Posts tonen met het label jeugdzorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jeugdzorg. Alle posts tonen

vrijdag 18 oktober 2013

Jeugdzorg dicht bij huis,Werk aan de winkel


De jeugdzorg dichtbij en bereikbaar, het kan!
Afgelopen week heeft de Tweede Kamer ingestemd met de nieuwe Jeugdwet. Gemeenten krijgen hierdoor in 2015 de verantwoordelijkheid over de jeugdzorg. Dit is een grote stap vooruit omdat de hulp aan gezinnen nu dichtbij georganiseerd wordt. Hierdoor krijgen kinderen sneller de juiste hulp, ouders worden beter betrokken en hulpverleners krijgen meer vertrouwen.
Op dit moment zijn er nog teveel kinderen met problemen die te laat of zelfs geen hulp krijgen. Dat komt omdat bij gezinnen met meerdere complexe problemen de hulp erg versnipperd is. Uit onderzoek blijkt dat er wel tussen de negen en zeventien hulpverleners bij een gezin betrokken zijn. Deze werken langs elkaar heen en ouders zien door de bomen het bos niet meer. Daarnaast duurt het lang voordat gezinnen eindelijk hulp krijgen en die hulp is ontzettend duur. Dat moet anders.
En wij gaan dat nu ook anders doen, wij gaan de jeugd- en gezinshulp in Nederland anders organiseren. Voor één gezin, komt er één plan en één ondersteunende hulpverlener. Die hulpverlener komt bij gezinnen thuis en helpt direct orde op zaken stellen. Op maat, waarbij de hulpvraag centraal staat. De hulpverlener beperkt zich niet tot maar één taak, maar gaat direct aan de slag bijvoorbeeld met opvoedadvies, hulp bij het zoeken naar werk of bij de schuldhulpverlening. De hulpverlener doet dit niet alleen, maar kijkt ook wat het gezin zelf kan. Samen met bijvoorbeeld familie, vrienden en de buren. Daarnaast wordt gezorgd voor professionele hulp, waar het gezin dat echt nodig heeft. Doordat er wordt gezorgd voor minder bureaucratie en afvinklijstjes, is er meer tijd voor het gezin. In Amsterdam is nu al te zien dat deze aanpak een spectaculaire vermindering van het aantal uithuisplaatsingen van kinderen met zich meebrengt. De kinderen worden sneller en beter geholpen en de gezinnen zijn tevreden. En de kosten zijn fors lager.
De nieuwe Jeugdwet biedt dus kansen om de zorg dichtbij te organiseren in belang van het kind en het gezin. Nu deze wetgeving er ligt en er duidelijkheid is over de voorwaarden, is het aan de gemeente om de jeugdzorg in hun woonplaats te gaan organiseren. Daar ligt de grootste uitdaging en daar moeten de colleges van B&W, gemeenteraden en jeugdzorgorganisaties samen aan de slag. De kansen die er liggen zijn groot, de mogelijkheden ook. Dat vraagt scherpte om deze te benutten.  De PvdA gaat hier graag mee aan de slag; op deze wijze kunnen we effectieve, snelle hulp dichtbij organiseren voor kinderen en gezinnen in heel Nederland!
[eigen naam], gemeenteraadslid PvdA [gemeente]
Loes Ypma, Tweede Kamerlid PvdA

vrijdag 17 mei 2013

Als je bij een actieve en positieve club wilt horen


Stelling: 3 miljoen besteden van de verkoop van het woningbedrijf aan onderhoud wegen is een goede keus

Geen woorden maar daden

Als PvdA zijn we meer dan ooit gedreven ons in te zetten voor een gezonde en actieve gemeenschap. Ook al nemen we niet deel aan de coalitie en het College van B&W, we staan niet zeurend aan de kant  maar nemen met visie en goede initiatieven het heft in handen.
Net als de andere partijen zijn we ons aan het voorbereiden op de verkiezingen. Als je bij een actieve en positieve club wilt horen is nu het moment om dit aan ons kenbaar te maken. Over 9 maanden is het zo ver.
In de raadsvergadering van 28 mei zal er eindelijk een krediet vrijgemaakt worden voor een veilig fietspad langs de Beerseweg, zodat de Beerse jeugd veiliger naar school kan gaan.
Het Regionaal Samenwerkingsverband Eindhoven (SRE), krijgt een andere opzet. Wij snappen niet dat het Oirschotse College ingestemd heeft met het schrappen van milieu en welzijnsactiviteiten uit het samenwerkingsprogramma. Zeker met de grote decentralisaties in het verschiet (Jeugdzorg, WMO, en Participatie) zou de Brainport regio in het kader van sociale duurzaamheid hier het voortouw in moeten nemen. Als PvdA zullen we een motie indienen om deze, in onze ogen foutieve keuze, hopelijk te kunnen herstellen.
Verder wil het College 3 miljoen uit de pot van de fysieke en sociale leefbaarheidsreserves graaien, lees reserves verkoop Woningbedrijf. Voor de PvdA is het nog enigszins acceptabel om 1miljoen achterstallig onderhoud van de wegen hieruit te financieren.
Deze coalitie en het College zijn al 3 jaar bezig orde op zaken te stellen en de tering naar de nering te zetten, niet dus. Intussen is de pot van het Woningbedrijf al voor de helft opgesoupeerd, maar de financiën en de organisatie zijn nog steeds niet op orde en afgeslankt. Wij als PvdA hebben veel moeite met het verstrekken van een extra krediet van 1 miljoen om de organisatie alsnog op orde te brengen. Als PvdA willen we eventueel ½ miljoen ter beschikking te stellen om de organisatie een kanteling naar de gemeenschap te laten maken. Burgers kunnen veel zelf doen, waardoor er echt bezuinigd word, maar dan moet de gemeentelijke organisatie echt geïnteresseerd zijn in de samenleving en haar activiteiten ondersteunen en stimuleren. Wij zien dit niet terug in het voorstel. Laat staan dat er dan iets van terecht komt.
Kortom er staan weer boeiende zaken te gebeuren die en uw portemonnee en het prettig samenleven beïnvloeden. Stop het zonder visie gaten dichten met de middelen die bedoeld zijn voor maatschappelijke voorzieningen. Wij als PvdA willen investeren in de samenleving, de gemeentelijke organisatie en  het besteden van de middelen moet hierop afgestemd zijn.
Onze fractievergadering vind plaats op 23 mei 2013 vanaf 20.00 uur in de Ramblaz aan de Barcelona. Denk en doe met ons mee. Je bent van harte welkom, hoe meer zielen hoe meer vreugd.
Namens PvdA Oirschot de Beerzen,
Raf Daenen 06-46298931

maandag 15 april 2013

De Decentralisaties de Baas


Wet Maatschappelijke Ondersteuning, Jeugd Zorg, Participatie Wet
Gemeenten spelen de komende jaren een cruciale rol bij de drie decentralisaties. Daarnaast  heeft de gemeente een opgave in het ombuigen van de bedreigingen die de crisis met zich meebrengt, naar kansen voor kwetsbare burgers en voor de samenleving als geheel. Dit vraagt om een stevige regie van gemeenten.

Droombeeld of werkelijkheid
Oirschot investeert al een aantal jaren in een lokale en integrale aanpak van kwetsbare burgers. We investeren in vroegtijdige ondersteuning van burgers op wijk- en dorpsniveau door middel van samenwerking met lokale organisaties, cliëntvertegenwoordigers, woningcorporatie, lokale ondernemers en particuliere initiatieven. Ook realiseren we projecten waarbij burgers zich actief inzetten in hun eigen woonomgeving. We vorderen in onze aanpak en boeken langzaam maar zeker resultaten in het verbinden van de sociale vraagstukken samen met professionals en vrijwilligers. Zo blijft Oirschot een bloeiende en dynamische gemeenschap waarin veel burgers een actieve rol hebben.

Landelijke maatregelen en de effecten voor onze gemeente
Het participatiebudget en de algemene uitkering staan onder druk. De Werkdeel- en Educatiebudgetten zijn meer dan gehalveerd in enkele jaren tijd. We moeten de instroom en het voorzieningenniveau drastisch beperken, terwijl het aantal aanvragen (werkzoekenden, schulden, huishoudens met problemen) toeneemt en naar verwachting de komende jaren zal blijven groeien. De invoering van de Participatiewet gaat eveneens gepaard met fikse kortingen. Het toekomstperspectief is niet rooskleurig. Naast bezuinigingen belemmeren onnodige regels het maatschappelijk ondernemerschap van gemeenten en organisaties. Budgetten en overheidshandelen zijn aan zoveel (aanbestedings)regels gebonden dat we worstelen om maatschappelijke projecten succesvol te organiseren en de uitvoering duurzaam in te richten met lokaal verankerde organisaties.
Het effect van de opeenstapeling van rechtmatigheidsregels en verantwoordingseisen is dat we onze beschikbare tijd en energie (=geld) moeten investeren in verdiepen, voorbereiden, afstemmen, toetsen, bijstellen, verantwoorden van contracten, maatschappelijke projecten en initiatieven. We kunnen op ieder moment verrast worden met informatie die onze plannen blokkeert omdat er weer nieuwe regels zijn die de voortgang verhinderen. De risico’s zijn vaak te groot om dan toch door te zetten. Ondernemerschap en creativiteit ontwikkelen (en de risico’s nemen die daarbij horen) is haast een onmogelijke opgave, terwijl we die competenties juist nodig hebben om –ondanks de crisis- te werken aan participatie en zelfredzaamheid van onze meest kwetsbare inwoners.
Samenvattend : Het effect van langdurige bezuinigingen is dat we de kwetsbare burgers onvoldoende perspectief bieden op een zelfstandige bestaanszekerheid. We kunnen de schade beperken door nu te investeren in deze doelgroep. Doen we dat niet, dan betalen we op de lange termijn het gelag.

Wilt je met ons meepraten dan ben je welkom op onze fractievergadering op donderdag 18 april om 20u in de Kemphaan te Middelbeers, Mea de laat, fractiespecialiste decentralisaties PvdA Oirschot

maandag 30 mei 2011

Informatie over Transitie Jeugdzorg gebundeld



K2 Adviesbureau voor Jeugdvraagstukken heeft voor u de meest relevante informatie over de Transitie Jeugdzorg geselecteerd en verwerkt in een reader 'Transitie Jeugdzorg'. Onder de rubriek 'Uitgelicht' leest u over de conferentie Transitie Jeugdzorg 21 april 2011.
Met de ondertekening van het voorlopige Bestuursakkoord op 21 april 2011 zijn de contouren van de Transitie Jeugdzorg vastgelegd.

De meest relevante informatie over de Transitie Jeugdzorg is geselecteerd en verwerkt in een reader 'Transitie Jeugdzorg'. Gedurende de duur van de transitie wordt de reader regelmatig geactualiseerd.

donderdag 19 mei 2011

Bouwen aan het nieuwe jeugdstelsel

 De Jeugdzorg gaat verbouwen. Dat besluit is genomen door het kabinet Rutte en staat in het Regeerakkoord. In het bestuursakkoord van april 2011 is onderhandeld over de uitwerking ervan.
Het nieuwe beleid is erop gericht de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid voor een groot aantal voorzieningen, inclusief de gespecialiseerde jeugdzorg, bij de gemeente neer te leggen. Dat is ingrijpend en veelomvattend. Een zelfde ontwikkeling zien we in het onderwijs. In het kader van het zogeheten ‘Passend onderwijs’ komen er regionale samenwerkingsverbanden die samen met de jeugdzorg de zorgplicht moeten waarmaken.
Met de komst van de Centra voor Jeugd en Gezin(CJG) in de vorige regeerperiode is er een basis gelegd voor deze transitie. De oprichting van de CJG’s werd ingegeven door de slecht toegankelijke en vaak versnipperde zorg in het preventieve domein, een onoverzichtelijk niet vraaggericht aanbod van diensten en onvoldoende coördinatie van zorg. Dit probleem is met verve aangepakt, de CJG’s zijn nog pril en zeker niet ‘af’ maar er is wel sprake van een robuuste beweging in heel Nederland. Bijna alle gemeentes hebben de afgelopen vier jaar deze CJG’s ontwikkeld of hebben de plannen hiervoor klaarliggen. In april 2011 heeft 66 procent van de gemeenten een fysiek CJG gerealiseerd. In totaal hebben deze 275 gemeenten 547 CJG-locaties. 69 procent heeft een CJG-website gerealiseerd.
De visie dat zorg dichtbij en gemakkelijk toegankelijk moet zijn is inmiddels breed gedragen. Die visie geldt ook voor de meer specialistische jeugdzorg. Een nieuw inzicht is dat we nog veel meer kunnen inzetten op het versterken van de opvoeding en dat we af moeten van
De verbouwing gaat een flinke tijd in beslag nemen. We moeten minimaal rekenen op 4 jaar. Maar de tijd is er wel rijp voor. Intussen moet de zorg voor de jeugd gewoon doordraaien. Dus
zorg overnemen. Dat er nog veel meer gewerkt kan worden aan het herstel van het gewone leven, aan het versterken van eigen kracht en autonomie van jeugdigen en hun ouders. Dat vraagt om een ander denken en anders handelen. Dat betekent niet alleen een transitie, maar ook een transformatie. business as usual en tegelijk under construction. Missie: sterke basis en samenhangende zorgstructuur voor gezond en veilig opgroeien De hele verbouwing dient één centrale missie die ouders, mede-opvoeders en jeugdzorginstellingen delen: ervoor zorgen dat die jeugdigen gezond en veilig opgroeien. Dat is hier in de breedste zin van het woord op te vatten: zowel de fysieke gezondheid, als het psychisch welbevinden, de cognitieve capaciteiten, sociale relaties en plek in de samenleving. De verbouwing is niet bedoeld om ‘slechts’ financieringsstromen en bestuurlijke verantwoordelijkheden te verleggen. Die zijn volgend op de inhoudelijke slag.
 
  1. Een sterke en positieve basis in onze samenleving voor jeugd en ouders door het versterken van de informele steun van sociale netwerken (bouwend aan de zogeheten civil society) en de algemene voorzieningen.
  2. Een samenhangende zorgstructuur in het stelsel realiseren, erop gericht de opvoeding niet over te nemen, maar zoveel mogelijk te versterken.

maandag 9 mei 2011

Bestuursaccoord: Paard van Troje

De FNV is tegen het concept bestuursakkoord tussen het Rijk en de lagere overheden. In een brief die maandag gepubliceerd is op de website van de Volkskrant, roept FNV bestuurder Leo Hartveld de gemeenten op het akkoord te verwerpen.
Het bestuursakkoord zal voor de gemeenten een 'Paard van Troje worden', aldus FNV-bestuurder Leo Hartveld in de brief op de Volkskrant website. ‘Op het eerste gezicht lijkt er voor de gemeenten veel te winnen. Door decentralisatie van taken zullen gemeenten veel meer te zeggen krijgen over legio onderwerpen als sociale zaken, jeugdzorg, WMO. De VNG en het kabinet leiden de aandacht af door hier steeds naar te wijzen. Maar met de taken komen veel grotere risico’s en verantwoordelijkheden, die gemeenten redelijkerwijs niet kunnen dragen.’
OpgezadeldDe gemeenten stemmen op 8 juni over het bestuursakkoord, waarin afspraken staan over de uitvoering van bezuinigingen en hervormingen op het gebied van arbeidsmarkt voor kwetsbare burgers, jeugdzorg en de AWBZ. Doel is veel van die taken en verantwoordelijkheden door te schuiven van de rijksoverheid naar lagere overheden. FNV-bestuurder Hartveld stelt dat de gemeenten opgezadeld worden met een substantieel deel van de bezuinigingen van de rijksoverheid. ‘De gemeenten mogen de rommel opruimen.’
Grof gesneden‘Door het akkoord wordt een groot deel van de bezuinigingen bij de gemeenten neergelegd,’ aldus de FNV-bestuurder in de brief op de Volkskrant website. ‘Bovendien wordt er grof gesneden in de sociale zekerheid. De zwakste groepen in de samenleving worden hierdoor het meest geraakt.’ Hartveld is lid van het Federatiebestuur van de vakcentrale FNV. Hij zit namens de FNV in de Sociaal-Economische Raad (SER).
GemeentesecretarissenOok de Vereniging van Gemeentesecretarissen (VGS) is niet optimistisch. Zij wijst het akkoord niet af, maar vindt ‘de risico’s door de enorme korting op budgetten wel erg groot’. Dat schrijft voorzitter Arjan van Gils van VGS aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Van Gils en consorten zijn wel positief over de beleidsruimte voor gemeenten bij het uitvoeren van de Wet werken naar vermogen, maar zij wijzen op de krappe budgetten die gepaard gaan met het bestuursakkoord.

donderdag 14 april 2011

Plaats de beste en meest ervaren professionals in de uitvoering




De overheveling van de jeugdzorg naar gemeenten kan alleen slagen als er een andere zorgvisie aan ten grondslag ligt. Minder individuele interventies op basis van risicotaxaties, meer versterking van sociale netwerken en een betere inzet van ervaren professionals op het moment dat het probleem nog niet escaleert. Dat schrijft de RMO in zijn briefadvies Bevrijdend kader voor de Jeugdzorg 
De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling adviseert regering en parlement over sociale verhoudingen in Nederland.

Plaats de beste en meest ervaren professionals in de uitvoering
De laatste jaren is de overheid zich met name gaan richten op de organisatie en sturing van de jeugdzorg. Daarbij heeft zij zich onvoldoende gerealiseerd dat dit op het niveau van de professionele praktijk moeilijk, zo niet onmogelijk sturen is. De relatie tussen professional en cliënt of burger is vooral een sociaal-interactieve relatie, die zich moeilijk laat standaardiseren en 8 Bevrijdend kader voor de jeugdzorg protocolleren. Professionals ervaren dat ook zo en geven aan dat ze steeds meer in een spagaat terechtkomen tussen enerzijds de zorgbehoeften van de cliënt en anderzijds de sturing vanuit de eigen organisatie (ceg 2009).
Na jaren van vraaggericht werken is er in de jaren negentig van de vorige eeuw een verzakelijking in de maatschappelijke dienstverlening opgetreden. Dat heeft in de jeugdzorg geleid tot een benadering waarin evidencebased werken en gebruiken van effectieve methoden bepalend zijn voor de interventie. Deze benadering is zo sterk gaan overheersen dat overheden bij voorkeur programma’s en methoden inkopen waarbij wordt geclaimd dat ze evidencebased zijn. Evidencebased werken is daarmee synoniem geworden voor professionaliteit (Van Montfoort 2008). Maar opvoeden en de ondersteuning daarbij van professionals is niet vast te leggen in protocollen en standaardoplossingen. Bovendien is de professional ook zelf onderdeel van de sociale interactie met zijn de hulpvrager en zal hij voortdurend situaties en dilemma’s moet inschatten en keuzes moeten maken. Opvoeden laat zich niet vangen in een keten van probleem – diagnose – indicatie – behandeling – klaar. Dat vereist sensitiviteit van de professional en deskundigheidsbevordering vanuit de overheid (De Winter en Schottelndreier 2010).
In een aanpak vanuit de versterking van de sociale omgeving zouden professionals ouders in de eerste plaats moeten stimuleren naar het eigen netwerk te kijken (zoals beoogd met de Eigen Kracht Conferenties). Maar in de huidige consultatiebureaus, ouder-en-kindcentra en het onderwijs heerst een zekere handelingsverlegenheid. Die is een gevolg van eerdergenoemde overmatige aandacht voor sturingsvragen, evidencebased werken en individuele interventies waarbij probleemgevallen apart worden gezet. Het is tijd om deze trend te keren en de professional weer ruimte te geven voor hulpverlening dicht bij het gezin. Onderdeel daarvan is minder investeren in residentiële zorg en meer in lichtere en zwaardere ambulante  ondersteuning thuis. Dat kan vanuit de sociale omgeving of vanuit een goed opgeleide en toegeruste professional die, in de woorden van kinderrechter Anita Leeser, als ‘een rots in de
branding’ voor het gezin kan werken (De Fauwe 2008). De overmatige aandacht voor sturingsvragen komt ook tot uitdrukking in de kennelijke onderwaardering van beloningen voor de professional in de uitvoering. De meeste senior professionals of docenten verdwijnen vaak naar het (midden)management van een instelling of school, omdat dat meer aanzien en financiële beloning geeft. De beste professionals zouden meer (belonings)prikkels kunnen ontvangen als ze juist niet naar het management doorstromen, maar in de uitvoering blijven. Op den duur zou dit kunnen leiden tot een andere invulling van het functiegebouw.

woensdag 13 april 2011

Jongeren na jeugdzorg: de verbinding naar volwassenheid

Voor professionals die met jongeren werken

Bron: Participatiewerkplaats Jeugd

Het boek Jongeren na jeugdzorg: de verbinding naar volwassenheid neemt het perspectief van de jongeren zelf als uitgangspunt. Jongeren die vanuit een kwetsbare positie voor de uitdaging staan om een zelfstandig leven op te bouwen. In dit boek wordt stilgestaan bij herstel van het gewone leven, de betekenis van sociale netwerken, betrokken professionals, vakmanschap, scharrelruimte en lerende netwerken. Een boek voor professionals die met jongeren werken. Professionals die hun vakmanschap willen versterken en begeleidingsvormen (verder) willen ontwikkelen waarvan jongeren en hun naasten zeggen: hier kan ik mee verder, dit helpt mij om te zijn of te worden wie ik wil zijn en op eigen benen te kunnen staan.

Dit  boek is een gezamenlijke uitgave van de Participatiewerkplaats Jeugd (onderdeel van Zorgbelang Brabant),  de Gezamenlijke Cliëntenraden Jeugdzorg in Noord-Brabant (CRJZNB) en de PRVMZ.  Deze publicatie is mogelijk gemaakt met een subsidie van de provincie Noord-Brabant.

Het boek is gratis te downloaden via http://www.praatmetons.nl/index.php?p=6&i=41&s=.

zaterdag 12 februari 2011

Wie de jeugd heeft, had de toekomst?

Een van de grootste veranderingen die er de komende jaren plaats gaat vinden is de aansturing van de Jeugdzorg vanuit de provincie naar de gemeenten. Het lijkt er erg op dat dit geen thema is bij de provinciale verkiezingen.
Bij de overheveling zullen alle gelden die in de jeugdzorg omgaan met 300.000 gekort worden vanwege een efficiëntie korting. Sommige gemeenten zijn druk bezig met het vorm geven aan een eigen Centrum voor Jeugd en Gezin.

Het overnemen van de Jeugdzorg is van een andere orde en heeft temaken met veel complexere vormen van zorg en dienstverlening. Het betreft jeugd-GGZ, gesloten jeugdzorg, jeugdreclassering. Jeugdbescherming en de zorg voor licht verstandelijk gehandicapte jeugd.

Het is de bedoeling dat preventie en vrijwillige hulpverlening in goede afstemming met gedwongen hulpverlening georganiseerd wordt door (samenwerkende) gemeenten.  De logische gedachte om jeugdbeleid en zorg zo dicht mogelijk bij huis (gemeente) te organiseren zal veel inspanning en regie vragen om alles zo eenvoudig en goed mogelijk geregeld te krijgen.

Belangrijker dan de samenstelling van de Eerste Kamer is toch wel het veilig en gezond opgroeien van onze jeugd, de toekomst van Brabant.  We moeten het hier toch echt over hebben. Voor mij is dit naast de leefbaarheid van het platteland de belangrijkste reden dat ik me Kandidaat gesteld heb voor de Provinciale Staten.

donderdag 30 december 2010

Nummer 13 durft in de spiegel te kijken

@C:Raf Daenen: ‘Laat platteland de steden inspireren’
@1P:
@3K:Nummer 13 durft in spiegel te kijken
@2F:Westelbeerzenaar Raf Daenen afkomstig uit de Belgische Kempen, is inmiddels verknocht aan het platteland van de Nederlandse Kempen: ‘Het voelde als thuiskomen’.

@2I:WESTELBEERS – Gepokt en gemazeld in de Oirschotse politieke arena, kun je rustig stellen. Binnen enkele jaren tijd van de oppositiebankjes naar het wethouderschap en weer terug. Tijdens zijn driejarige wethoudersperiode moest hij zich verantwoorden over de terugbetaling van uitkeringsgelden en voor de begrotingsperikelen bij het kunstgras van voetbalvereniging Beers Boys. Twee dissidenten stapten uit zijn PvdA-fractie en gaven hun zetel niet terug, de coalitie van DV, DGM en PvdA haalde de eindstreep niet en bij de gemeenteraadsverkiezingen werd zijn partij ook nog eens gehalveerd. Toch gaat Raf Daenen (56) onverdroten voort: hij gelooft dat het stimuleren van het goede in de mensen per definitie winst is. Inmiddels staat hij als nummer 13 (!) op de kandidatenlijst voor de provinciale PvdA met de speerpunten Jeugdzorg en Plattelandsontwikkeling. Welke kracht drijft hem? Een gesprek met Daenen over cultuur, voetbal, zijn Belgische achtergrond, verharding in de maatschappij, religie, zedendelicten, en over zijn werk als docent aan Fontys Sociale Studies, intensieve veeteelt en over ‘positief benaderen’. Ja, waarover eigenlijk niet?

@1P:<I>door Rens van Ginneken<I>

@1P:Koffie en een kerstkransje binnen handbereik. Raf Daenen kiest een karakteristieke houding als hij het gesprek opent: beetje schuin gezakt en met weidse armgebaren de vlotte Vlaamse tong ondersteunend. ‘Ik heb mijn jeugd doorgebracht in Zonhoven, in de Belgische Kempen bij Hasselt en Houthalen. Allemaal mijndorpen. Ik werd al jong geconfronteerd met de positie van de arbeiders. Ons gezin telde liefst elf kinderen. Mijn vader was boer, maar ging later werken in de metaal in Luik. Hij was wel duidelijk liberaler dan ik, een echte Vlaming’, lacht Daenen. ‘Ik raakte geïnteresseerd in politiek toen ik in 1978 op een markt de bekende socialistische voorman Willy Claes sprak. Hij vertelde dat ik de politiek moest ingaan.’ Toch zou het nog tot 1996 duren voor Daenen die stap daadwerkelijk zette. Na het atheneum verhuisde hij naar Nederland om er in de psychiatrie te gaan werken. Hij grinnikt: ‘Nog zie ik mezelf aankomen met mijn koffertje op het Eindhovense station. In Eindhoven werkte ik vanaf het begin op een TBS-afdeling. Dan krijg je de kwetsbare kant van de samenleving wel te zien.’ Daenen schakelt nogal snel in het gesprek. Wijdt uit over het één, om dan plots bij een ander onderwerp uit- of terug te komen. Het is zijn typische manier van argumenteren, die sommigen als ‘warrig’ zullen interpreteren, maar als je wat langer met hem spreekt, ontdek je de verbanden in zijn verhaal. ‘Het sociaal-democratisch bewustzijn betekent niet dat iedereen maar gepamperd moet worden. Je moet mensen tegenspel bieden. Je kunt alles dichttimmeren met regels en sancties, maar beter kan je het gedrag proberen te beïnvloeden, door zelf het voorbeeld te geven en de persoonlijke confrontatie aan te gaan. Via mijn ervaring in het welzijnswerk zie ik dat mensen het werk steeds vaker als baan zien, dan als roeping en dat de individualisering en de marktwerking bepalend worden. Nu ben ik niet tegen marktwerking, maar je moet niet de waarden en normen loslaten. Bij kleinschalige initiatieven, met intensief contact met de cliënten zoals Buurtzorg, in plaats van grote zorgcentrales, zie je ook beter teamwerk en betere resultaten. Als je met een buurtvereniging een speeltuintje regelt, gaat het veel sneller en goedkoper dan dat je dat door een logger overheidsorgaan laat doen, omdat die aan veel meer regeltjes moet voldoen. Wat dat betreft is de provincie goed bezig door dorpsontwikkeling te stimuleren. In Wintelré werd een MFA gerealiseerd, dorpsraden in Oostelbeers en Spoordonk blijken capabel om van alles zelf te regelen. Ook in de agrarische sector zie je dat de grootschaligheid uiteindelijk in zijn eigen staart bijt. Ik was tien jaar geleden ook al voor de reconstructie. Maar nu worden we geconfronteerd met een ongewenste grootschaligheid in de intensieve veeteelt. Lokaal leidt het soms tot een verdubbeling van het aantal dieren en halvering van het aantal boeren. De sector staat op het punt om de grenzen van gezondheids- en milieurisico’s te overschrijden en grote boeren vreten de kleintjes op. Het enige perspectief: inzetten op kwaliteit in plaats van kwantiteit. We moeten voorkomen dat de boeren straks verdreven worden uit de samenleving, dus: samen een leefbare context creëren. Het principe is niet veel anders dan met kinderen. Je maakt ze individueel, van dichtbij mee, je luistert, beloont en sanctioneert. Vanaf een bepaald punt hoop je dat ze zelf kunnen nadenken en verantwoord handelen.’

@T:Vergelding

@1P:Daarmee zwenkt het gesprek naar ons rechtssysteem. De maatschappij roept steeds vaker om zwaardere straffen. Is dat terecht? ‘Na de zedenzaak in Amsterdam zag je dat men meteen maatregelen eist. De media rennen daar nogal hijgerig achteraan, waardoor je een sfeer krijgt, waarin je, in de waan van de dag, geneigd bent snel maatregelen te forceren en regels aan te passen. Eigenlijk moet je wat afstand nemen, om dan na een paar maanden te bekijken of verandering nodig is. Amsterdam is een gruwelijk incident met één zieke geest in de hoofdrol. Hoe erg ook: zulke dingen gebeurden duizend jaar geleden ook al. Wanneer je mensen dwingt om van alles stiekem te doen en om overtreders zo lang en zoveel mogelijk ‘weg te stoppen’, kan de maatschappij niet meer op een natuurlijke manier corrigeren. Je verliest de dagelijkse controle. Twintig jaar geleden zat ik met een groep van tien TBS-ers in een huisje vakantie in Zeeland. We deden wat andere toeristen ook doen en wisten: ‘Als wij iets stoms doen, dan houdt het op, voor ons en alle anderen na ons.’ Vanuit de psychiatrie weet ik dat je moet inzetten op het positieve voor het beste leereffect. Je moet streng, maar wel rechtvaardig zijn. Er komt vanuit de massa nu een roep om vergelding, meer dan om passende straf. Helaas blijkt proefondervindelijk dat het juist averechts werkt. Mijn drive gaat tegen de huidige beweging in. We moeten verantwoording nemen, mensen aanspreken op gedrag. Er moet een gemeenschap zijn om op te bouwen, we moeten er zijn voor iedereen. Weet je: opvoeding is het mooiste proces wat er is. Waarvan je houdt moet je wel tegenspel geven, zodat het zich in schoonheid kan ontwikkelen. Als een muzikaal talent nooit hoort ‘Dat kan beter’, dan wordt hij ook nooit top. Je moet het talent koesteren, maar van teleurstellingen leer je veel meer dan van successen, neem dat maar van mij aan’, verzekert hij. De landelijke PvdA werd door de kiezers afgestraft met de laagste zetelscore sinds jaren. ‘PvdA had dit verlies nodig. Er is een sociaal ongenoegen; daarin moet je mensen tegemoet treden. Veel PVV-stemmers zijn teleurgestelde PvdA-mensen. Mensen kozen uit frustratie PVV, uit angst voor verlies van eigen identiteit, door veranderingen in hun omgeving. In diezelfde omgeving zie je gekleurde mensen vluchten in hun eigen cultuur en religie. We moeten eerder inzetten op het aanleren van de Nederlandse taal: essentieel om deze mensen echt bij onze samenleving te betrekken. Wij als PvdA moeten zorgen dat we weer betrouwbaar zijn. We moeten weer volmondig zeggen: ‘Dit zijn onze mensen!’ Bij CDA zie je overigens een vergelijkbare tendens. Er treedt nu een conservatief/liberale hoofdstroom naar buiten die nauw aansluit bij de verharding van VVD en PVV, zodat sociaal-christelijke CDA-ers zich niet meer in de partij herkennen.’

@T:Jezus Christus

@1P:Regelmatig botste Daenen met de meer rechtlijnige ideologen binnen zijn partij. ‘Zelf ben ik meer van het luisteren en het proces ingaan, liefst met humor. Waar ik wel van schrok is hoe er met mijn vermeende politieke blunders werd omgegaan, door publiek én politiek. De informatieverstrekking was niet best. Dan mis je toch een kritische pers, die toetsend werkt en zaken boven tafel haalt. Desondanks kan ik nog steeds met goede zin opstaan en durf ik in de spiegel te kijken. Voor gewetensvragen ben ik niet zo bang, wellicht door mijn religieuze achtergrond?’ Daenen is naast sociaal-democraat ook praktiserend katholiek. Bijt dat elkaar niet? ‘Nee, zeker niet. Ik geloof in het goede in de mensen en dat we hier zijn om het goede te doen. Ik weet zeker dat God van ons allemaal evenveel houdt. Een goed christen is eigenlijk per definitie een goede sociaal-democraat. Volgens mij was Jezus Christus de eerste socialist, haha!’ Hij gelooft daarnaast ook nog in de kracht van het platteland en de kleine gemeenten: ‘De mensen leven er dicht bij elkaar, de sociale controle, als je het zo wil noemen, is er groot. In die cohesie kan er veel bereikt worden. Mocht ik straks voor de provincie gekozen worden, dan wil ik die inspirerende boodschap naar de steden brengen. Voor de steden komt het platteland op het tweede plan, terwijl ze van de wijze van samenleven in de kleinere kernen veel kunnen leren. Een tegenwicht voor het onpersoonlijke karakter van de stad, waardoor je de verharding kan tegengaan.’ Wat is de uiterste houdbaarheidsdatum van een politicus? Daenen: ‘Ik draai nu tien jaar mee als wethouder en raadslid in Oirschot. Het is lastig aan te geven. Over een tijdje wil ik mijn zetel overdragen. Verandering is nodig af en toe. Het is moeilijk een goed uitstapmoment te kiezen. Daar gaan er veel de fout in, ze blijven meestal te lang zitten. Femke Halsema was afgelopen week de beste ‘afscheidnemer’ die ik ooit zag: precies het goede moment.’ Hij tuurt naar het Siciliaanse wijntje, waarnaar we inmiddels zijn overgeschakeld. ‘Wethouder zou ik nog weleens willen worden…’, mijmert de Westelbeerzenaar. We praten nog over de bezuinigingen op kunst en cultuur: ‘Voor mij ondenkbaar: kunst is de tegenhanger van het sanctioneren. Als we niet oppassen wordt alles een soort Idols. Echte kunst brengt je bij het goede leven, da’s onmisbaar. Zo kan ik trouwens ook meer genieten van het gedreven voetbal van Beerse Boys dan van het plichtmatige PSV.’ Daenen is naast zijn werk aan het Fontys en zijn politieke werkzaamheden geregeld te vinden op Sportpark De Klep. ‘Meestal als supporter van de Boys, een enkele keer nog als ‘inleentrainer’, lacht hij. Wordt het met een mogelijk provinciale politieke carrière niet een overvol schema? Weer die herkenbare lach: ‘Ha! Maar ik heb een goede vrouw. Zij stelt grenzen aan mijn politieke ‘hobby’, zodat ik er ook voor het gezin nog ben. Dan gaat zijn mobieltje en staat hij op. Weer genoeg gehobbyd vandaag.

Bron: Trompetter

woensdag 15 december 2010

Nieuwe jeugdhulpverlening


Witte probleemjongeren verzuipen in de zorg en gekleurde probleemjongeren tekenen voor een carrière in de criminaliteit?

OF

Een nieuwe jeugdhulpverlening als antwoord op een doorgeschoten individualisme?



De komende jaren zijn er heel wat ontwikkelingen met het vorm geven aan jeugdbeleid te verwachten. Bijna alle gemeenten hebben een Centrum Jeugd en Gezin. Grote gemeenten zijn bezig met een Veiligheidshuis waarin alle organisaties op het grensvlak van zorg en justitie samenwerken en maatwerk proberen te leveren. Provincies zullen de komende jaren afstand doen van de Jeugdzorg. Dit biedt een kans om zaken dicht bij huis goed geregeld te krijgen. Een aantal voorzieningen zullen regionaal en bovenregionaal geregeld moeten blijven.

De vraag is of de oplossing van de jeugdproblematiek alleen moet worden gezocht in de opzet van het voorzieningenstelsel. De jeugdproblematiek wordt immers mede gevoed door maatschappelijke ontwikkelingen. Een marktgerichte individualistische samenleving, waar nieuwe communicatiemedia alles en iedereen op elk moment informeren en confronteren met alle verlokkingen en ellende in de hele wereld biedt een voedingsbodem voor zowel directe behoeftebevrediging als voor schuldgevoel en afschuiven van verantwoordelijkheid. Door de snelheid van de ontwikkeling wordt hijgerig de norm; niet alleen in de politiek maar ook in de moderne samenleving, de opvoeding en de houding van ouders. Bij een aantal jeugdigen ontstaat het gevoel te behoren tot een "verloren generatie": ze komen niet of moeilijk aan het werk, de oudere generatie heeft goed voor zichzelf gezorgd, en laat de jeugd achter met schulden en desillusies. Dat kan leiden tot een houding van "wat doet het er allemaal toe", of erger, van "pakken wat je pakken kan".

Ouders met of zonder diploma zijn en blijven primair verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. En dat gaat in veruit de meeste gevallen (90%) erg goed. Echter diagnoses als PDD-NOS, adhd, dislectie, autisme en Asperger etc., komen steeds vaker voor. Ook straatterreur, jeugdcriminaliteit, drank- en drugsgebruik vragen veel aandacht.

Voor de aanpak van het probleem van opvoeding van Marokkaanse jongens moet de positie van de ouders versterkt worden. In multi-problem gezinnen is er behoefte aan moeizorg, steun en sturing om niet meegezogen te worden in allerlei marktverleidingen, van leningen voor LCD schermen, bankstellen of snoepreisjes en ongebreideld gebruik van mobiele telefoons.

Waar de schoen bij het opvoeden en opgroeien echt wringt, is de aandacht voor de gemeenschap en het samenleven. Wat meer structuur en sturing bij voetbalclubs, verenigingen en scholen doet wonderen. Afspraken bij het hanteren van nieuwe communicatie- en informatiemedia zou menige teleurstelling of beschadiging voorkomen. Professionals in zorg en welzijn die niet alleen maar aandacht besteden aan het individu, maar ook aan de omgeving en de samenleving zou een slok op een borrel schelen. Ook het maken en naleven van fatsoensafspraken op de financiële markten of in het bedrijfsleven zou een bijdrage kunnen leveren.

Onze samenleving vraagt om een vorm van maatschappelijke opvoeding voor jong en oud, rijk en arm, gekleurd of blank, waarbij voorbeeldgedrag, gezamenlijke afspraken, duidelijke kaders en rechtvaardig doch streng optreden tegen raddraaiers voorop staat.