Posts tonen met het label vrijwilligers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vrijwilligers. Alle posts tonen

donderdag 31 maart 2011

Vrijwillige Brandweer en regionalisering




Wat niet van onder opgebouwd wordt maar van bovenaf doorgedrukt, kan nooit werken.
Vandaag was in het Brabantsdagblad te lezen dat er in de Mierden niet voldoende nieuwe vrijwilligers gevonden konden worden voor de Brandweer.
Regelmatig komen organisaties die draaien op vrijwilligers onder druk te staan. Anderzijds hebben we in Nederland de mond vol dat gemeenten in het Kader van de Wet Maatschappelijk Ondersteuning een steeds groter appel moeten doen op het oplossend vermogen van de gemeenschap. De logische gedachte die hier op volgt is, de mensen zelf (individualisering) zijn verantwoordelijk dat bepaalde voorzieningen niet meer in stand gehouden kunnen worden. Opgeschaling en professionalisering is dan ook een logisch gevolg.
Als we het nu eens omdraaien. Wanneer we al die onderzoekende mensen achter de bureaus in zouden zetten op de werkvloer, dan zou wat nu als bureauveiligheid wordt opgelegd, praktische doorleefde veiligheidservaring zijn,
Of het nu gaat om onderwijs, buurtzorg, maatschappelijkwerk, bibliotheken, we trappen steeds in de zelfde valkuil. We denken dat groot en professioneel onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Maar al te vaak is groot gekoppeld aan bureaucratie, onderzoek op afstand, beheersing en protocollen. Vermeende efficiëntie winst gaat gepaard met verlies aan betrokkenheid.
Ik wil pleiten voor het sturen op professionele betrokken organisaties drijvend op vrijwilligers in plaats van te sturen op gebureaucratiseerde schijn veiligheid.
Voor de brandweer in de Mierden e.a. betekend dit, burgemeesters denk niet waarom iets niet kan. Mobiliseer energie over hoe we iets wel kunnen behouden.
De kracht van de kleine betrokken gemeenschappen is de essentie van de WMO: Creatieve oplossingen niet perfect maar wel zeker zo goed.

zaterdag 19 februari 2011

Hulpverlening sluit niet aan op samenleving

Door Maud Verschuuren

Als het gaat om positionering en imago heeft het management van welzijnsorganisaties een mooie uitdaging. Initiatieven vanuit gemeenten die samenwerking bevordert tussen verschillende welzijnsinstellingen worden beschouwd als tijdverspilling. Keer op keer laten hulpverleners en directie het afweten op momenten dat zij zich positief kunnen etaleren bij de lokale bevolking. Samenwerking met vrijwilligersorganisaties wordt meesmuilend gadegeslagen aangezien de interne opvatting heerst dat vrijwilligers geen gelijkwaardige partners kunnen zijn voor professionals. Deze eenzijdige vooringenomenheid zorgt voor gemiste kansen wanneer het gaat om een allround aanpak van problematieken in buurt en wijk. Vrijwilligers zijn de ogen en oren van de hulpverlening. Zij zien en ervaren de echte problematiek en komen dichter bij cliënten dan hulpverleners. Vrijwilligers worden toegelaten in privé situaties waarvan de hulpverlener vanachter zijn bureau slechts kan fantaseren. Gewend om gepamperd te worden gaat de maatschappelijk werker niet graag op huisbezoek. Slechts in hoognodige gevallen worden consessies gedaan. De maatschappelijk werker staat niet meer in de maatschappij maar staat ernaar te kijken vanaf de zijlijn, bang en onwetend ten aanzien van haar doelgroepen. Gelukkig hebben hulpverleners het te druk met rapporteren dus wie kan ze het kwalijk nemen. Want de maatschappelijk werker betichten van weinig maatschappelijk besef is zo’n beetje als vloeken in de kerk.

zaterdag 12 februari 2011

Vrijwilligerswerk in de praktijk

Door Zoë Bogaarts

Er is mij gevraagd of ik een stukje wil schrijven over het vrijwilligerswerk wat ik doe. Ik neem namelijk deel aan een mentorproject. Dit project houdt in dat je gekoppeld wordt aan een jongen of meisje uit groep 8.

Het doel is dat je jouw mentorkindje begeleid op weg naar de brugklas en tijdens de brugklas zelf. Je helpt en begeleidt zowel op didactisch als op sociaal/emotioneel niveau. Je neemt als het ware de rol van ‘grote broer/zus’ aan.

De docent van de basisschool geeft aan of een kind baat zou hebben bij een mentor. Dit kan zijn omdat het kind sociaal wat zwakker is, hulp nodig heeft bij bepaalde vakken of omdat het kind in een ‘probleemzone’ zit (hiermee bedoel ik dat wanneer hij/zij de verkeerde mensen tegen zou komen, dat het kind weleens op het verkeerde pad terecht kunnen komen).

In de weken voor de zomervakantie (wanneer het mentorkindje nog in groep 8 zit) is het de bedoeling dat je kennis maakt met hem/haar en zijn/haar familie en tevens een vertrouwensband opbouwt. Je spreekt op regelmatige basis met elkaar af en gaat samen iets ondernemen. Wanneer het kind in de brugklas zit, help je met huiswerk, met problemen op school of met vrienden. Tevens kun je de ouders helpen door bijvoorbeeld mee te gaan naar een ouderavond, het lezen van een brief vanuit school, enz.

Zelf ben ik gekoppeld aan een Turks meisje, Betul. Het is een gezellige, sociale en kletsgrage meid. Ik zie haar anderhalf uur in de week en het gaat heel goed met haar. Voor de aanvang van de zomervakantie hebben wij voornamelijk ontspannende activiteiten met elkaar ondernomen. Dit omdat wij elkaar dan beter konden leren kennen en om zo een band op te bouwen. Ook heb ik in die tijd kennis gemaakt met haar ouders om hen te leren kennen en om ook met hun een vertrouwensband op te bouwen.

Betul en ik gingen in die tijd samen frisbeeën, naar de stad, voetballen of gewoon een beetje kletsen. Ook zijn wij samen naar haar (toen nog) toekomstige school gefietst om zo te kijken hoeveel tijd ze kwijt zou zijn met de rit. Dit hebben we twee keer gedaan. Zo was de route voor haar bekend en zou ze minder zenuwachtig zijn om de eerste keer naar school te fietsen .
We hebben samen haar schoolspullen en boeken gehaald en leerde elkaar steeds beter kennen.

Sinds Betul op de middelbare school zit, spreken we wekelijks met elkaar af. Over het algemeen maken we alleen samen huiswerk en help ik haar met het leren van proefwerken en overhoringen. Maar tussen neus en lippen door merk ik dat Betul mij allerlei vragen stelt over zaken die bij de puberteit horen (vriendjes, uitgaan, vriendinnen, ruzies, enz.). Ze ziet mij daadwerkelijk als een soort grote zus en stelt mij vragen die ze aan haar moeder niet durft te vragen.

Haar ouders zijn erg gastvrij en vragen mij regelmatig of ik blijf eten of nodigen mij uit voor feestdagen (bijvoorbeeld Suikerfeest). Ook krijg ik regelmatig lekkernijen mee naar huis die moeder zelf gebakken heeft.  Ik vind het mooi om te zien dat ik zo met open armen ontvangen wordt in hun huis en dat zij mij ook met hun dochter vertrouwen.

Ik vind het een leerzaam en leuk project. Ik leer over de omgang met een meisje dat aan de begin van haar pubertijd staat, ik leer meer over de Turkse cultuur, ik heb het idee dat ik een klein zusje erbij heb en ik heb het idee dat ik bijdrage lever aan een prettige voortzetting van Betuls middelbare schoolcarrière.

maandag 7 februari 2011

Gesprek met vrijwillige brandweerman over veiligheid


Ik ben niet gelukkig met het sluiten van de post Lage-Mierden. Alles wordt professioneel opgeschaald maar of het daardoor beter wordt, is de vraag.

Natuurlijk heeft het werken vanuit een veiligheidsregio voordelen. Maar als deze professionalisering trend zich door zet dan krijgen we andere problemen. Stel dat je in Reusel een hoogwerker uit Eindhoven moet laten komen dan heeft men daar al die tijd geen voorziening.

De bureaucratie en en de papieren schijnveiligheid slaat ook hier toe.. Weet je de betrokkenheid en inzet die wij als vrijwilligers hebben gaat ook verloren met een louter professionele brandweer.. wij hebben nog onze eigen kazerne nog gebouwd.

Werken met vrijwilligers is voor de overheid voor een dubbeltje op de eerste rij zitten. Weet je wat het is wat weg is, is weg en komt niet meer terug. Stel dat we nu de post Lage-Mierden sluiten en over twee jaar hebben we de mogelijkheid om te werken met kleine operationele teams, dan is het te laat.

Ik snap trouwen niet dat al die professionele brandweer mannen een fulltime baan hebben. We zouden ook kunnen kijken of het brandweerman zijn gekoppeld kan worden met een parttime baan als veiligheid ambtenaar, werken als voorwerker bij de WSD of in de plantsoenen.

Ik bedoel maar er zijn best alternatieven als je wat meer out of the box durft te denken. Als brandweer mensen zijn we heel veel bezig met het opbouwen van routine, maar in de acute nood situatie is het toch vaak improviseren. Wat mij betreft heeft veiligheid alles te maken met betrokkenheid, bevlogenheid en verantwoordelijkheid.

maandag 10 januari 2011

Ouderdom geen probleem maar een kans

Ouderen zijn niet saai en uit de tijd. Natuurlijk willen ouderen niet alles wat we ze voorschotelen. Dat is trouwens maar goed ook. Vanuit gebruiksoogpunt valt er nog veel te verbeteren aan produkten en diensten.

Op de meer sociale terreinen drukken ouderen duidelijk hun stempel. De meest gebruikersvriendelijke dienst is het ouderenwerk. Heel praktisch en functioneel: tafeltje dek je, sociale alarmering, zelf hulp en ondersteuningsgroepen, vrijwillige adviesbureaus, praatgroepen, studieclub's, etc. Al het denkbare en zinvolle is mogelijk. Voor een prikje zit de overheid op de eerste rij. Er is trouwens geen groep die zo goed georganiseerd en actief in de samenleving staat dan de ouderen en hun bonden. Naast kienen, kaarten en koersballen, zijn ouderen ook op andere terreinen actief met woning inventarisatie, ziekenbezoekdienst, computercursussen, belangen behartiging, ouderen en geloven.

Ouderen houden ons alert door dingen te doen en ons in beweging te zetten. Of het nu gaat om de kwaliteit van zorgvoorzieningen, of hoe de balans tussen vrijwilligerswerk en betaald werk moet gevonden worden. Is het niet goed schiks dan maar kwaad schiks. Daar waar zorg niet aansluit op de behoeften van de oudere klant daar nemen de kosten hand over hand toe. Het gaat niet op om de zaken om te draaien en te zeggen dat de zorg aan ouderen onbetaalbaar wordt. De zorg en dienstverlening wordt onbetaalbaar daar waar men de oudere klant niet serieus neemt. WMO gelden ter preventie van erger blijven liggen en worden op gemeentelijk niveau voor andere dingen aangewend. De kans is dan ook heel groot dat op een later tijdstip de verzorgingskosten in een veelvoud toenemen.

Voor de samenleving is het natuurlijk prettig als er veel vrijwilligers actief zijn. Hierdoor kunnen er ook veel activiteiten tegen lage kosten uitgevoerd worden. Maar minstens zo belangrijk is dat de kwaliteit van de dienstverlening toeneemt door de inzet van vrijwilligers.  Oudere vrijwilligers kunnen op een heel informele wijze contact leggen en krijgen deuren open die anders gesloten blijven. Voor de samenleving is het van belang dat mensen niet tussen wal en schip vallen . Door het uitoefenen van vrijwilligers werk blijven ouderen betrokken bij de samenleving, maken deel uit van een netwerk en benutten hun kwaliteiten die anders veel te snel verloren dreigen te gaan.

Ouderen schromen niet om opvoedkundige taken op zich te nemen. Naast hun belangrijke rol als het grootouderschap worden er verhalen verteld en voorgelezen op scholen. Door te vertellen over vroeger en wat hiervan te leren valt kan op een prettige wijze een stuk van onze nabije geschiedenis aan de jeugd overgedragen worden. Belangrijker nog is dat men laat zien hoe het leven geleefd kan worden en welke zingevende momenten hierin opgesloten liggen.

En uiteindelijk dwingen ouderen ons om te gaan met de dood. Hoe moeilijk wij het ermee hebben om afscheid te nemen van onze ouders, niet omdat het sterven onwaardig is, dat is in een enkele situatie slechts het geval. Echter veel meer omdat we vergeten zijn dat de dood bij het leven hoort en we in ons drukke hollen, vergeten zijn dat het om een zinvol bestaan gaat. Goed afscheid nemen is een kunst op zich. Als we met ouderen omgaan leren we iets over ons leven en de functie van de bezinning op het leven.

Nee ik maak me geen zorgen om de ouderen. Zij zorgen over het algemeen goed voor elkaar en voor zichzelf en als dat in mijn ogen niet meer zo goed verloopt is dit vaak eerder een probleem van mezelf dan van de ouderen.

Waar ik me wel zorgen over maak is datgene wat wij als burgers en dienstverleners laten liggen om nog zinvol oud te kunnen worden. Wat ik zeker weet is dat het werken met ouderen boeiend, actief, verantwoordelijk, zorgzaam, lerend en zingevend is.