Posts tonen met het label populisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label populisme. Alle posts tonen

donderdag 14 november 2013

Populisme: de redding van de democratie


Vox populi: Een nieuw populisme met onderwijs als fundament voor de toekomst van onze kinderen

De breuklijn in de huidige samenleving wordt steeds meer bepaald door het niveau van scholing. Vroeger waren er maatschappelijke breuklijnen op basis van geloof en levensbeschouwing. Daarbinnen was er via kerk, patronaat en verenigingsleven de ontmoeting tussen personen met verschillend niveau van stand en opleiding. Het maatschappelijk middenveld zorgde voor samenkomst en vorming. Ook de dienstplicht bracht mensen van verschillend kennisniveau samen. Met de nadruk op kennis, informatie en innovatie als dragers van de samenleving, is er nu een scheiding ontstaan tussen “weters” en “niet-weters”. Deze scheiding gaat vaak samen met meer of minder inkomen. De kennismaatschappij met haar oproep om een zo hoog mogelijke opleiding te volgen is steeds belangrijker geworden, en dat gaat ten koste van mensen die dit niet willen of kunnen.
Ook de politieke partijen, die toch een afspiegeling van de samenleving zouden moeten zijn, zijn grotendeels bemenst met hoog opgeleide volksvertegenwoordigers. De laag opgeleiden in de samenleving herkennen zich steeds minder in het politieke landschap. Zij vinden hun uitlaatklep bij partijen die zich afzetten tegen het politieke establishment. In een wereld met steeds minder grenzen worden met name de lager opgeleiden de dupe van het gelijkheids- en zelfredzaamheidsprincipe. Bedrijven die productiewerk verrichten verhuizen naar lage loon landen, vaklieden voelen zich bedreigd door Oost-Europeanen die hier onder ons minimumloon komen werken. De lager opgeleiden vinden bij ontslag minder snel een andere baan of bezigheid. Zij hebben het gevoel dat zij moeten betalen voor de bankencrisis die door de hoger opgeleiden en grootverdieners is veroorzaakt.
Het behoren tot de kenniselite of het proletariaat der minder opgeleiden wordt al op jeugdige leeftijd bepaald. Zeker nu het tweede kans onderwijs vrijwel is afgesloten voor de minder vermogende. De keuze van het niveau van voortgezet onderwijs is beslissend voor iemands toekomst. Dit niveau van onderwijs bepaalt de wijze waarop iemand denkt, voelt, handelt, waar op televisie naar wordt gekeken, wat wordt gelezen en gegeten, waar en hoe op vakantie wordt gegaan, en is ook nog bepalend voor de financiële armslag.
Laag en hoog opgeleiden lijken soms van twee verschillende planeten te komen. Karikaturaal kan worden gesteld dat de hoog opgeleiden actief, vol vertrouwen, toekomstgericht, communicatief, open, nieuwsgierig, innovatief en kosmopolitisch zijn. De laag opgeleiden zijn wantrouwend, negatief, cynisch, gericht op directe consumptie en het hier en nu, voelen zich eerder slachtoffer en zijn nationalistisch.
Het niet hebben gevolgd van een hoge opleiding staat voorpersoonlijk falen, gebrek aan talent en doorzettingsvermogen. Die duiding wordt juist gegeven door de mensen die het in deze samenleving maken. De elitegroep van de succesrijken keert zich daarmee af van de kansarmen. Door de individualisering en de afname van ontmoetingen in de openbare ruimte is er minder gelegenheid en meer angst en dus minder behoefte om elkaar te ontmoeten, laat staan ervaringen te delen.
De geschetste kloof wordt vergroot door politieke keuzes. De nadruk op individuele ontplooiing en verantwoordelijkheid, de zorg van links voor migrantenarbeiders, of het stimuleren en financieren van de eigen woning heeft de lager opgeleiden steeds verder achteruit gezet. Door het marktmechanisme te verheerlijken worden vooral de laaggeschoolden een grijpgrage prooi voor de commercie. Gelokt door schitterende vooruitzichten nemen juist zij vaak onverantwoorde risico’s. De recente liberaliseringsgolf in de zorg, het onderwijs en de nutsvoorzieningen, met hun vaak moeilijk te doorgronden regels hebben deze voorzieningen ontoegankelijker gemaakt, vooral voor de lager geschoolden.
Het volk ondergaat deze ontwikkeling niet langer passief, maar komt in actie. Laaggeschoolden gaan samenwerken en willen ook bij de democratische besluitvorming worden betrokken. Wanneer we de basis van de democratie, het gelijkheidsbeginsel, mensenrechten, en de rechtsstaat overeind houden, biedt het populisme de mogelijkheid tot een vernieuwd breed spectrum van politieke partijen, van links tot rechts. Er zal noodgedwongen met populistische partijen samengewerkt moeten worden. Daarin ligt de kiem voor een nieuwe ontmoeting,
Er is ruimte voor een populistische politiek, mits het populisme wordt omgebogen van reageren uit ongenoegen naar aandacht voor de noden van de laaggeschoolden. Een van hun behoeften is het zinvol bijdragen aan de samenleving, en daarvoor gewaardeerd worden. Als de hoger geschoolden zich weer inzetten voor het maatschappelijk belang en de sociale coherentie kan ruimte worden geschapen voor maatschappelijke participatie van mensen met elk opleidingsniveau. De risico’s van globalisering enerzijds en nationalisme anderzijds moeten serieus worden genomen. De kloof tussen allochtonen en autochtonen moet overbrugd worden door culturele en godsdienstige verstarring in te ruilen voor ontmoeting en kansen. Dit vraagt om samenwerken aan een nieuw populisme, met de moed tot verandering en de wil om het goede in de samenleving te behouden.

Raf Daenen, Docent Maatschappelijke ontwikkeling, Willem Vermeulen, Psycholoog

 Auteurs van het boek “Perspectief op een maatschappij in crisis”. Boom/Lemma 2012

 

donderdag 14 april 2011

De tijd is rijp:

De PvdA een partij van gewone mensen voor gewone mensen
Terug naar de gewone mensen partij moet de PvdA zich ontdoen van haar graaiend bestuurlijk imago en het beeld van de partij niet laten bepalen door huidige en voormalige bestuurders die dit imago representeren (Kok, Bos, de Waal, etc.).
Na drie net- niet verkiezingen op basis van een niet PvdA-eigen sociaal-liberaal profiel wordt het tijd duidelijke keuzes te maken voor wie wij als PvdA staan, wat we willen betekenen voor mensen en hoe we hier vorm aan denken te geven. René Cuperus maakt in zijn boek “de wereldburger bestaat niet”, een perfecte analyse van de problematiek van de PvdA. De pakkende subtitel: “Waarom de opstand der elites de samenleving ondermijnt”, geeft de kern van de problemen in de samenleving en dus binnen de PvdA als sociale volkspartij weer. Ook in wat later bleek zijn laatste artikel in NRC handelsblad van 12 april 2008 stelt Thijs Wóltgens: “links moet zich weer veel meer richten op het vraagstuk van de maatschappelijke verdeling”.
Het voortdurende debat over de zelfverrijking van topbestuurders of ondernemers, het integratieprobleem en de bedreigde identiteit van Nederland leidt tot de conclusie dat de maatschappelijke balans verstoord is. Over de oorzaak hiervan lopen de meningen uiteen. De globalisten van D66 en Groen Links wijten de verstoring aan de populistische invloed van Fortuyn, Verdonk of Wilders, die van Nederland een bange, gesloten samenleving hebben gemaakt. Maar ook worden verwijten geuit dat het neoliberale globalisme met een grenzeloze Europese uitbreiding de massamigratie heeft bevorderd, dat er een blind geloof is in marktwerking en de kenniseconomie, dat de verzorgingsstaat is uitgekleed en dat bij de bancaire crisis niet tijdig en goed is ingegrepen. Aan de ene kant zijn er winnaars die profiteren van globalisering door handig in te spelen op markt, innovatie en verplaatsing van productie naar lage loonlanden, en aan de andere kant de verliezers die de ontwikkelingen niet kunnen bijbenen, sociaal worden gedeclasseerd, en zich in de steek gelaten voelen. Bij hen ontwikkelen zich gevoelens van wrok en cynisme tegen de politiek en de kenniselite. De roep om Law and Order, om sterk leiderschap en de afkeer van buitenlanders is slechts een afgeleid gevolg van deze ontwikkeling.
De PvdA als brede sociale volkspartij
Als PvdA-ers hebben we gefaald om gewone mensen bij de grote veranderingen in onze samenleving het gevoel van rechtvaardigheid te geven, het gevoel dat men van ons als brede volkspartij op aan kan. De PvdA moet weer gaan staan voor gewone mensen. Politieke voortrekkers zoals Jeroen Dijsselbloem, Lilian Ploumen, Staf Depla, Co Verdaas, Jan Hamming etc., kunnen deze herbronningdiscussie van onderop uit de samenleving vorm geven. Zij kunnen zich onderscheiden door positief voorleven, dat wil zeggen dat ze het juiste voorbeeldgedrag vertonen. Je moet doen wat je zegt en zeggen wat je doet. Wij als betrouwbare voortrekkers in de samenleving hebben zorg voor gewone mensen, zij kunnen van ons op aan. Wij PvdA-ers zijn er voor gewone mensen en doen een sociaal en moreel appel op iedereen om zijn verantwoordelijkheid te nemen voor een gezonde gemeenschap, zodat we een sociaal vangnet kunnen bieden aan hen die niet of moeilijk in de huidige samenleving mee kunnen komen.