Posts tonen met het label sociale vorming. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sociale vorming. Alle posts tonen

zaterdag 7 mei 2011

Opvoeding: investeren in de kracht van de samenleving of toch maar kiezen voor de onbeheersbare bureaucratie.

 

Over Einsteinen en profvoetballers
In de huidige samenleving staat het belang van het kind steeds meer voorop. Uit onderzoek blijkt dat kinderen steeds vaker bij beslissingen in het gezin worden betrokken, wat wil Jantje eten, waar wil je naar toe met vakantie of wat zullen we zondag eens gaan doen. Aan de andere kant leggen ouders veel druk op de schouders van kinderen om uit te blinken, om het goed te doen op school, of om talenten te ontwikkelen in de sport of muziek. Hun kind is immers bijzonder. Het moderne  kind krijgt de moeilijke en dubbele boodschap: “je mag veel, maar je moet ook veel”. Daarnaast zoeken ouders makkelijk de oorzaak van eventuele problemen van hun kind buiten het kind zelf. De school deugt niet, of de jeugdleider begrijpt het kind niet, of de muziekleraar ziet het talent van het kind niet.
Opvoeden is meer dan het ingaan op wensen of behoeften van kinderen. Mensen zijn sociale wezens, die zich tot elkaar moeten verhouden, kinderen en jongeren moeten ergens tegen aan kunnen schuren. Ze moeten zich een positie in de groep verwerven, en leren omgaan en rekening houden met anderen. Daarom is het belangrijk dat opvoeders honoreren maar ook confronteren, stimuleren en ruimte geven, laten zien waar grenzen liggen. Ouders en volwassenen in het algemeen zijn rolmodellen en behoren voorbeeldgedrag te vertonen.
In de huidige maatschappelijke context wordt de nadruk gelegd op individuele ontplooiing en de opvang of correctie van wat we individuele tekorten vinden. Zowel fysiek (tieners krijgen hun eerste botoxbehandeling en neuscorrectie) als gedragsmatig (therapieën in alle maten en soorten). We hebben speciale scholen voor hoogbegaafden en voor kinderen met problemen (ADHD, NLD, PDD-NOS, Asperger, autisme, dyslexie, dyscalculie, enz).
Opvoeding tot burger, tot participant in de samenleving komt amper in het verhaal voor. Als het mis gaat dan is er alleen maar straf. De laatste jaren wordt de roep naar straf steeds meer benadrukt. Vanuit de media krijgen we het idee dat jongeren sneller en vooral heftiger ontsporen, en dat moet met alle middelen de kop ingedrukt worden. Voor de ogen van het volk staat het stoer om te pleiten voor strenger en langduriger straffen. We beginnen aan de achterkant, wanneer het al te laat is. Maar daar beginnen helpt maar weinig. In de jeugdhulpverlening constateren we dat bij opvoedingsproblemen vooral op regels en protocollen wordt gestuurd. Deze sturing wordt steeds weer aangescherpt wanneer er zich ernstige incidenten of maatschappelijke excessen bij de opvoeding voordoen die in de media breed worden uitgemeten. De politiek kent schijnbaar maar één sturingsstrategie, dat is het roepen om meer regels,  protocollen en controle.

Maatschappelijk opvoeden als alternatief
Het alternatief ligt in het investeren aan de voorkant, dat wil zeggen bij de opvoeding zelf. Te beginnen bij het gezin. En niet op basis van het CDA-gezinsprofiel, maar ook rekening houdend met hoe Marokkaanse ouders en Antilliaanse opvoeders, veelal moeders, weer grip op de opvoeding van hun veelal raddraaiende jongens kunnen krijgen. Als er in gezinnen problemen worden gesignaleerd, dan moet tijdig aan de bel getrokken en hulptroepen in de vorm van nabije opvoedingsondersteuning worden ingeschakeld. Ook het denken over opvoeding op school, bij clubs, bij straatwerk, behoeft aandacht. Samenleven en opvoeding zijn belangrijke aandachtsgebieden bij het opleiden van professionals om bij de uitoefening van hun taken professionele pedagogische ondersteuning te kunnen bieden. Opvoedingsondersteuners sturen daarbij op hun professionaliteit en bieden weerstand aan allerlei bureaucratisch opgelegde protocollen. Samenleven, zien en gebruiken van mogelijkheden, creativiteit en het nemen van verantwoordelijkheid zijn het keurmerk van de nieuwe pedagogische professional.
Door deze regering staat het investeren in het aanpakken van problemen als het te laat is voorop. Bezuinigingen treffen vooral de preventief maatschappelijke investeringen. Met als gevolg dat er  aan ontsporingen steeds meer geld moet worden besteed.
Door deze werkwijze dreigt het systeem vast te lopen. De individualistische bureaucratie is in deze vorm niet vol te houden. Als we een dergelijke bureaucratische vorm van hulpverlenen niet meer kunnen financieren, worden professionals, organisaties en gemeenten in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) hopelijk gedwongen om weer de verantwoordelijkheid te nemen voor meer collectieve, op samenleven gerichte activiteiten en programma’s.
Positieve samenwerking tussen professionals en vrijwilligersnetwerken wordt gestimuleerd en ondersteund in plaats van gefrustreerd. Denk aan het samenbindende vrijwilligerswerk in sportverenigingen, op scholen, in buurtverenigingen. Dat werk is gebaseerd op voortdurende aandacht en zorg, en is een bindmiddel is voor gemeenschappelijkheid. Mede daardoor wordt dreigende ontsporing van de jeugd voorkomen.
Kortom, opvoedingsondersteuning die persoonsgerichte controle ombuigt naar het sturen op het nemen van sociale verantwoordelijkheid.

Raf Daenen docent MO
Willem Vermeulen Psycholoog

donderdag 3 februari 2011

Mijn sociale vorming

Ik ben opgegroeid in een boerengezin. Ik ben de jongste van 11 kinderen. Door schaalvergroting in de landbouw moest mijn vader de boerderij verkopen en gaan werken in de Luikse metaalindustrie. Na een tussenstop in de Belgische fruitstreek kwamen we als gezin in de Belgische Kempen terecht. Wijs geworden door hun eigen ervaringen vonden mijn ouders dat je moest studeren om een goede start in de samenleving te maken.

Vanuit Zonhoven, de witte agrarische enclave tussen de mijndorpen, moest ik iedere dag 20 km op de fiets om in Genk naar het Atheneum te gaan. De mijnstakingen in Zwartberg en Winterslag hebben indertijd veel indruk op mij gemaakt. De arbeidersonrust en het gewelddadig optreden van de ME, waarbij 3 mijnwerkers doodgeschoten werden zette me als jongeling erg aan het denken. De priester die ons godsdienstles gaf heeft ons als leerlingen ondersteund in het verwoorden van onze onmacht. Het onrecht, de kwetsbaarheid van de arbeiders en de sociale ontreddering veroorzaakt door overheidsinterventie en de mijnorganisatie die de stekker eruit trok, waren aanleiding om mij te verdiepen in de arbeidsbeweging.

De sluiting van de mijnen heeft jarenlang invloed gehad op de sociaal economische problematiek in de mijnstreek. Mijn eerste confrontatie met gastarbeiders dateert uit die tijd. Ben Ali was mijn Marokkaanse vriend die ik wekelijks tegenkwam in de kroeg en die ik na sluitingstijd uitnodigde om bij ons thuis op visite te komen. Van gezinshereniging was nog niet zo van zelf sprekend.

Een van de betere sociale maatregelen die de gemeente samen met de mijnorganisatie na de mijnsluiting nam, was dat voormalige mijnwerkers hun cité woningen tegen een lage prijs konden kopen. Ondanks de grote werkeloosheid gaf dit een economische en sociale impuls aan de vaak uitgeleefde mijnwerkersbuurten. Genk met de omliggende mijndorpen is nu een van de meest bedrijvige regio’s van Belgisch Limburg.

Al met al ben ik in mijn jonge jaren en in mijn middelbare schooltijd geconfronteerd met ingrijpende sociaal/economische ontwikkelingen die grote invloed hadden op ons gezin en onze omgeving. Ik heb ervaren dat solidariteit en de kracht van mensen samen heel wat positiefs teweeg kan brengen. Ik volg dan ook de ontwikkelingen in Egypte en Tunesië met bijzondere interesse en gevoelens.Een sociale samenleving is niet pamperen, maar wel gezonde zorg hebben voor elkaar.

Uiteindelijk ben en blijf je zelf verantwoordelijk om je leven een eigen wending te geven. Voor mij was dat toen ik op mijn 18de jaar naar Nederland kwam en ging werken in de justitiële psychiatrie. En nu 35 jaar later woon ik samen met een pracht vrouw en drie mooie kinderen in het mooiste plaatsje van de Nederlandse Kempen,Westelbeers.