Posts tonen met het label welzijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label welzijn. Alle posts tonen

maandag 13 mei 2013

Hoe welzijn en zorg weer op de Rails te krijgen

Zonder grote investeringen in organisatie en overhead.
1.      De patiënt
Het gaat niet goed met de zorg, dat wordt in de media en door het beleid regelmatig geconstateerd. Maar wat mankeert de patiënt? Op het eerste gezicht zien we symptomen van verkramping, narcisme, ataxie (verlies van coördinatie en controle over ledematen), amputatie, verstopping en boulimie.
Verkramping zien we bij het terugtrekken binnen de eigen organisatie en het niet aan willen gaan van noodzakelijke samenwerkingsverbanden. In een aantal zorgorganisaties zijn bestaande routines bijna heilig en muren stevig en hoog. Men kan en durft nauwelijks over de grenzen van de eigen organisatie te denken. Soms is er ook sprake van narcisme, waarbij organisaties of hun managers menen dat zij de beste zijn en dat anderen zich naar de regels en gebruiken van hun organisatie moeten voegen. Andere organisaties mogen aanhaken op voorwaarde dat ze zich voegen naar de aanpak van de organisatie die zich het belangrijkst vindt.
Veel verschijnselen van ataxie zijn in de zorg te zien. De ene instelling weet niet wat de andere doet of kan. Soms wordt uit onwetendheid zonder noodzaak doorverwezen, soms naar de verkeerde instantie. Ook zijn er onderdelen van de zorg geamputeerd, blijkbaar met het idee dat het ledematen zijn die er minder toe doen. Zo is opbouwwerk als professie verdwenen, maatschappelijk werk is gemarginaliseerd. Een belangrijk probleem van onze patiënt zijn verstoppingen, tot in de haarvaten toe. Verzekeraars en inspectie eisen door hun bureaucratische procedures dat elke handeling en elk voorschrift in hun systeem kan worden geïdentificeerd. Huisartsen, apothekers, therapeuten, maatschappelijk werkers worden aan banden gelegd, door voorschriften over wat wel en niet mag. We zien dan ook dat onze patiënt nauwelijks nog vooruit komt. Anderzijds zien we verschijnselen van boulimie, wanneer grote instellingen dure middelen en apparatuur aan mogen schaffen, of bepaalde groepen van alles kunnen regelen.
Gelukkig zien we ook dat de patiënt op een aantal terreinen zijn best doet om gezonder te worden. Zo zijn er initiatieven om de zorg kleinschaliger en nabij te organiseren, denk aan zorgcoöperaties, buurtzorg, zelfzorg, mantelzorg, of het gebruik van nieuwe technologieën. Maar dat gaat vaak buiten de gestaalde kaders om.
2.      De diagnose
Er zijn dus veel signalen die er op wijzen dat het al met al niet goed gaat met onze patiënt. Hoe komt dat? Een belangrijk element is dat de zorg deels is vermarkt en gebureaucratiseerd. Vermarkting zou moeten leiden tot verbetering en besparing, maar daar is tot nu toe weinig van gebleken. Wel zien we effecten zoals verzuiling, doorspecialisering en op een aantal terreinen verspilling. Dat komt omdat gezondheid een kostbaar goed is, dat ook nog eens manipuleerbaar is. De aanbieders kunnen hun product bijna eindeloos diversifiëren en modificeren, en de vragers hebben vaak te weinig kennis en inzicht om te weten wat voor henzelf nodig en nuttig is. Ze staan in een afhankelijkheidsrelatie ten opzichte van de aanbieders, en daardoor is van een echte vrije markt geen sprake. Als zich dan partijen aandienen die gericht zijn op het maken van winst, krijgen ze veel mogelijkheden in de schoot geworpen, omdat er gemakkelijk kan worden gemanipuleerd. Vermarkting leidt vaak tot meer kosten aan de top van de piramide van zorgorganisaties en bezuiniging aan de onderkant, waar het uitvoerend werk plaatsvindt.
Gezegd moet worden dat de markt niet helemaal vrij is. De overheid houdt toezicht, er wordt gewerkt met vormen van Publiek-Private Samenwerkingsverbanden en voor het betreden van de zorgmarkt zijn er allerlei aanbestedingsregels. Die regels leiden er overigens toe dat bij beoordeling niet altijd de kwaliteit voorop staat, en dat kleinere spelers in het veld van zorgverlening vaak worden vermalen door de grote spelers.
De bureaucratisering van de zorg, die deels door zorgverzekeraars en deels door de rijksoverheid zelf in het leven is geroepen om de kostenkant te beheersen, heeft tot gevolg dat er veel tijd en geld gaat zitten in het invoeren, verwerken en controleren van formulieren. Zoals bekend is overgegaan op de zorgzwaartebekostiging, waarbij per patiënt wordt bekeken welke zorg deze behoeft, en waarbij zoveel mogelijk thuis zorg wordt geboden. Dit laatste is in een aantal gevallen zeker te prefereren, maar het leidt ook tot meer formulieren, van indicatiestelling tot behandelingsplan en verantwoording daarvan.
Een ander gevolg van de bureaucratisering is dat niet reguliere behandelingen of onbekende zorgvragen buiten de boot vallen, want daar bestaat geen formulier voor. Niet iedereen krijgt daardoor wat hij of zij nodig zou hebben. En onmondige patiënten hebben vaak het nakijken, omdat ze niet precies de weg weten in alle ingewikkelde procedures die een bureaucratische werkwijze met zich meebrengt.
Daarnaast moeten we ook niet uit het oog verliezen dat met de toenemende vergrijzing de zorgbehoefte feitelijk toeneemt, en daarmee de kans dat de zorgkosten stijgen. De zorgbehoefte neemt niet alleen onder de ouderen toe, maar onder alle maatschappelijke groepen. Enerzijds omdat we gemiddeld ongezonder zijn gaan leven, en anderzijds omdat we steeds hogere eisen aan de zorg stellen, om aan onze fysieke en geestelijke wensen en verlangens tegemoet te komen. De toenemende individualisering heeft er toe geleid dat we bij problemen niet zo gauw een beroep doen op het ons omringende sociale vangnet, maar eerder professionele zorg vragen. Dat deze zorg meer kost is evident, maar of het ook betere resultaten voor de cliënt oplevert is maar zeer de vraag.
3.      Het behandelingsplan en de therapie
Wat kunnen we doen? Om dat te weten is het handig om met goede raadgevers van gedachten te wisselen. Dat is gebeurd door een website te openen waarop ervaringsdeskundigen, beleidsmakers, onderzoekers kunnen reageren op de vraag hoe we de zorg beter kunnen organiseren. Een van de belangrijkste behandelingsplannen die werden voorgesteld was het verminderen van de bureaucratie, die in onze patiënt zoveel verstoppingen teweeg brengt.
Dat moet integraal gebeuren, van nationaal tot lokaal niveau. Hoe krijgen we dat voor elkaar? Daarvoor moet er organischer worden georganiseerd, dat wil zeggen in horizontale en verticale samenhang. Sommige zorgzaken moeten op regionaal, provinciaal of zelfs nationaal niveau worden geregeld; te denken valt aan specifieke behandelingen voor ziektes of handicaps die zeldzaam zijn. Maar heel veel zorgzaken kunnen op lokaal niveau worden geregeld, waarbij het belangrijk is dat verschillende stakeholders samenwerken; huisarts, maatschappelijk werk, fysiotherapie, apotheker, wijkverpleging, remedial teachers, enz. Samenwerken betekent niet alleen bestandjes uitwisselen, maar ook met elkaar overleggen over welke zorg voor wie het meest geschikt is. Soms op individueel niveau, vaak op het niveau van groepen.
Een tweede belangrijk aandachtspunt is dat de overheden en de burgers zelf op de juiste wijze de regie (weer) in handen moeten nemen. Privatisering van zorg als mantra is niet de juiste weg, dat heeft de empirie inmiddels wel aangetoond. Overheden hebben tot nu toe vooral op processen gestuurd, maar zouden weer aan inhoud van zorg moeten werken: wat speelt er in onze gemeente, regio, provincie, land, hoe kunnen we de behoeften en vragen van onze burgers duiden, en hoe kunnen we daar het best op inspelen? Waar versterken we de eigen kracht van de burger, en waar moeten we zelf zorg organiseren en uitvoeren? Op de keeper beschouwd blijkt dat veel meer aan de eigen kracht van burgers kan worden overgelaten dan we nu vaak denken en doen, mits de overheid daarvoor de goede condities schept. Daarvoor moeten inhoudelijke professionals er weer op af, in de buurten zelf zaken constateren, regelen en organiseren in communities, geruggensteund door betrokken politici.
Zaken die burgers zelf niet kunnen opvangen moeten op het juiste niveau worden geregeld door de overheid. Daarvoor kunnen kaders worden opgesteld, die niet helemaal worden dichtgetimmerd met regeltjes en verantwoordingsformulieren. Veel kan worden overgelaten aan goed opgeleide professionals, zeker als deze samenwerken, het punt dat we zo-even al hebben genoemd.
Het derde aandachtspunt is de versterking van de preventieve sector, van voorlichting en educatie over gezondheid en goed samenleven tot adequate eerstelijnsopvang. Door mensen in hun levensloop voor te bereiden op de fasen waar ze door heengaan en daar goede handreikingen voor te bieden, kunnen we veel ellende voorkomen.
Als laatste aandachtspunt is genoemd een zinvol en verstandig gebruik van nieuwe technologieën, die niet in de plaats komen van menselijk contact, maar wel aanvullend kunnen zijn. Gerontechnologie is er een voorbeeld van.
4.      Nabehandelen noodzakelijk
Het is duidelijk dat in een maatschappij die voortdurend in beweging is, de vinger aan de pols moet worden gehouden. Er is niet één systeem dat blijvend goed is, en daarom moeten regelmatige check-ups worden ingebouwd. Daarbij moeten we transparant en open kunnen zijn, omdat we elkaar niet willen afrekenen op wat er verkeerd gaat of verkeerd kan gaan, maar omdat we willen leren om tot verdere verbeteringen te komen. Alleen dan houden we onze potentiële patiënt gezond, fit en actief. Wij noemen dit overheidsparticipatie, weten wat er gebeurd en waar de potenties liggen en pas in beweging komen als het echt nodig is.

Willem Vermeulen psycholoog
Raf Daenen docent maatschappelijke ontwikkeling in zorg en welzijn
Auteurs van het boek "Perspectief op een  maatschappij in crisis" Boom Lemma, 2012

 

 

vrijdag 26 april 2013

wie zoekt mee naar een participerende overheid en verantwoordelijke burgers en professionals.



Oude wijn in nieuwe zakken: of daadwerkelijk investeren in overheidsparticipatie en een actieve gemeenschap.

Managers zijn nog steeds Tayloriaans geschoold en van weinig managers hebben we iets te verwachten als het gaat om nieuwe activerende samenwerkingsconcepten. Sowieso is het de vraag of de huidige organisaties van welzijn en zorg de geëigende organisaties zullen zijn richting toekomst. Het organiseren van netwerken is nog maar aan weinige van de huidige organisaties besteed. Het durven en kunnen denken over de grenzen van de eigen organisatie heen vind maar zelden plaats. Het is gebruikelijk elkaar in een verhevigde concurrentie vliegen af te vangen. Men wil wel samenwerken met anderen als men zelf in het centrum van de macht kan blijven. In deze context worden dan ook veel innovatieve krachten van de werkvloer de nek om gedraaid. Toch krijgt de werkvloer in de breedte van zorg en welzijn steeds meer een hbo –niveau en is bereid en geschoold om nieuwe oplossingen aan te dragen. Jongere Hbo’ers zijn over het algemeen niet zo veel eisen richting toekomst en bereids om enig risico te nemen in functie van hun beroep. Pas wanneer ze regelmatig gefrustreerd worden en het eigen bestaan vraagt om wat meer zekerheid is er sprake van enige verkramping en zoeken naar zekerheid. We kunnen stellen dat de huidige organisaties en hun managers in welzijn en zorg de verkramping in de organisatie verankeren. De regie rol van de gemeente is ook niet je dat, ambtenaren zijn erg juridisch georiënteerd en op verantwoording gefocust. De verwachting dat gemeentelijke organisaties het initiatief nemen in maatschappelijke vernieuwing en het burgers helpen weer verantwoordelijk te worden voor de eigen omgeving lijkt meer op een utopie. Als er vanuit een gemeentelijke organisatie activiteiten richting samenleving plaats vinden is dit zelden verfrissend aansluiten op de kracht van de samenleving. Ambtenaren wonen het liefst niet in de gemeente waar ze werken, laat staan dat ze vanuit eigen beweging aansluiten bij maatschappelijke activiteiten.

DE thuiszorg is kapot aanbesteed, buurtzorg weet voor als nog de dans te ontspringen maar wordt in sneltrein vaart in gezogen binnen de bestaande aanbestedingen en verantwoordingskaders. Het maatschappelijk werk qua professie de bij uitstek geschikte poortwachters van de WMO, is gemarginaliseerd tot een aantal specialismen als schuldhulpverlening, relatie therapie, taakgerichte hulpverlening. Jongerenwerk en jeugdwerk zijn zoekende in een nieuwe ordening van een centrum jeugd en gezin. Aan opbouwwerk is er meer dan ooit behoefte maar het is als professie van de aard bodem verdwenen. RIBW’ s zijn in veel gevallen mini psychiatrische inrichtingen die met het terug brengen van zorg zwaartepakket 3 en 4 richting WMO en immens groot bolwerk dreigen te worden van isolement en eenzaamheid. De Geestelijke Gezondheidszorg heeft zich de laatste jaren op allerlei specialismen gericht echter de kwetsbare gek zit in opvang huizen zwerft op straat of is verzeild geraakt in een gevangenis. De huisarts de voormalige spin in het web verzuipt in hand en spant diensten verstrikt in een bureaucratisch web van indicaties controle en verantwoording, weinig tot geen grip op de 2de lijn en specialismen niet bevoegd om te indiceren, geen tijd om in netwerken te participeren. Het indiceren en registreren aangedreven door semi marktgerichte verzekeraars, kampioenen in het fragmenteren en bureaucratiseren,

Kortom de wereld op zijn kop. Allemaal koninkrijkjes die met alles en iedereen samen willen werken vanuit een eigen werkelijkheid. Toen was er behoefte aan eigen kracht en een participerende overheid met dienstbare netwerkverbanden waar mens en samenleven centraal staan en een beetje beter van worden. Op zoek naar een participerende overheid en verantwoordelijke burgers en professionals.

woensdag 27 april 2011

Actieve meeting Young professionals in zorg en welzijn





26-05-2011
Waardoor raak jij bevlogen?

Georganiseerd door de Young Professionals van de Provinciale Raad Gezondheid.

"We zien in ons werk vaak dat jonge werknemers niet op hun kracht werken, zich inhouden en in sommige situaties zelfs hun bevlogenheid, inspiratie en uitdaging verliezen. Juist in deze tijd waarin we voor grote veranderingen staan in  zorg en welzijn, vinden wij het belangrijk dat jonge professionals in onze sector- met hun vaak kritische en frisse kijk - een actieve rol spelen.  We willen een ontmoeting, door en voor  jonge professionals in zorg- en welzijn. Een ontmoeting om elkaar te inspireren en met elkaar te zoeken naar manieren om een actieve bijdrage te leveren aan  de vernieuwingen in onze sector. Met passie en bevlogenheid."
  • Ben jij een jonge professional werkzaam in de zorg- en welzijnsector?
  • Wil je met passie en bevlogenheid (blijven) werken?
  • Ben je op zoek naar inspiratie en energie van andere jonge professionals?
  • Wil je nieuwe contacten opdoen?
  • En nieuwe en creatieve mogelijkheden ontdekken die nu buiten je bereik lijken te liggen?
Kom dan op donderdag 26 mei 2011 naar de actieve meeting ‘Willen + Kunnen + Durven = DOEN!' in het Provinciehuis van Noord-Brabant te 's-Hertogenbosch.
 Aanmelden kan tot 16 mei 2011

http://www.provincialeraadgezondheid.nl/actueel/conferenties/Actieve_meeting_Young_Professionals_in_Zorg_en_Welzijn_26_mei_2011_.html?id=393

zaterdag 19 februari 2011

Hulpverlening sluit niet aan op samenleving

Door Maud Verschuuren

Als het gaat om positionering en imago heeft het management van welzijnsorganisaties een mooie uitdaging. Initiatieven vanuit gemeenten die samenwerking bevordert tussen verschillende welzijnsinstellingen worden beschouwd als tijdverspilling. Keer op keer laten hulpverleners en directie het afweten op momenten dat zij zich positief kunnen etaleren bij de lokale bevolking. Samenwerking met vrijwilligersorganisaties wordt meesmuilend gadegeslagen aangezien de interne opvatting heerst dat vrijwilligers geen gelijkwaardige partners kunnen zijn voor professionals. Deze eenzijdige vooringenomenheid zorgt voor gemiste kansen wanneer het gaat om een allround aanpak van problematieken in buurt en wijk. Vrijwilligers zijn de ogen en oren van de hulpverlening. Zij zien en ervaren de echte problematiek en komen dichter bij cliënten dan hulpverleners. Vrijwilligers worden toegelaten in privé situaties waarvan de hulpverlener vanachter zijn bureau slechts kan fantaseren. Gewend om gepamperd te worden gaat de maatschappelijk werker niet graag op huisbezoek. Slechts in hoognodige gevallen worden consessies gedaan. De maatschappelijk werker staat niet meer in de maatschappij maar staat ernaar te kijken vanaf de zijlijn, bang en onwetend ten aanzien van haar doelgroepen. Gelukkig hebben hulpverleners het te druk met rapporteren dus wie kan ze het kwalijk nemen. Want de maatschappelijk werker betichten van weinig maatschappelijk besef is zo’n beetje als vloeken in de kerk.

vrijdag 21 januari 2011

Wonen, welzijn en zorg dicht bij huis op het platteland


Door Arnold Vosters, directeur Stichting Sint Joris

Op de eerste plaats is omtrent het wonen, het welzijn en de zorg op het platteland een uitsplitsing op basis van complexiteit nodig waarbij hoog complexe, specialistische zorg overgelaten moet worden aan de specialisten. Ik denk niet dat Sint Joris de pretentie moet hebben om bijvoorbeeld de complexe revalidatie of de acute psychiatrische zorg in Oirschot te gaan doen.


Sint Joris is wel van mening dat er in Oirschot een centrale verpleeghuisvoorziening moet komen waar (niet complexe) revalidatie en (niet complexe) chronische psychiatrie, maar ook verpleeghuiszorg geboden kan worden, zowel voor mensen met dementie als voor mensen met een chronische lichamelijke aandoening. Daarnaast moet Sint Joris in Oirschot het langer thuis kunnen wonen ondersteunen door er te zijn met een oplossing als het in de thuissituatie echt niet meer kan. Hospice zorg, een zorghotel, tijdelijke verblijfkamers zijn o.a. de mogelijkheden hiervoor. De complexiteit van bovengenoemde functies is dermate hoog dat deze geclusterd, effectief en efficiënt aangeboden kunnen worden. In de kleine kernen ziet Sint Joris uiteraard ruime mogelijkheden om nog langer thuis wonen te stimuleren. Ook zijn er mogelijkheden om in een aantal van de kleine kernen een kleinschalige voorziening op te zetten waarbij 2 keer een groep van 8 cliënten haalbaar zou kunnen zijn.


Belangrijke voorwaarden daarbij zijn:   
  • Er moet voldoende vraag zijn voor een kleinschalige voorziening van 2 keer 8 cliënten.
    Clustering van doelgroepen in samenwerking met o.a. de verstandelijk gehandicaptenzorg.
  • Samenbrengen van functies waarbij de zorg thuis (Awbz en Wmo) onderdeel uitmaakt van de kleinschalige voorziening.
  • Inzet van domotica (elektronische hulpmiddelen) en samenwerking tijdens onrendabele uren zoals nachtzorg.
  • Zorgtrajectbegeleiding, ketenzorg.
  • Meer differentiatie in functies van medewerkers, waarbij ook arbeidsgehandicapten (o.a. wajongers) een kans krijgen.


Als we willen samenwerken, als geld niet de enige drijfveer is en als kwaliteit het belangrijkste uitgangspunt is,  dan is Sint Joris er van overtuigd dat we ook op het platteland hoogwaardige zorg en dienstverlening kunnen bieden. Waarbij de sociale cohesie toeneemt en mantelzorg en vrijwilligerswerk meer vanzelfsprekend zijn. Een mooi voorbeeld vind ik de Zorgcoöperatie in Hoogeloon die nu ook samen met Sint Joris en Lunetzorg een kleinschalige voorziening wil gaan ontwikkelen in Hoogeloon.


Er zijn dus nog heel veel uitdagingen voor beleidsmakers binnen wonen, zorg en welzijnsorganisaties en uiteraard zal ook de gemeentelijke, provinciale en landelijke overheden hier een steentje aan bij moeten dragen, waarbij een nauwe samenwerking met de gemeentelijke overheid een must is.