreven inleiding bleek uitgever Boom/Lemma direct enthousiast en bood de mogelijkheid er een boek van te maken. Daenen: ‘Onze werkwijze was doorgaans zo dat ik iets verzon en dat we dan op woensdag samen kwamen om erover te debatteren.’ Vermeulen glimlacht: ‘Raf had de meeste ideeën. Mijn taak was het dan systematiek erin aan te brengen.’ Het boek bevat een stuk theoretische verhandeling over hoe onze maatschappij op macro- én microniveau met problemen kampt, terwijl er aan de andere kant steeds nieuwe initiatieven opduiken, die de leefbaarheid ondersteunen. Daarvan vindt men in het boek een aantal uitgewerkte voorbeelden, in interviewvorm, van de VoorleesExpress tot Werken in Kenia. In deze gemeente werden voetbalvereniging Beerse Boys, Stichting Buurtzorg, de leefbaarheid van kleine kernen Spoordonk en Oostelbeers en evenementenondersteuner Stichting Kubes onder de loep genomen. Daenen bekent: ‘Ik was bij de interviews vaak verrast hoe men op een nederige, dienende wijze een voortrekkersrol vervulde. Velen bleken echt maatschappelijke vrijwilligheid als norm te hanteren!’
Crisis

Een gezonde samenleving in stand houden, waarin we voor elkaar zorgen blijkt toch vaak moeilijker dan gedacht. Vermeulen: ‘De maatschappij verkeert in crisis. Natuurlijk ook economisch, maar daaraan ligt een andere crisis ten grondslag, is mijn overtuiging. Bijvoorbeeld door de schaalvergroting in de zorg of “vermarkting” van het onderwijs wordt het systeem bureaucratischer. Daardoor voelen mensen zich minder betrokken. Bij Buurtzorg zie je bijvoorbeeld dat je toch prima en concurrerende zorg kan leveren met minder overhead, maar wel met slim organiseren. De structuur onder de initiatieven moet wel goed zijn natuurlijk. Een gemeente of een coöperatieve bank als Rabo willen best ondersteunen, maar zijn terecht beducht voor de vraag: “Wat als jullie je terug trekken? Dan zijn wij verantwoordelijk, terwijl we alleen een geldelijke ondersteuning bieden.” Gelukkig wordt er steeds beter georganiseerd, vaak met medewerking van een groot deel van een gemeenschap. Zie de verhalen in ons boek! Toch is het wel belangrijk te blijven subsidiëren. In tijd van crisis is men geneigd daar als eerste op te bezuinigen, maar bijvoorbeeld een ouderenbond kan met relatief weinig ondersteuning behoorlijk zelfstandig draaien. Als je de ondersteuning schrapt, waar blijven de ouderen dan? De kans is groot dat het de overheid uiteindelijk meer geld kost. “Pennywise, poundfoolish” heet dat dan. Dankzij een provinciaal stimuleringsfonds kon Beerse Boys het G-Voetbal opzetten. Dat draait nu fantastisch dankzij vrijwilligers en vervult zelfs een regionale functie!’

‘De crisis zit hem ook in onze individualiteit’, constateert Daenen. ‘Ik denk dat we slachtoffer zijn van de egocentrische emancipatie. Eerst hebben we als sociaal bewogen mensen ingezet op de bevrijding van het individu. Dat is vervolgens doorgeslagen. Neem een blad als Opzij, dat vroeger de ontmoeting tussen vrouwen voorstond, maar nu een liberaal egocentrisme promoot. Dat bevordert niet de acceptatie van elkaar.’ Vermeulen vult aan: ‘Mensen zoeken toch zingeving, verder dan rijkdom of consumeren. Maar wel in eigenheid, niet meer in de opgelegde dogma’s van vroeger. Maar wat we nu zien is, we willen mooi, rijk en gelukkig zijn, liefst voor altijd en door anderen geregeld. Het probleem is dat in onze huidige sociale structuur vaak degene die het hardst roep, het meeste krijgt.’ Daenen weer: ‘Ons ‘perspectief’ is eigenlijk een vingerwijzing. Aan burgers is het soms moeilijk uit te leggen, waarom de één anders behandeld wordt dan de ander, maar toch moet je het als bestuurder uitleggen. In die zin zitten er wel wat kritische noten in ons boek. Eén van de boodschappen is ook: néém je verantwoordelijkheid. Niet alles valt met wetten te regelen. En: kiezen we voor ons zelf of voor een ander? Voor een waardevolle of voor een impulsieve samenleving? Mijn opvatting is nog steeds dat je door te geven rijker wordt.’ Vermeulen weer: ‘Dat lees je ook terug in de interviews. Mensen putten kracht uit hun dienstbaarheid. Vaak komen zulke initiatieven juist voort uit de crisis. Het heeft als positief bijeffect dat we de bakens durven verzetten, in beweging willen komen.’ Het boek ‘Perspectief op een maatschappij in crisis’ is begin dit jaar uitgekomen en te bestellen via bol.com of via www.boomlemma.nl .

Door: Rens van Ginneken Weekjournaal

donderdag 28 juni 2012


OPINIE: Onderschat kracht kleine gemeente niet

Auteur: door Raf Daenen | woensdag 27 juni 2012 | 02:39 | Laatst bijgewerkt op: woensdag 27 juni 2012 | 09:53
Oirschot, een kleinere gemeente die zou kunnen deelnemen in samenwerkingsverbanden die zich uitstrekken van Bergeijk tot Oisterwijk.

Gemeenten moeten waar nodig samenwerken om tegelijkertijd gebruik te kunnen blijven maken van de eigen kracht van de kleine gemeenschap.

Nog geen vijf jaar geleden waren we in de Kempen trots op de kracht van onze kleine kernen. Esbeek won de dorpenderby, Spoordonk heeft zijn dorpscafé, Lage Mierde won de strijd om de vrijwillige brandweer, De Weebos vecht voor het behoud van zijn basisschool, in Casteren bouwen starters, Wintelre heeft zijn dorpshuis, Hoogeloon een innovatief zorgconcept et cetera. Het zijn allemaal initiatieven waarbij de gemeenschap het heft in eigen handen neemt, voorbeelden van participatie, zorg voor de jeugd en maatschappelijke ondersteuning.

Maar nu lijkt het tij te keren. Onder invloed van de bezuinigingen van de voormalige gedoogcoalitie wordt de oude mantra dat kleine gemeenten de uitdaging van jeugdzorg, werken naar vermogen en WMO niet aankunnen, weer uitgedragen. Volgens deze visie moet schaalvergroting de kwaliteit van de dienstverlening en de bestuurskracht verbeteren, met minder ambtenaren en bestuurders.

Men vergeet dan dat organisatieonderzoek heeft aangetoond dat grootschaligheid niets te maken heeft met efficiëntie van organiseren of met kostenbeheersing. Er zijn slecht functionerende grote en kleine organisaties. Wel blijkt uit de analyse van de Amarantis scholengemeenschap het risico dat grootschaligheid tot vervreemding en grootheidswaanzin leidt. Een feit is dat bij opschaling duurdere en minder betrokken ambtenaren en bestuurders worden ingezet.

De financiële problemen in Reusel hebben niets te maken met kleinschaligheid, maar met wanbestuur en verkeerde ambities. Als het om een grote gemeente zou gaan, zouden de problemen uiteindelijk nog groter zijn geweest.

Bij de WMO, CJG en WWNV gaat het om meedoen, aanspreken op eigen kracht en oplossingsvermogen in de kleine wereld. Dat vraagt om activiteiten die niet worden georganiseerd door vervreemdende grootschaligheid, want die leiden alleen tot meer beheersing en bureaucratie.

René Cuperus (schrijver van 'De wereldburger bestaat niet'), Jan Marijnissen en anderen stellen dat tussen de polen van globalisering en ressentiment aandacht voor de directe leefwereld van mensen erg belangrijk is.

Natuurlijk kunnen we mondiale problemen op het gebied van informatie en menselijke ontmoetingen niet oplossen vanuit kleine gemeenten, maar dat lukt de grote gemeenten evenmin.

Het gaat in essentie om de vraag hoe een efficiënte wijze van samenwerken kan worden georganiseerd. Ondersteunende infrastructuur waar iedereen recht op heeft en gebruik van maakt (water, elektriciteit, openbaar vervoer, informatie, onderwijs en zorg) kan op basis van standaardisatie efficiënter samenwerkend georganiseerd worden.

Helaas is de huidige gemeentelijke samenwerking in de Kempen bestuurlijk verstopt. Er zijn 25 managers en bestuurders die niet voor elkaar onder willen doen. Dat is een groot probleem.

Om een lang verhaal kort te maken: het grote gevaar van opschaling van gemeenten is het verlies van het contact met de burgers en het niet meer zien en gebruiken van de eigen kracht van de gemeenschap.

Anderzijds is efficiënte samenwerking tussen gemeenten op vele manieren mogelijk. Voor Oirschot stel ik me een samenwerking (van Bergeijk tot Oisterwijk) voor, binnen één efficiënte dienstverlenende organisatie (zoals een Bureau Inkoop en Aanbesteding of een Milieudienst). En voor het overige vervullen we als zelfstandige historisch-monumentale gemeente met krachtige sociaal culturele kernen gewoon onze rol in Brainport en Brabantstad.



Door Raf Daenen, fractievoorzitter van de PvdA Oirschot en mede-auteur van 'Perspectief op een maatschappij in crisis'.