Posts tonen met het label opvoeding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label opvoeding. Alle posts tonen

donderdag 14 november 2013

Populisme: de redding van de democratie


Vox populi: Een nieuw populisme met onderwijs als fundament voor de toekomst van onze kinderen

De breuklijn in de huidige samenleving wordt steeds meer bepaald door het niveau van scholing. Vroeger waren er maatschappelijke breuklijnen op basis van geloof en levensbeschouwing. Daarbinnen was er via kerk, patronaat en verenigingsleven de ontmoeting tussen personen met verschillend niveau van stand en opleiding. Het maatschappelijk middenveld zorgde voor samenkomst en vorming. Ook de dienstplicht bracht mensen van verschillend kennisniveau samen. Met de nadruk op kennis, informatie en innovatie als dragers van de samenleving, is er nu een scheiding ontstaan tussen “weters” en “niet-weters”. Deze scheiding gaat vaak samen met meer of minder inkomen. De kennismaatschappij met haar oproep om een zo hoog mogelijke opleiding te volgen is steeds belangrijker geworden, en dat gaat ten koste van mensen die dit niet willen of kunnen.
Ook de politieke partijen, die toch een afspiegeling van de samenleving zouden moeten zijn, zijn grotendeels bemenst met hoog opgeleide volksvertegenwoordigers. De laag opgeleiden in de samenleving herkennen zich steeds minder in het politieke landschap. Zij vinden hun uitlaatklep bij partijen die zich afzetten tegen het politieke establishment. In een wereld met steeds minder grenzen worden met name de lager opgeleiden de dupe van het gelijkheids- en zelfredzaamheidsprincipe. Bedrijven die productiewerk verrichten verhuizen naar lage loon landen, vaklieden voelen zich bedreigd door Oost-Europeanen die hier onder ons minimumloon komen werken. De lager opgeleiden vinden bij ontslag minder snel een andere baan of bezigheid. Zij hebben het gevoel dat zij moeten betalen voor de bankencrisis die door de hoger opgeleiden en grootverdieners is veroorzaakt.
Het behoren tot de kenniselite of het proletariaat der minder opgeleiden wordt al op jeugdige leeftijd bepaald. Zeker nu het tweede kans onderwijs vrijwel is afgesloten voor de minder vermogende. De keuze van het niveau van voortgezet onderwijs is beslissend voor iemands toekomst. Dit niveau van onderwijs bepaalt de wijze waarop iemand denkt, voelt, handelt, waar op televisie naar wordt gekeken, wat wordt gelezen en gegeten, waar en hoe op vakantie wordt gegaan, en is ook nog bepalend voor de financiële armslag.
Laag en hoog opgeleiden lijken soms van twee verschillende planeten te komen. Karikaturaal kan worden gesteld dat de hoog opgeleiden actief, vol vertrouwen, toekomstgericht, communicatief, open, nieuwsgierig, innovatief en kosmopolitisch zijn. De laag opgeleiden zijn wantrouwend, negatief, cynisch, gericht op directe consumptie en het hier en nu, voelen zich eerder slachtoffer en zijn nationalistisch.
Het niet hebben gevolgd van een hoge opleiding staat voorpersoonlijk falen, gebrek aan talent en doorzettingsvermogen. Die duiding wordt juist gegeven door de mensen die het in deze samenleving maken. De elitegroep van de succesrijken keert zich daarmee af van de kansarmen. Door de individualisering en de afname van ontmoetingen in de openbare ruimte is er minder gelegenheid en meer angst en dus minder behoefte om elkaar te ontmoeten, laat staan ervaringen te delen.
De geschetste kloof wordt vergroot door politieke keuzes. De nadruk op individuele ontplooiing en verantwoordelijkheid, de zorg van links voor migrantenarbeiders, of het stimuleren en financieren van de eigen woning heeft de lager opgeleiden steeds verder achteruit gezet. Door het marktmechanisme te verheerlijken worden vooral de laaggeschoolden een grijpgrage prooi voor de commercie. Gelokt door schitterende vooruitzichten nemen juist zij vaak onverantwoorde risico’s. De recente liberaliseringsgolf in de zorg, het onderwijs en de nutsvoorzieningen, met hun vaak moeilijk te doorgronden regels hebben deze voorzieningen ontoegankelijker gemaakt, vooral voor de lager geschoolden.
Het volk ondergaat deze ontwikkeling niet langer passief, maar komt in actie. Laaggeschoolden gaan samenwerken en willen ook bij de democratische besluitvorming worden betrokken. Wanneer we de basis van de democratie, het gelijkheidsbeginsel, mensenrechten, en de rechtsstaat overeind houden, biedt het populisme de mogelijkheid tot een vernieuwd breed spectrum van politieke partijen, van links tot rechts. Er zal noodgedwongen met populistische partijen samengewerkt moeten worden. Daarin ligt de kiem voor een nieuwe ontmoeting,
Er is ruimte voor een populistische politiek, mits het populisme wordt omgebogen van reageren uit ongenoegen naar aandacht voor de noden van de laaggeschoolden. Een van hun behoeften is het zinvol bijdragen aan de samenleving, en daarvoor gewaardeerd worden. Als de hoger geschoolden zich weer inzetten voor het maatschappelijk belang en de sociale coherentie kan ruimte worden geschapen voor maatschappelijke participatie van mensen met elk opleidingsniveau. De risico’s van globalisering enerzijds en nationalisme anderzijds moeten serieus worden genomen. De kloof tussen allochtonen en autochtonen moet overbrugd worden door culturele en godsdienstige verstarring in te ruilen voor ontmoeting en kansen. Dit vraagt om samenwerken aan een nieuw populisme, met de moed tot verandering en de wil om het goede in de samenleving te behouden.

Raf Daenen, Docent Maatschappelijke ontwikkeling, Willem Vermeulen, Psycholoog

 Auteurs van het boek “Perspectief op een maatschappij in crisis”. Boom/Lemma 2012

 

zaterdag 19 januari 2013

Plasterk het moest niet mogelijk zijn!


 Over fatsoen, decentralisatie en de opschalingsmanie, Leren ze het in den Haag nooit
 
Afgelopen week was er in den Haag een grote politieke meerderheid voorstander voor het weer opsplitsen van 2 mega scholen in Rotterdam. Mijn gedachte, eindelijk gebruiken ze hun verstand daar eens in den Haag.
Als we iets hadden moeten leren van problemen met ambities van bestuurders in zorg (investeerders azen op ziekenhuizen in problemen), onderwijs (In-Holland, Amarantis), Woningcorporaties (Vestia, laurentius) en  gemeenten (grondbedrijf Rotterdam e.a) is, dat grootschaligheid leid tot grootheidswaanzin en vervreemding van de dage.llijkse werkelijkheid.
Steeds weer of nog steeds hoor ik dezelfde niet onderbouwde retoriek over efficiëntie en slagkracht als het gaat om opschaling gemeenten. Ik daag D66 uit om referenda op lokaal niveau te organiseren over wat burgers vinden over het opschalen van gemeenten. Maar ook mijn eigen PvdA (Pans) en VVD (Jorritsma) zijn de ambities van bestuurders belangrijker dan de werkelijkheid van burgers.
In der tijd als wethouder heb ik me binnen de VNG hard gemaakt voor eerlijke vergelijking over de kwaliteit en tevredenheid van de dienstverlening binnen kleine en grote gemeenten.
Onze insteek is nog steeds bescheiden in de zin dat we grote steden niet willen dwingen zich op te splitsen in kernen van 20.000 inwoners waar samenwerken aan samenleven voor op staat. Als de Landelijke overheid echt vorm wil geven aan de ambitie van de WMO, CJG en arbeidsparticipatie dan is het organiseren van kleinschalige betrokkenheid van onderop het devies.
In ons artikel de kracht van de kleine gemeenten pleiten we voor de brainport regio voor een creatieve ontmoeting en samenwerking tussen stad en platteland op basis van waardering voor elkaars bijzondere kwaliteiten. Laatst vroeg ik aan een directeur van de Rabobank wat moet ik doen om aantrekkelijk te zijn, haar antwoord was geloven en uitdragen van je eigen kwaliteiten.
Op de een of andere manier zijn er steeds weer krachten die de maatschappelijke werkelijheid in de wind slaan, bliujven bestuurlijke ambities de pan uit rijzen, met als gevolg vervreemding en verbittering van de verweesden in de samenleving.
Marcel Wintels had het lef het bestuurlijk wangedrogt Amarantis te splitsen. ASML en Van Der Leegte boeken succesmet het concept van het organiseren in kleine zelfstandige eenheden verankerd in de gemeenschap. De PvdA boekte 8 jaar geleden een groot succes in de kempen op basis van een voor de burger herkenbaar kleine kernen beleid. Net zo goed als de succesvolle  tandem Samson/Spekman dreef op het herstellen van het contact met de maatschappelijke basis.
Kortom, wij geloven in de positieve krachten in de gemeenschap “van beheersen naar faciliteren en voorleven” dit kan alleen door aansluiting te vinden met de maatschappelijke basis. Weg met vervreemdende bestuurlijke ambitie en graaien, dit schaad het vertrouwen van de gemeenschap en is contra productief. Wij willen graag op basis van inhoudelijke argumenten de discussie aangaan over het schaalvolume van (gemeentelijke)organisaties, met als uitgangspunten menselijke betrokkenheid en efficiënt bestuur
http://rafdaenen.blogspot.nl/2012/11/decentralisaties.html
Raf Daenen en Willem Vermeulen

dinsdag 6 november 2012

Voorleven: voorbeeldig opvoeden


Wie alleen maar kan kruipen, zoekt houvast om te leren lopen. Houvast vergt duidelijke kaders en goede voorbeelden. Voorleven is een uitdaging voor opvoeders, het jongerenwerk, het onderwijs, de politiek en alle maatschappelijke organisaties.

Anders dan over geld en zorgpremies praten wordt het tijd dat ministers eens samen praten over de relatie opvoeden, onderwijs en cultuur en hier een maatschappelijk gedragen visie op  ontwikkelen.

Een pedagogische visie over opvoeden en samenleven.

Ouders vinden dat hun kind bijzonder is, en dus recht heeft op de beste begeleiding of hulp. De kernvraag is of het kind daar altijd beter van wordt. Met lekker sporten in een team kun je soms beter je energie kwijt en leer je vanzelf omgaan met anderen.

Opvoedingscrisis

In onze geïndividualiseerde maatschappij is het opnieuw aanbrengen van structuur in de opvoeding belangrijk, maar wel moeilijk. Vanuit de opvoedingsondersteuning weten we dat jongeren behoefte hebben aan steun en positieve communicatie enerzijds, en duidelijke kaders en toezicht anderzijds.

Volgens hoogleraar Jan Derksen van de Radboud Universiteit doen jeugdigen en hun ouders steeds meer een beroep op advisering en hulpverlening. Het stellen van diagnoses als ADHD, NLD, PDD-NOS, Asperger, of dyslexie gebeurd aan de lopende band.

Bij jongeren zelf  treed het eigen belang, een overtrokken zelfbeeld, en niet kunnen omgaan met teleurstellingen op de voorgrond. Derksen concludeert dat de oorzaak hiervan terug te leiden is naar het ontbreken van structuur in de opvoeding en onzekerheid bij opvoeders die niet meer weten hoe op te voeden en voorbeelden te stellen.

Opvoeden

Een asbak legen op straat? Dat doe je niet. Als je wilt dat je kind zich milieubewust gedraagt.

Het goede voorbeeld geven is niet gemakkelijk. Er heeft in de loop der jaren een verschuiving plaatsgevonden in opvoedingsstijl. Voorheen was de opvoeder heer en meester, nu lijkt het kind te regeren. 

Traditionele aangevers van opvoedkundige kaders, zoals de kerk, artsen, wijkagenten, postbode, onderwijzers, maatschappelijk werkers, toezichthouders,zijn uit het zicht verdwenen. Andere inzichten zoals, vrije opvoeding, het nieuwe leren, marktwerking, automatisering en efficiency heeft deze rolmodellen overbodig gemaakt, of hun handelswijze veranderd.

De jeugd stelt haar eigen kaders, en opvoeders gedogen dit, want het kind moet zich tot een bijzonder individu kunnen ontwikkelen.

Natuurlijk heeft elk kind bijzondere eigenschappen. Maar niet elke eigenschap moet worden  gekoesterd. Ook kinderen moeten leren om te gaan met de minder prettige gevolgen van hun eigenschappen. Hoe helpen we kinderen hun plaats te vinden in de maatschappij, gegeven alle goede en minder goede eigenschappen en voorbeelden in hun omgeving.

Rust, regelmaat en betrokkenheid.

In een complexe samenleving is het richten van alle aandacht op het gezin onvoldoende om structuur en betrokkenheid te creëren. Als voorbeeld de vluchtige internet- en mediacultuur. Niet alles wat op internet staat is waar, en wanneer uitingen op internet niet aan normale fatsoensregels voldoen dan kun je als gezin nog zo goed je best  doen maar je kinderen worden hier wel door beinvloed.

Samenwerken aan samenleven.

Maatschappelijke instanties kunnen dragers zijn van een nieuwe manier van voorleven, en laten zien hoe het anders en beter kan. Werken in groepsverband, en elkaar aanspreken behoeven meer aandacht als tegenhanger van individualisme en communicatie op afstand.

De aloude waarden van rust, regelmaat en betrokkenheid kunnen door scholen, instellingen en verenigingen in een bij deze tijd passende vorm worden uitgedragen. Wie werkzaam is in een maatschappelijke functie kan door voorbeeldgedrag structuur aanbrengen in het leven van mensen die daar moeite mee hebben.

De pers kan een bijdragen leveren door goed onderbouwde informatie te presenteren. En de politiek door genuanceerd en inhoudelijk te debatteren in plaats van inspelen op onderbuikgevoelens en het uitvergroten van incidenten.

Professionaliteit is echte ondersteunende aandacht

Als bureaucratische regels, marktdenken en de ver doorgevoerde protocollaire verantwoording de kern van hun werk aantasten kunnen en moeten professionals in zorg en opvoeding in verzet komen. Zorg is meer dan even een gesprek van vijf minuten. Professionals werken vanuit een maatschappelijke verantwoordelijkheid, waar opvoeden en voorleven deel van uitmaken. Het is de taak  van maatschappelijke organisaties deze verantwoordelijkheid te ondersteunen en uit te dragen.

De burger

In een sterk marktgerichte maatschappij worden Burgers geleerd steeds meer voor de eigen rechten op te komen: ”Mijn kind moet het beste van het beste krijgen”. Belangrijke pedagogische uitgangspunten als gemeenschapszin en betrokkenheid veronderstelt juist oog voor alle kinderen, ook die van de buren. Wat is er mooier dan je als (jonge) burger gesteund te voelen door de sociale gemeenschap waar je deel van uitmaakt?

De menselijke maat en duurzaam samenleven zijn belangrijke uitgangspunten bij de opvoeding van onze jonge burgers.

De Overheid

De overheid is medefinancier en regisseur van verschillende dienstverlenende organisaties. De werkelijkheid is echter, dat zorg, welzijn, onderwijs,cultuur en media worden vermarkt en ingekocht op een aanbestedingsmarkt waar moreel besef van ondergeschikt belang is.

Kortom, Nieuwe regering. U zou alles moeten ondernemen om in ons zorg, onderwijs en cultuurbeleid meer aandacht te besteden aan het samen werken aan een prettige en voor iedereen toegankelijke samenleving.


Raf Daenen, Fractievoorzitter PvdA Oirschot, mede auteur perspectief op maatschappij in crisis

vrijdag 20 mei 2011

Wat moeten we met ontsporende allochtone jongeren?

In de media wordt vaak op zeer negatieve wijze bericht over de criminaliteit onder bepaalde groepen allochtone jongeren, vooral jongens. Berichtgeving leidt vervolgens tot de maatschappelijke roep om harder op te treden tegen deze groepen. Was het tien jaar geleden nog taboe om dit hardop te zeggen, nu is het roer omgegooid, en worden problemen en tegenmaatregelen in soms onredelijke heftigheid in het  besproken.
Niemand zal de problemen ontkennen. Er zijn verschillende onderzoeken die de problematiek blootleggen. Zo blijkt dat allochtone jongeren nog steeds een veel lager opleidingsniveau hebben dan Nederlandse jongeren. Ook de werkeloosheid is onder allochtone jongeren veel hoger dan onder Nederlandse jongeren; naar verhouding bijna twee keer zoveel werkeloze allochtone jongeren. Het meest in het oog springen de cijfers over de criminaliteit van jongeren. Allochtone jongeren, met name jongens bezondigen zich veel vaker aan geweldsmisdrijven, zoals beroving  of mishandeling. Het gaat vooral om Surinaamse, Antilliaanse en Marokkaanse jongens. Andere culturen, zoals de Chinese, Turkse of Joodse houden meer controle over hun leden, en lossen problemen binnen hun groep op. Surinaamse, Antilliaanse en Marokkaanse jongens komen beduidend vaker in aanraking met de politie dan Nederlandse jongens of jongens uit andere allochtone groepen. Ook het van de loverboys is het overgrote deel allochtoon. Als we problemen met allochtonen fundamenteel willen aanpakken zullen we eerst meer inzicht moeten hebben in de oorzaken ervan.

Over de oorzaken lopen de meningen uiteen. Nederlanders vinden vaak dat allochtonen niet voldoende bereid zijn zich aan te passen, allochtonen menen vaak dat ze daartoe niet de kans krijgen, omdat ze bij voorbaat worden afgeschreven, worden gediscrimineerd of worden gestigmatiseerd. Politie en justitie zouden selectief rechercheren en veroordelen. Ook wijzen allochtonen graag op succesvolle landgenoten, en die zijn er zeker wel, maar ze vormen nog steeds een minderheid.
In elk geval er een culturele kloof, die niet gemakkelijk wordt overbrugd. Zo zijn er duidelijke opvoedingsverschillen tussen Nederlandse en allochtone ouders. Opvoeden in dialoog, de norm in de westerse samenleving, wordt niet door alle culturen gedeeld. Allochtone kinderen komen met verschillende opvoedingsstijlen in aanraking. Thuis dwingen de ouders door verbaal of fysiek geweld aanpassing af. Op school of bij vriendjes wordt overlegd en wordt verteld waarom bepaald gedrag wel of niet wordt getolereerd. Een belangrijk en begrijpelijk gevolg is dat kinderen hun ouders vermijden, en dat zij, zodra zij daartoe in staat zijn, zich sterk gaan oriënteren op leeftijdgenoten. Het zoeken van normen en waarden buiten het gezin bij de vriendengroep op straat is een oorzaak van veel antisociaal en crimineel gedrag bij de jeugd, speciaal bij  jongens.
Voor allochtone meisjes geldt een ander verhaal. Zij zijn in hun cultuur vaak ondergeschikt, en worden gedomineerd door de vader of door hun broers. Hun problemen keren zich eerder naar binnen, en uiten zich niet zozeer in agressie of normoverschrijding, zoals bij jongens, maar eerder in depressie, anorexia, of vluchten in religie of in schijnwerelden. Ook zijn er meisjes die ontsnappen aan de benauwende regels thuis door jong te trouwen of kinderen te krijgen (tienermoeders).

Een ander element van de problematiek is het idee dat je, als je er “toch nooit bij hoort”, jezelf moreel niet hoeft te verbinden met het normen- en waardenstelsel van een samenleving. De drempel om wettelijke regels te overschrijden is dan een stuk lager.  Zo is in bepaalde culturen het kunnen tonen van materieel bezit een teken van standing en dat verhoogt het sociaal aanzien. Als je niet door te werken een mooie auto, sieraden, of andere materiële zaken kunt verwerven, maar wel door middel van ongeoorloofde activiteiten, dan beland je al gauw in criminele kringen. Het is een systeem dat zichzelf voortdurend bekrachtigt, zolang succes en criminaliteit samenhangen, en er weinig morele hinderpalen zijn. Een ander effect van “niet bij de samenleving horen” is het vormen van eigen subculturen. In een land als de Verenigde Staten heeft dit tot gettovorming geleid. Getto’s staan buiten de samenleving en kennen een gesloten cultuur met eigen normen en waarden.
Bepaalde groepen jongens en meisjes hebben problemen met het leven in een voor hen biculturele samenleving, en het is moeilijk om je steeds weer aan te passen. Thuis gelden andere normen en waarden dan op school of in de vrienden- of vriendinnengroep. Dat geldt ook wel voor Nederlandse jongeren, maar hier is de kloof tussen thuiswereld en buitenwereld lang niet zo groot, en de kloof wordt met het toenemen van de leeftijd steeds meer gedicht.
Integratie in de samenleving?
We willen dat alle burgers zoveel mogelijk integreren in de samenleving. Maar wat betekent dat? Integreren impliceert ontmoeten: het individu treedt in dialoog met de samenleving, die iets van haar leden wil en die anderzijds iets te bieden heeft. Wat wil onze samenleving van de jeugd, die de drager van de toekomst is? We profileren ons als kennis- en netwerksamenleving, waarbij grote waarde wordt gehecht aan opleiding, aan gemotiveerd zijn om een leven lang te leren, aan zelfontplooiing, maar ook aan samenwerking en overleg met anderen, zoveel mogelijk op basis van gelijkwaardigheid. Dit staat haaks op culturen waar hiërarchie wordt geëist, waar intellectuele prestaties minder tellen dan fysieke prestaties, waar vrouwen ondergeschikt zijn aan mannen, of waar gewenst gedrag wordt afgedwongen door middel van geweld of uitsluiting. Het koesteren van f culturele verschillen bemoeilijkt de integratie, en het is goed om daar de ogen niet voor te sluiten. Bij de integratie van de jeugd spelen de ouders de primaire rol. Ouders bemoeilijken de integratie van hun kinderen als ze vasthouden aan hun eigen tradities en hun kinderen de boodschap meegeven dat ook zij daar aan moeten vasthouden. Opvoedingspatronen zijn lastig te doorbreken, maar dat doorbreken is wel een voorwaarde om in onze samenleving te integreren. Zowel allochtone jongens als meisjes moeten emanciperen. Jongens door hun macho-cultuur of extremistische godsdienstopvatting te laten varen, meisjes door zich niet te verstoppen en niet langer te vluchten in fundamentalisme of blinde aanpassing aan de familietradities.

Insluiten of uitsluiten?
De samenleving kan wel vragen om te integreren, en eisen dat basiswaarden van de kennissamenleving worden overgenomen, maar ze moet daar ook de juiste inspanningen tegenover stellen. Die inspanningen zijn tot nu toe nog te vaak gericht op het pamperen van allochtonen enerzijds en streng straffen anderzijds. Beide soorten inspanning sorteren niet het gewenste effect. Pamperen maakt van mensen afwachtende vragers en zelfs bedelende eisers, en straffen leidt doorgaans tot vlucht,verbittering  of verzet. Om ook moeilijk bereikbare groepen in te sluiten moet de samenleving beginnen met haar positie ten aanzien van probleemgroepen duidelijk te maken. Wat verwachten we van onze jeugd, waarom verwachten we dat, en hoe maken we de verwachtingen duidelijk? Vervolgens mag de maatschappij mensen aanspreken op hun talent om een positieve bijdrage aan de samenleving te leveren, en ook eisen aan het talent stellen. Wie in Nederland mee wil doen moet bepaalde basisregels in acht nemen, zoals naar school gaan en werken, anderen en andere meningen respecteren, zich aan de Nederlandse wetgeving houden.
Mensen op zulke regels en op basiswaarden aanspreken werkt niet zo goed op een abstract niveau, zoals via landelijke campagnes. Die zijn wel appelerend, maar tegelijkertijd vrijblijvend. Het echte werk moet gebeuren in de ontmoeting met professionals in opvoeding of in maatschappelijke sectoren. Dat impliceert dat maatschappelijke opvoeding herwaardering behoeft. In onze individualistische maatschappij hebben we de maatschappelijke opvoeding in de afgelopen decennia te veel veronachtzaamd. Het samenlevingsperspectief moet terug in de opvoeding, of het nu autochtone of allochtone jongeren betreft. In de directe ontmoeting met opvoeders kunnen jongeren persoonlijk worden aangesproken, en worden uitgedaagd om verantwoording af te leggen over hun gedrag of keuzes in persoonlijk, maar zeker ook in sociaal perspectief. Professionals moeten dan wel werken vanuit hun inhoudelijke betrokkenheid, of vanuit hun hart, en niet vanuit de regels die de organisatie waar ze voor werken oplegt. Organisaties leggen vaak procedurele verantwoordingsregels op, maar die raken niet het hart van het pedagogisch handelen.
Een voorbeeld is dat In het onderwijs moeilijke groepen kunnen worden uitgedaagd om te laten zien wat ze waard zijn en te formuleren hoe ze de samenleving van de toekomst en hun positie daarin zien. Dat verbreedt het perspectief, en levert een bijdrage aan de opvoeding. De docent wijkt misschien af van zijn curriculum door dit aan de orde te stellen, maar het kan een geweldige meeropbrengst hebben. Andere maatschappelijke instanties, zoals clubs, zorginstanties, kerken, maar ook politie en justitie kunnen via persoonlijke betrokkenheid van teamleiders, trainers, imams, of wijkagenten bijdragen aan een kritisch positieve opstelling van allochtone probleemjongen. Daarnaast kunnen professionals ouders verleiden om zich meer open te stellen voor onze democratische en interactieve pedagogische aanpak. Een voorwaarde is wel vertrouwen en identificatie met positieve voorbeeldfiguren. Insluiten betekent daarom werken aan het vertrouwen, en dat vertrouwen kan het beste worden veroverd in de persoonlijke ontmoeting. In deze ontmoeting stelt de professional zich open op, maar weet de ander ook uit te dagen. Het gebruik van humor kan daarbij als katalysator werken.
Uiteraard kost insluiten veel tijd en inspanning. Het alternatief is uitsluiting, en dat leidt alleen maar tot verder verzet en tot negatieve woorden en daden. Als samenleving moeten we dat niet willen, ondanks de roep van bepaalde groepen om nog harder op te treden. Er zal beslist een kleine harde kern van probleemjongeren blijven die niet of nauwelijks is te benaderen, en daar helpt misschien enkel een hard strafbeleid. Voor het merendeel geldt dat met het uitspreken van eerlijke verwachtingen en met een positieve, maar consequente en duidelijke opvoedingsaanpak er zowel voor jongens als meiden langs verschillende wegen resultaat kan worden bereikt. Daardoor wordt integratie misschien moeizaam, maar wel blijvend gerealiseerd.

Raf Daenen, docent maatschappelijke ontwikkeling
Willem Vermeulen

zaterdag 7 mei 2011

Opvoeding: investeren in de kracht van de samenleving of toch maar kiezen voor de onbeheersbare bureaucratie.

 

Over Einsteinen en profvoetballers
In de huidige samenleving staat het belang van het kind steeds meer voorop. Uit onderzoek blijkt dat kinderen steeds vaker bij beslissingen in het gezin worden betrokken, wat wil Jantje eten, waar wil je naar toe met vakantie of wat zullen we zondag eens gaan doen. Aan de andere kant leggen ouders veel druk op de schouders van kinderen om uit te blinken, om het goed te doen op school, of om talenten te ontwikkelen in de sport of muziek. Hun kind is immers bijzonder. Het moderne  kind krijgt de moeilijke en dubbele boodschap: “je mag veel, maar je moet ook veel”. Daarnaast zoeken ouders makkelijk de oorzaak van eventuele problemen van hun kind buiten het kind zelf. De school deugt niet, of de jeugdleider begrijpt het kind niet, of de muziekleraar ziet het talent van het kind niet.
Opvoeden is meer dan het ingaan op wensen of behoeften van kinderen. Mensen zijn sociale wezens, die zich tot elkaar moeten verhouden, kinderen en jongeren moeten ergens tegen aan kunnen schuren. Ze moeten zich een positie in de groep verwerven, en leren omgaan en rekening houden met anderen. Daarom is het belangrijk dat opvoeders honoreren maar ook confronteren, stimuleren en ruimte geven, laten zien waar grenzen liggen. Ouders en volwassenen in het algemeen zijn rolmodellen en behoren voorbeeldgedrag te vertonen.
In de huidige maatschappelijke context wordt de nadruk gelegd op individuele ontplooiing en de opvang of correctie van wat we individuele tekorten vinden. Zowel fysiek (tieners krijgen hun eerste botoxbehandeling en neuscorrectie) als gedragsmatig (therapieën in alle maten en soorten). We hebben speciale scholen voor hoogbegaafden en voor kinderen met problemen (ADHD, NLD, PDD-NOS, Asperger, autisme, dyslexie, dyscalculie, enz).
Opvoeding tot burger, tot participant in de samenleving komt amper in het verhaal voor. Als het mis gaat dan is er alleen maar straf. De laatste jaren wordt de roep naar straf steeds meer benadrukt. Vanuit de media krijgen we het idee dat jongeren sneller en vooral heftiger ontsporen, en dat moet met alle middelen de kop ingedrukt worden. Voor de ogen van het volk staat het stoer om te pleiten voor strenger en langduriger straffen. We beginnen aan de achterkant, wanneer het al te laat is. Maar daar beginnen helpt maar weinig. In de jeugdhulpverlening constateren we dat bij opvoedingsproblemen vooral op regels en protocollen wordt gestuurd. Deze sturing wordt steeds weer aangescherpt wanneer er zich ernstige incidenten of maatschappelijke excessen bij de opvoeding voordoen die in de media breed worden uitgemeten. De politiek kent schijnbaar maar één sturingsstrategie, dat is het roepen om meer regels,  protocollen en controle.

Maatschappelijk opvoeden als alternatief
Het alternatief ligt in het investeren aan de voorkant, dat wil zeggen bij de opvoeding zelf. Te beginnen bij het gezin. En niet op basis van het CDA-gezinsprofiel, maar ook rekening houdend met hoe Marokkaanse ouders en Antilliaanse opvoeders, veelal moeders, weer grip op de opvoeding van hun veelal raddraaiende jongens kunnen krijgen. Als er in gezinnen problemen worden gesignaleerd, dan moet tijdig aan de bel getrokken en hulptroepen in de vorm van nabije opvoedingsondersteuning worden ingeschakeld. Ook het denken over opvoeding op school, bij clubs, bij straatwerk, behoeft aandacht. Samenleven en opvoeding zijn belangrijke aandachtsgebieden bij het opleiden van professionals om bij de uitoefening van hun taken professionele pedagogische ondersteuning te kunnen bieden. Opvoedingsondersteuners sturen daarbij op hun professionaliteit en bieden weerstand aan allerlei bureaucratisch opgelegde protocollen. Samenleven, zien en gebruiken van mogelijkheden, creativiteit en het nemen van verantwoordelijkheid zijn het keurmerk van de nieuwe pedagogische professional.
Door deze regering staat het investeren in het aanpakken van problemen als het te laat is voorop. Bezuinigingen treffen vooral de preventief maatschappelijke investeringen. Met als gevolg dat er  aan ontsporingen steeds meer geld moet worden besteed.
Door deze werkwijze dreigt het systeem vast te lopen. De individualistische bureaucratie is in deze vorm niet vol te houden. Als we een dergelijke bureaucratische vorm van hulpverlenen niet meer kunnen financieren, worden professionals, organisaties en gemeenten in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) hopelijk gedwongen om weer de verantwoordelijkheid te nemen voor meer collectieve, op samenleven gerichte activiteiten en programma’s.
Positieve samenwerking tussen professionals en vrijwilligersnetwerken wordt gestimuleerd en ondersteund in plaats van gefrustreerd. Denk aan het samenbindende vrijwilligerswerk in sportverenigingen, op scholen, in buurtverenigingen. Dat werk is gebaseerd op voortdurende aandacht en zorg, en is een bindmiddel is voor gemeenschappelijkheid. Mede daardoor wordt dreigende ontsporing van de jeugd voorkomen.
Kortom, opvoedingsondersteuning die persoonsgerichte controle ombuigt naar het sturen op het nemen van sociale verantwoordelijkheid.

Raf Daenen docent MO
Willem Vermeulen Psycholoog

maandag 7 februari 2011

Micha de Winter: De Jeugd wordt geproblematiseerd


Repressief optreden is in. Als in Gouda een handvol Marokkaanse jongens over de schreef gaat, roepen Kamerleden dat het leger er op af moet worden gestuurd. Op stations worden jongeren verjaagd met mosquito’s en wethouders staan voortdurend onder druk om hangjongeren hard aan te pakken. Het werkt allemaal niet, zegt pedagoog Micha de Winter. De sociale omgeving van de jeugd moet ook haar verantwoordelijkheid nemen.

‘Het wordt voorgesteld als "wij zijn de tough guys en we zullen onze tanden eens laten zien", maar ik vind het zo soft als het maar zijn kan. Die burgemeester van Wijk bij Duurstede, die stapt ’s avonds gewoon op die groepen af, in z’n eentje. En dat doet hij ook bij criminele groepen. Hij is pas een echte tough guy.’

Hangjongeren
Er is geen gemeente die niet te maken heeft met het fenomeen hangjongeren, en ze worstelen allemaal met de vraag hoe het probleem aan te pakken. Op zichzelf vindt De Winter het al opmerkelijk dat over jongeren altijd in termen van ‘probleem’ wordt gesproken. ‘Overlast door jongeren wordt als de tweede grote ergernis ervaren, na hondenpoep. Een mooi rijtje: eerst de hondenpoep, dan de jongeren. Dat jongeren overlast veroorzaken, klopt. Maar overlast is per definitie interactief. In m’n eentje kan ik geen overlast veroorzaken, ik heb iemand nodig die zich aan mij ergert. In het overheidsbeleid vind je dat interactieve karakter van het probleem niet terug. Het zijn in de praktijk alleen de jongeren die worden aangesproken. Maar als je vervolgens met wethouders spreekt, zeggen zij dat ze voortdurend door buurtbewoners worden gebeld. Die wethouders ervaren dus wel dat het een interactieprobleem is, maar ze staan onder politieke druk om hard op te treden tegen de jeugd. Dat is het politieke klimaat, maar daarmee wordt het beleid nog niet effectief.’

Tweederangsburgers
Jeugdbeleid, zegt De Winter, is niet slechts beleid dat problemen van de burger oplost. ‘De aandacht voor criminaliteit, schooluitval - allemaal belangrijk, maar ik mis iets positiefs in het jeugdbeleid. Een wethouder moet ook bezig zijn met positieve dingen voor jongeren in zijn wijk, stad of dorp. Als je jongeren beschouwt als een categorie die moet worden weggejaagd, dan geef je ze de boodschap dat je ze vooral beschouwt als lastpakken, dat het eigenlijk tweederangsburgers zijn die er niet echt bij horen. In mijn ogen voer je jeugdbeleid in het kader van de democratie. Het zou ook tot doel moeten hebben jongeren bij het samenleven te betrekken.’

Voor het hele artikel kijk op de
website van de VNG!

Bron: VNG Magazine, 4 februari 2011

zaterdag 29 januari 2011

Voetbal mijn passie

Tot ergenis van mijn partner. Het liefst zou ik iedere week naar alle wedstrijden van mijn drie kinderen kijken en als het kon ook nog naar de thuiswedstrijden van Beerse Boys 1.

Onze Jan speelt als voorstopper in C2 onder de bezielende begeleiding van Joost Schapendonk en Jan Baayens. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Intussen ben ik ook weer assistent leider. Mooi om te zien hoe die twee prachtige kerels dertien jongens echt leren samen spelen.


Ons Katrijn speelt op nummer tien in Dames 1. Als trotse vader zeg ik wel ens dat ze wel op de vrouwelijke Affelay lijkt. Maykel heeft er een mooi tem van gemaakt. Met veel inzet kan het team misschien welke kampioen worden.

En dan onze Joep. Misschien wel de beste voetballer van de drie, maar gezien zijn ambitie speelt hij als laatste man in Beerse Boys 8. Dit onder de bezielende leiding van Mark Timmermans. Mark is mijn gewaardeerde concollega van het CDA in de Oirschotse raad. Mark heef het regelmatig over goed rentmeesterschap. Ik hoop maar dat hij zondag na de westrijd een oogje in het zeil houdt.

Zelf heb ik sinds mijn voetbal nadagen al een hele carrière doorlopen bij de Beerse Boys. In mijn nadagen als reserve keerper voor alle teams was ik ook vijf jaar trainer van de B-selectie en leider van het derde team. En nog een goede ook, vraag maar aan Sis van Rooy en Wil van Ham. Vanaf het moment dat mijn kinderen konden lopen ben ik leider gewordenvan de Fjes, Etjes, Dtjes en zelf een jaar van de C2.

Samen met Ad van Gestel heb ik een training over positieve omgangsvormen voor jeugdleiders ontwikkeld. Als wethouder heb ik ondanks wat strubbelingen over de financiering een bijdrage aan de aanleg van het kunstgrasveld geleverd.

Ik ben trots op mijn club de Beerse Boys. Niet alleen om de prestaties, maar vooral om de bijdrage die club levert aan de  samenleving. Er wordt hier nagedacht over coachen en het opleiden van scheidsrechters. We hebben een G-team en activiteitencommissie. Bovendien vervullen we een centrumfunctie in de regio voor het vrouwenvoetbal en een florerende kantine.

Kortom, voor mij is de Beerse Boys de mooiste club. Een voetbalclub die met meer dan 700 leden een grote bijdrage levert aan de maatschappij.

maandag 17 januari 2011

Werkbezoek Job Cohen en kamerfractie aan Tilburg


In restaurant Prinsheerlijk tijdens de lunch vond een terug koppeling plaats richting regionale raadsleden en bestuurders. Een aanrader deze locatie, ook al vanwege de sociale doelstelling, jongeren die niet van zelf aan een start kwalificatie komen met wat extra steun via de praktijk aan werk en een diploma helpen.

Samen met Anja Tils wethouder in Bergeijk zaten we aan tafel met Diederick Samson en Jetta Kleinsma. Mijn zoon Jan is helemaal Fan van Jetta en haar open manier van communiceren. Diederick vertelde honderd uit over zijn bijbaan als vrijwillige straatcoach in Amsterdam. We hadden het over problemen met Marokkaanse jongens en hun opvoeding, de moeilijke samenwerking van instellingen binnen een CJG en WMO. Eigenlijk hebben we dat ook aan ons zelf te danken! We zijn als sociale bestuurders veel te hard aangelopen achter marktmechanismen van concurreren en marktwerking. Hierdoor is de samenwerking erbij ingeschoten. En als de burger dan ook nog ziet dat al die zogenaamde sociale PvdA bestuurders, zichzelf wel erg goed bedelen dan is ook helder waarom we weer terug naar de sobere basis moeten. Van mensen als Rottenberg moeten we per direct afstand nemen.


Ik heb toch wel bewondering Voor JOB en zijn club, ze hebben echt de intentie om van onderop waar aansluiting te vinden bij de gewone mensen.

De bezoeken die onze Kamerleden brachten waren heel divers, Van meefietsen met Pater Poels, de vlees geworden socialist, bij het uitdelen van Brood,Tot het surveilleren met de politie bij de Odulphus school waar leerlingen dronken terug kwamen van het Galafeest, Bezoek van de spoorzone in Tilburg en bij het goederen transport bij het spoor in Gilzen, Het vliegveld in Rijen, het culturele centrum in Goirle en de natuur en de ontwikkelingen in Intensieve Veehouderij in Oisterwijk/Oirschot.

Bij de terugkoppeling onder de regie van een ontspannen Job was ik weer eens echt trots op onze Partij van de Arbeid. Dit is wat ik bedoel met een duidelijk links verhaal, Weg van verhuftering en verrijkers het gaat ombevlogen en betrokken mensen die verantwoordelijkheid nemen voor de samenleving.



woensdag 12 januari 2011

Een avondje met Oirschotse jongeren

Gisterenavond was er in de Ramblaz, het oirschotse jongerencentrum, een avond over de visie van jongeren over Oirschot. Het was een gezellige, rommelige en inspiratievolle avond. Betaalbare huisvesting is voor jongeren een belangrijk thema. Voor mij geen nieuws.

De aanwezige jongeren hadden een uitgesproken mening over de bevolkingskrimp op het platteland:

"Als je de jeugd niet aan je bindt dan stroomt het dorp van eiges leeg. Wij gaan misschien wel een tijdje weg om te studeren maar daarna willen we graag terug komen in ons eigen dorp om te nestelen."

Ook het groene karakter van Oirschot, zonder al te veel stank kwam ter sprake als een groot goed. Natuurlijk moesten er ook wat meer activiteiten voor kinderen georganiseerd worden.

Een leuk idee was om een snelverbinding tussen Oirschot markt en Eindhoven voor fiets en bus te realiseren, de Filias moet gewoon doorreiden naar Oirschot.

Wil de overheid het contact met jongeren houden zal er toch geïnvesteerd moeten worden in de nieuwe sociale media. Waar ondernemend Oirschot zeurde over de kosten werd door de jeugd glasvezelkabels als een vanzelfsprekendheid gezien.

Over opvoeding moet je met de jeugd niet praten. Dat moet je met de ouders bespreken. Het gebruik van drugs en alcohol valt op dit moment mee in Oirschot. Hoe meer je het verbied hoe aantrekkelijk het wordt.

Een voorziening als Ramblaz is net een plek waar je zonder te drinken of andere dingen te doen gewoon kunt zijn, zo hou je jongeren van de straat. Nog een tip voor de gemeente, zulke avonden moet je ook op scholen organiseren.

Wat ik vooral leuk vond was de ongedwongen ontmoeting tussen jongeren en de politiek. De jongeren hadden een duidelijke boodschap. Zorg voor goede scholing van politici en werk samen.

donderdag 30 december 2010

Nummer 13 durft in de spiegel te kijken

@C:Raf Daenen: ‘Laat platteland de steden inspireren’
@1P:
@3K:Nummer 13 durft in spiegel te kijken
@2F:Westelbeerzenaar Raf Daenen afkomstig uit de Belgische Kempen, is inmiddels verknocht aan het platteland van de Nederlandse Kempen: ‘Het voelde als thuiskomen’.

@2I:WESTELBEERS – Gepokt en gemazeld in de Oirschotse politieke arena, kun je rustig stellen. Binnen enkele jaren tijd van de oppositiebankjes naar het wethouderschap en weer terug. Tijdens zijn driejarige wethoudersperiode moest hij zich verantwoorden over de terugbetaling van uitkeringsgelden en voor de begrotingsperikelen bij het kunstgras van voetbalvereniging Beers Boys. Twee dissidenten stapten uit zijn PvdA-fractie en gaven hun zetel niet terug, de coalitie van DV, DGM en PvdA haalde de eindstreep niet en bij de gemeenteraadsverkiezingen werd zijn partij ook nog eens gehalveerd. Toch gaat Raf Daenen (56) onverdroten voort: hij gelooft dat het stimuleren van het goede in de mensen per definitie winst is. Inmiddels staat hij als nummer 13 (!) op de kandidatenlijst voor de provinciale PvdA met de speerpunten Jeugdzorg en Plattelandsontwikkeling. Welke kracht drijft hem? Een gesprek met Daenen over cultuur, voetbal, zijn Belgische achtergrond, verharding in de maatschappij, religie, zedendelicten, en over zijn werk als docent aan Fontys Sociale Studies, intensieve veeteelt en over ‘positief benaderen’. Ja, waarover eigenlijk niet?

@1P:<I>door Rens van Ginneken<I>

@1P:Koffie en een kerstkransje binnen handbereik. Raf Daenen kiest een karakteristieke houding als hij het gesprek opent: beetje schuin gezakt en met weidse armgebaren de vlotte Vlaamse tong ondersteunend. ‘Ik heb mijn jeugd doorgebracht in Zonhoven, in de Belgische Kempen bij Hasselt en Houthalen. Allemaal mijndorpen. Ik werd al jong geconfronteerd met de positie van de arbeiders. Ons gezin telde liefst elf kinderen. Mijn vader was boer, maar ging later werken in de metaal in Luik. Hij was wel duidelijk liberaler dan ik, een echte Vlaming’, lacht Daenen. ‘Ik raakte geïnteresseerd in politiek toen ik in 1978 op een markt de bekende socialistische voorman Willy Claes sprak. Hij vertelde dat ik de politiek moest ingaan.’ Toch zou het nog tot 1996 duren voor Daenen die stap daadwerkelijk zette. Na het atheneum verhuisde hij naar Nederland om er in de psychiatrie te gaan werken. Hij grinnikt: ‘Nog zie ik mezelf aankomen met mijn koffertje op het Eindhovense station. In Eindhoven werkte ik vanaf het begin op een TBS-afdeling. Dan krijg je de kwetsbare kant van de samenleving wel te zien.’ Daenen schakelt nogal snel in het gesprek. Wijdt uit over het één, om dan plots bij een ander onderwerp uit- of terug te komen. Het is zijn typische manier van argumenteren, die sommigen als ‘warrig’ zullen interpreteren, maar als je wat langer met hem spreekt, ontdek je de verbanden in zijn verhaal. ‘Het sociaal-democratisch bewustzijn betekent niet dat iedereen maar gepamperd moet worden. Je moet mensen tegenspel bieden. Je kunt alles dichttimmeren met regels en sancties, maar beter kan je het gedrag proberen te beïnvloeden, door zelf het voorbeeld te geven en de persoonlijke confrontatie aan te gaan. Via mijn ervaring in het welzijnswerk zie ik dat mensen het werk steeds vaker als baan zien, dan als roeping en dat de individualisering en de marktwerking bepalend worden. Nu ben ik niet tegen marktwerking, maar je moet niet de waarden en normen loslaten. Bij kleinschalige initiatieven, met intensief contact met de cliënten zoals Buurtzorg, in plaats van grote zorgcentrales, zie je ook beter teamwerk en betere resultaten. Als je met een buurtvereniging een speeltuintje regelt, gaat het veel sneller en goedkoper dan dat je dat door een logger overheidsorgaan laat doen, omdat die aan veel meer regeltjes moet voldoen. Wat dat betreft is de provincie goed bezig door dorpsontwikkeling te stimuleren. In Wintelré werd een MFA gerealiseerd, dorpsraden in Oostelbeers en Spoordonk blijken capabel om van alles zelf te regelen. Ook in de agrarische sector zie je dat de grootschaligheid uiteindelijk in zijn eigen staart bijt. Ik was tien jaar geleden ook al voor de reconstructie. Maar nu worden we geconfronteerd met een ongewenste grootschaligheid in de intensieve veeteelt. Lokaal leidt het soms tot een verdubbeling van het aantal dieren en halvering van het aantal boeren. De sector staat op het punt om de grenzen van gezondheids- en milieurisico’s te overschrijden en grote boeren vreten de kleintjes op. Het enige perspectief: inzetten op kwaliteit in plaats van kwantiteit. We moeten voorkomen dat de boeren straks verdreven worden uit de samenleving, dus: samen een leefbare context creëren. Het principe is niet veel anders dan met kinderen. Je maakt ze individueel, van dichtbij mee, je luistert, beloont en sanctioneert. Vanaf een bepaald punt hoop je dat ze zelf kunnen nadenken en verantwoord handelen.’

@T:Vergelding

@1P:Daarmee zwenkt het gesprek naar ons rechtssysteem. De maatschappij roept steeds vaker om zwaardere straffen. Is dat terecht? ‘Na de zedenzaak in Amsterdam zag je dat men meteen maatregelen eist. De media rennen daar nogal hijgerig achteraan, waardoor je een sfeer krijgt, waarin je, in de waan van de dag, geneigd bent snel maatregelen te forceren en regels aan te passen. Eigenlijk moet je wat afstand nemen, om dan na een paar maanden te bekijken of verandering nodig is. Amsterdam is een gruwelijk incident met één zieke geest in de hoofdrol. Hoe erg ook: zulke dingen gebeurden duizend jaar geleden ook al. Wanneer je mensen dwingt om van alles stiekem te doen en om overtreders zo lang en zoveel mogelijk ‘weg te stoppen’, kan de maatschappij niet meer op een natuurlijke manier corrigeren. Je verliest de dagelijkse controle. Twintig jaar geleden zat ik met een groep van tien TBS-ers in een huisje vakantie in Zeeland. We deden wat andere toeristen ook doen en wisten: ‘Als wij iets stoms doen, dan houdt het op, voor ons en alle anderen na ons.’ Vanuit de psychiatrie weet ik dat je moet inzetten op het positieve voor het beste leereffect. Je moet streng, maar wel rechtvaardig zijn. Er komt vanuit de massa nu een roep om vergelding, meer dan om passende straf. Helaas blijkt proefondervindelijk dat het juist averechts werkt. Mijn drive gaat tegen de huidige beweging in. We moeten verantwoording nemen, mensen aanspreken op gedrag. Er moet een gemeenschap zijn om op te bouwen, we moeten er zijn voor iedereen. Weet je: opvoeding is het mooiste proces wat er is. Waarvan je houdt moet je wel tegenspel geven, zodat het zich in schoonheid kan ontwikkelen. Als een muzikaal talent nooit hoort ‘Dat kan beter’, dan wordt hij ook nooit top. Je moet het talent koesteren, maar van teleurstellingen leer je veel meer dan van successen, neem dat maar van mij aan’, verzekert hij. De landelijke PvdA werd door de kiezers afgestraft met de laagste zetelscore sinds jaren. ‘PvdA had dit verlies nodig. Er is een sociaal ongenoegen; daarin moet je mensen tegemoet treden. Veel PVV-stemmers zijn teleurgestelde PvdA-mensen. Mensen kozen uit frustratie PVV, uit angst voor verlies van eigen identiteit, door veranderingen in hun omgeving. In diezelfde omgeving zie je gekleurde mensen vluchten in hun eigen cultuur en religie. We moeten eerder inzetten op het aanleren van de Nederlandse taal: essentieel om deze mensen echt bij onze samenleving te betrekken. Wij als PvdA moeten zorgen dat we weer betrouwbaar zijn. We moeten weer volmondig zeggen: ‘Dit zijn onze mensen!’ Bij CDA zie je overigens een vergelijkbare tendens. Er treedt nu een conservatief/liberale hoofdstroom naar buiten die nauw aansluit bij de verharding van VVD en PVV, zodat sociaal-christelijke CDA-ers zich niet meer in de partij herkennen.’

@T:Jezus Christus

@1P:Regelmatig botste Daenen met de meer rechtlijnige ideologen binnen zijn partij. ‘Zelf ben ik meer van het luisteren en het proces ingaan, liefst met humor. Waar ik wel van schrok is hoe er met mijn vermeende politieke blunders werd omgegaan, door publiek én politiek. De informatieverstrekking was niet best. Dan mis je toch een kritische pers, die toetsend werkt en zaken boven tafel haalt. Desondanks kan ik nog steeds met goede zin opstaan en durf ik in de spiegel te kijken. Voor gewetensvragen ben ik niet zo bang, wellicht door mijn religieuze achtergrond?’ Daenen is naast sociaal-democraat ook praktiserend katholiek. Bijt dat elkaar niet? ‘Nee, zeker niet. Ik geloof in het goede in de mensen en dat we hier zijn om het goede te doen. Ik weet zeker dat God van ons allemaal evenveel houdt. Een goed christen is eigenlijk per definitie een goede sociaal-democraat. Volgens mij was Jezus Christus de eerste socialist, haha!’ Hij gelooft daarnaast ook nog in de kracht van het platteland en de kleine gemeenten: ‘De mensen leven er dicht bij elkaar, de sociale controle, als je het zo wil noemen, is er groot. In die cohesie kan er veel bereikt worden. Mocht ik straks voor de provincie gekozen worden, dan wil ik die inspirerende boodschap naar de steden brengen. Voor de steden komt het platteland op het tweede plan, terwijl ze van de wijze van samenleven in de kleinere kernen veel kunnen leren. Een tegenwicht voor het onpersoonlijke karakter van de stad, waardoor je de verharding kan tegengaan.’ Wat is de uiterste houdbaarheidsdatum van een politicus? Daenen: ‘Ik draai nu tien jaar mee als wethouder en raadslid in Oirschot. Het is lastig aan te geven. Over een tijdje wil ik mijn zetel overdragen. Verandering is nodig af en toe. Het is moeilijk een goed uitstapmoment te kiezen. Daar gaan er veel de fout in, ze blijven meestal te lang zitten. Femke Halsema was afgelopen week de beste ‘afscheidnemer’ die ik ooit zag: precies het goede moment.’ Hij tuurt naar het Siciliaanse wijntje, waarnaar we inmiddels zijn overgeschakeld. ‘Wethouder zou ik nog weleens willen worden…’, mijmert de Westelbeerzenaar. We praten nog over de bezuinigingen op kunst en cultuur: ‘Voor mij ondenkbaar: kunst is de tegenhanger van het sanctioneren. Als we niet oppassen wordt alles een soort Idols. Echte kunst brengt je bij het goede leven, da’s onmisbaar. Zo kan ik trouwens ook meer genieten van het gedreven voetbal van Beerse Boys dan van het plichtmatige PSV.’ Daenen is naast zijn werk aan het Fontys en zijn politieke werkzaamheden geregeld te vinden op Sportpark De Klep. ‘Meestal als supporter van de Boys, een enkele keer nog als ‘inleentrainer’, lacht hij. Wordt het met een mogelijk provinciale politieke carrière niet een overvol schema? Weer die herkenbare lach: ‘Ha! Maar ik heb een goede vrouw. Zij stelt grenzen aan mijn politieke ‘hobby’, zodat ik er ook voor het gezin nog ben. Dan gaat zijn mobieltje en staat hij op. Weer genoeg gehobbyd vandaag.

Bron: Trompetter

dinsdag 28 december 2010

Ode aan opvoeders

Een welgemeende kerstwens van mijn goede vriend Rens:

We dwalen rondjes door de feestelijk aangeklede basisschool. Buiten troffen we al gezelligheidsaanwakkerende vuurkorven. Elke klas heeft zijn eigen specialiteit. In een lokaal kan je terecht voor kunstig gezaagde sterren van Bethlehem, bij de buren kun je tomatensoep uit een grote ketel bekomen of zelf een peperkoek kerstig versieren. Verderop kan men op de foto met ‘Santa’ in een soort Sumoworstelaarpak. Voor de ouders is er een aanlokkelijke glühweinkraam. ‘Maximaal twee glaasjes per persoon’, meldt de bediening. Is de voorraad beperkt, of kent men mijn dorst? Een enthousiast gitaarspelende leraar trekt door de gangen. Groep 8 sliert ‘Jingle Bellend’ in zijn kielzog. Onze oudste zong het liedje jarenlang steevast met de tekst ‘Oh, what fun, the discoride’. Logisch, vond ik wel. Bij de ongebreidelde kinder-kerstvreugde past best een stukje joyriden in de disco, op een arrenslee. In groep 7 wordt een zangspel opgevoerd. Een meisje gaat met de pet rond, voor het goede doel. Je kan dezer dagen natuurlijk niet collecteren voor een nieuw behangetje in de lerarenkamer. De leerkracht heeft mijn speciale aandacht. Niet alleen omdat ze er zo leuk uitziet, maar vooral omdat ze het zo duidelijk ‘in de vingers heeft’. Op haar stille wenken staan de brave kinders op, gaan weer liggen, of starten hun aandoenlijk gezang. Geen enkele wanklank. Met een mengeling van bewondering en lichte afgunst sla ik het gade. Zelf heb ik nog een blauwe maandag in het onderwijs gewerkt. Mijn allerlaatste groep was Druk, met wekelijks zes (!) verschillende, goedbedoelende leerkrachten. Dit kon niet zonder gevolgen blijven. Met name in mijn geval, zo groen als gras in het vak. Ik schijn vaker die onbegrijpelijke gedachte op te roepen: ‘Met hem gaan we lachen!’ Leuk voor in de kroeg, maar ik besefte terdege dat dit in een onderwijsinstelling niet kon werken. Vaak probeerde ik vergeefs het tij te keren. In mijn toenemende frustratie leek ik soms meer op Achmed the Dead Terrorist (‘Silence! I kiel you!!!’) dan op het gewenste rustbaken in de klas. Tijdens een schilderles moest ik eens anderhalve minuut de klas uit, om papier te halen. Bij terugkomst trof ik een joelende bende, rondom een bijna geheel ontklede negenjarige, van top tot teen ge-bodypaint. Ongeveer toen besloot ik het onderwijs even te laten voor wat het was. Soms kriebelt het nog wel eens, zoals nu, in deze harmonieuze sferen. In ieder geval: mijn bovenmatige sympathie hebben ze, al die mensen van het edele leerkrachtengilde! Onvervaard brengen ze onze koters de beginselen van de fotosynthese bij, de Grootste Gemene Deler en de topografie van Oezbekistan, ondertussen bloedneuzen deppend, sinaasappels pellend en liefdesverdrietigen troostend. Kortom, mijn kerstgedachten gaan uit naar deze Mooie Mensen met een Missie. Geef ze ballen en een piek, drie weken op de lange latten in Chamonix en een rijk gevulde dis: ze hebben het zó verdiend!!

Zalig Kerstfeest!