maandag 24 juni 2013

Uiteindelijk een goed bestemmingsplan Buitengebied


Jaren hebben we als PvdA aandacht gevraagd voor de oplopende kosten bij het komen tot een bestemmingsplan Buitengebied. Ook nu nog vinden we dat er orde op zaken gesteld moet worden bij de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling. Richting toekomst moeten we zorgen voor een structureel bemensde organisatie, met ambtenaren die mogelijkheden weten te creëren maar die ook in staat zijn duidelijke grenzen te trekken en te handelen in kaders. Maar nog belangrijker voor de moderne ambtenaar is, dat hij in staat is om in de spiegel te kijken en te leren van ervaringen om in de toekomst betere besluiten te nemen.
Er ligt nu een goed bestemmingsplan Buitengebied, met duidelijke kaders en grenzen voor de Intensieve Veehouderij. Daarbij zorgen bouwblokken op maat voor beheersbare uitbreidingsmogelijkheden. Er is verder ruimte gecreëerd voor nieuwe economische dragers, waaronder recreatieve poorten. Er is op een goede wijze aandacht besteed aan ons erfgoed. En ja hoor er komt nu, na lang aandringen van de PvdA, een WUBBO-commissie met vertegenwoordigers uit de samenleving die alle ontwikkelingen in het buitengebied zal volgen en van adviezen voorzien.
Tot slot is er met algemeen draagvlak vanuit de raad een generaal pardon afgegeven voor niet vergunde woonsituaties van voor 2002. Als PvdA hebben we hier de uitdrukkelijke wens aan gekoppeld dat er zowel ambtelijk, bestuurlijk als politiek in de spiegel gekeken moet worden en in de toekomst klare wijn geschonken moet worden, zodat illegaliteit niet meer wordt beloond.
Kortom, complimenten aan iedereen die aan deze moeilijke besluitvorming een bijdrage geleverd heeft, zeker ook aan de verantwoordelijk wethouder Machielsen.
 Ook deze week is er nog een belangrijke raadsvergadering, waarin de jaarrekening 2012 op het programma staat. We zijn als gemeente niet in staat om de begrote inkomsten en uitgaven enigszins in de buurt te laten komen van de gerealiseerde inkomsten en uitgaven.
Als raad hebben we geen zicht op de gerealiseerde personele bezuinigingen en we weten niet in welke mate dit door het college afgedekt wordt door het inhuren van dure externen. Met andere woorden, de vraag is of we zo niet van de regen in de drup komen.
Het komend jaar ligt er nog een duidelijke opdracht aan wethouder Evers in het verschiet, waar het gaat om de privatisering van de sportaccommodaties en het op orde krijgen van een duidelijke en dienstbare gemeentelijke organisatie in functie van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, Centrum Jeugd en Gezin en de nieuwe Participatiewet. Hoe helpen we als gemeente de samenleving het best haar kracht te benutten en de eigen problemen op te lossen?
Voor nu een prettige vakantie en in september laten we weer regelmatig van ons horen. Maar mocht je wat willen signaleren of een bijdrage willen leveren aan de Oirschotse politiek dan kun je altijd met ons contact opnemen.

Namens bestuur en fractie PvdA Oirschot De Beerzen

Henk van Rees, Afra Pronk en Raf Daenen 0646298931

maandag 3 juni 2013

“Over Sint Nicolaas en Zwarte Piet”


Financien en organisatie op  orde

Stelling van de Week: liever eerst alle reserves voor woningbouw opmaken pas dan de belasting met 2% extra verhogen?

Roepen als coalitie financiën op orde is leuk voor de Bühne. Nog leuker wordt het als er dan nog een voorstel gelanceerd wordt  waarbij de OZB niet verhoogd. We zijn in het gemeentehuis al 3 jaar orde op zaken aan het stellen, de organisatie burgergericht te maken, de hete aardappel van participatie en zelfwerkzaamheid vooruit te schuiven. Maar de kerntaken discussies wordt door deze coalitie toch maar het liefst overgelaten aan de volgende coalitie.
Om de decentralisaties (Centrum Jeugd en Gezin, WMO en Participatie) een kans van slagen te geven Gaan we als PvdA dan maar samen met de wethouder  inhoud en vorm geven aan participatie en zelfwerkzaamheid.
Iedere coalitie die iets wil met organisatie ontwikkeling en financiën geeft door het nemen van politiek bestuurlijke verantwoordelijkheid zelf inhoud  aan deze verantwoordelijkheden. De huidige coalitie van D66, VVD, CDA en GM laat dit liever over aan de burgemeester. Zodat de wethouders de handen vrij hebben om cadeautjes uit De POT van het woningbedrijf uit te delen?
De laatste 2 jaar is al 8 milj. Opgegaan aan, Bestemmingsplan Buitengebied, Wegen, organisatie ontwikkeling en privatisering. De enige echte uitgave waar we als PvdA achter staan is het miljoen voor starterleningen.
Als PvdA willen we duidelijk zijn hoe we sturing willen geven aan de gemeentelijke organisatie. Structurele middelen voor structurele uitgaven. Als de waan van de dag de politiek keuzes bepalen, zal de organisatie nooit in controle komen. Dus duidelijk aangeven wat we als gemeente wel en wat we niet doen en wat dat dan voor kosten meebrengt en hoe burgers zelf dingen kunnen doen zodat de belastingen laag blijven en de gemeentelijke organisatie slank en kundig.
Elke ambtenaar moet handelen ten dienste van de gemeenschap. Interesse in wat burgers zelf doen, activeren en ondersteunen is waar het om gaat.
Geen clientalisme maar ook geen onnodige beren op de weg plaatsen. Wij houden ons aan vastgestelde kaders. Wat ons betreft was het Bestemmingsplan buitengebied het schoolvoorbeeld van hoe het niet moet. Iedere burger, ondernemer en adviseur moet weten dat kaders, kaders zijn en dat aanvragen die hier bewust over heen gaan niet behandeld worden.
Als PvdA geven we liever een miljoen uit om verenigingen te ondersteunen op weg naar privatisering dan weer een miljoen besteden aan het vullen van gaten door ondoordachte bezuinigingen op de organisatie. Maar om de begroting structureel op orde te krijgen zullen we bij beide er strak in moeten zitten. Het Fonds fysieke en sociale leefbaarheid (Reserves woningbedrijf) is geen gaten vullend pot zelfs niet voor de wegen. Daarom hebben we als PvdA aangegeven dat de laatste 4 miljoen het beste maar weggezet konden worden voor echte concrete activiteiten in Spoordonk, de Beerzen en kern Oirschot.

U mag zelf bepalen wie Zwarte Piet is en wie Sint Nicolaas, wij als PvdA doen aan maatschappelijke investeringen die de samenleving ten goede komen en burgers helpen eigen verantwoordelijkheid te nemen. Denk je er ook zo over dan ben je welkom bij de PvdA Oirschot de Beerzen,
Raf Daenen 0646298931

vrijdag 17 mei 2013

Als je bij een actieve en positieve club wilt horen


Stelling: 3 miljoen besteden van de verkoop van het woningbedrijf aan onderhoud wegen is een goede keus

Geen woorden maar daden

Als PvdA zijn we meer dan ooit gedreven ons in te zetten voor een gezonde en actieve gemeenschap. Ook al nemen we niet deel aan de coalitie en het College van B&W, we staan niet zeurend aan de kant  maar nemen met visie en goede initiatieven het heft in handen.
Net als de andere partijen zijn we ons aan het voorbereiden op de verkiezingen. Als je bij een actieve en positieve club wilt horen is nu het moment om dit aan ons kenbaar te maken. Over 9 maanden is het zo ver.
In de raadsvergadering van 28 mei zal er eindelijk een krediet vrijgemaakt worden voor een veilig fietspad langs de Beerseweg, zodat de Beerse jeugd veiliger naar school kan gaan.
Het Regionaal Samenwerkingsverband Eindhoven (SRE), krijgt een andere opzet. Wij snappen niet dat het Oirschotse College ingestemd heeft met het schrappen van milieu en welzijnsactiviteiten uit het samenwerkingsprogramma. Zeker met de grote decentralisaties in het verschiet (Jeugdzorg, WMO, en Participatie) zou de Brainport regio in het kader van sociale duurzaamheid hier het voortouw in moeten nemen. Als PvdA zullen we een motie indienen om deze, in onze ogen foutieve keuze, hopelijk te kunnen herstellen.
Verder wil het College 3 miljoen uit de pot van de fysieke en sociale leefbaarheidsreserves graaien, lees reserves verkoop Woningbedrijf. Voor de PvdA is het nog enigszins acceptabel om 1miljoen achterstallig onderhoud van de wegen hieruit te financieren.
Deze coalitie en het College zijn al 3 jaar bezig orde op zaken te stellen en de tering naar de nering te zetten, niet dus. Intussen is de pot van het Woningbedrijf al voor de helft opgesoupeerd, maar de financiën en de organisatie zijn nog steeds niet op orde en afgeslankt. Wij als PvdA hebben veel moeite met het verstrekken van een extra krediet van 1 miljoen om de organisatie alsnog op orde te brengen. Als PvdA willen we eventueel ½ miljoen ter beschikking te stellen om de organisatie een kanteling naar de gemeenschap te laten maken. Burgers kunnen veel zelf doen, waardoor er echt bezuinigd word, maar dan moet de gemeentelijke organisatie echt geïnteresseerd zijn in de samenleving en haar activiteiten ondersteunen en stimuleren. Wij zien dit niet terug in het voorstel. Laat staan dat er dan iets van terecht komt.
Kortom er staan weer boeiende zaken te gebeuren die en uw portemonnee en het prettig samenleven beïnvloeden. Stop het zonder visie gaten dichten met de middelen die bedoeld zijn voor maatschappelijke voorzieningen. Wij als PvdA willen investeren in de samenleving, de gemeentelijke organisatie en  het besteden van de middelen moet hierop afgestemd zijn.
Onze fractievergadering vind plaats op 23 mei 2013 vanaf 20.00 uur in de Ramblaz aan de Barcelona. Denk en doe met ons mee. Je bent van harte welkom, hoe meer zielen hoe meer vreugd.
Namens PvdA Oirschot de Beerzen,
Raf Daenen 06-46298931

maandag 13 mei 2013

Hoe welzijn en zorg weer op de Rails te krijgen

Zonder grote investeringen in organisatie en overhead.
1.      De patiënt
Het gaat niet goed met de zorg, dat wordt in de media en door het beleid regelmatig geconstateerd. Maar wat mankeert de patiënt? Op het eerste gezicht zien we symptomen van verkramping, narcisme, ataxie (verlies van coördinatie en controle over ledematen), amputatie, verstopping en boulimie.
Verkramping zien we bij het terugtrekken binnen de eigen organisatie en het niet aan willen gaan van noodzakelijke samenwerkingsverbanden. In een aantal zorgorganisaties zijn bestaande routines bijna heilig en muren stevig en hoog. Men kan en durft nauwelijks over de grenzen van de eigen organisatie te denken. Soms is er ook sprake van narcisme, waarbij organisaties of hun managers menen dat zij de beste zijn en dat anderen zich naar de regels en gebruiken van hun organisatie moeten voegen. Andere organisaties mogen aanhaken op voorwaarde dat ze zich voegen naar de aanpak van de organisatie die zich het belangrijkst vindt.
Veel verschijnselen van ataxie zijn in de zorg te zien. De ene instelling weet niet wat de andere doet of kan. Soms wordt uit onwetendheid zonder noodzaak doorverwezen, soms naar de verkeerde instantie. Ook zijn er onderdelen van de zorg geamputeerd, blijkbaar met het idee dat het ledematen zijn die er minder toe doen. Zo is opbouwwerk als professie verdwenen, maatschappelijk werk is gemarginaliseerd. Een belangrijk probleem van onze patiënt zijn verstoppingen, tot in de haarvaten toe. Verzekeraars en inspectie eisen door hun bureaucratische procedures dat elke handeling en elk voorschrift in hun systeem kan worden geïdentificeerd. Huisartsen, apothekers, therapeuten, maatschappelijk werkers worden aan banden gelegd, door voorschriften over wat wel en niet mag. We zien dan ook dat onze patiënt nauwelijks nog vooruit komt. Anderzijds zien we verschijnselen van boulimie, wanneer grote instellingen dure middelen en apparatuur aan mogen schaffen, of bepaalde groepen van alles kunnen regelen.
Gelukkig zien we ook dat de patiënt op een aantal terreinen zijn best doet om gezonder te worden. Zo zijn er initiatieven om de zorg kleinschaliger en nabij te organiseren, denk aan zorgcoöperaties, buurtzorg, zelfzorg, mantelzorg, of het gebruik van nieuwe technologieën. Maar dat gaat vaak buiten de gestaalde kaders om.
2.      De diagnose
Er zijn dus veel signalen die er op wijzen dat het al met al niet goed gaat met onze patiënt. Hoe komt dat? Een belangrijk element is dat de zorg deels is vermarkt en gebureaucratiseerd. Vermarkting zou moeten leiden tot verbetering en besparing, maar daar is tot nu toe weinig van gebleken. Wel zien we effecten zoals verzuiling, doorspecialisering en op een aantal terreinen verspilling. Dat komt omdat gezondheid een kostbaar goed is, dat ook nog eens manipuleerbaar is. De aanbieders kunnen hun product bijna eindeloos diversifiëren en modificeren, en de vragers hebben vaak te weinig kennis en inzicht om te weten wat voor henzelf nodig en nuttig is. Ze staan in een afhankelijkheidsrelatie ten opzichte van de aanbieders, en daardoor is van een echte vrije markt geen sprake. Als zich dan partijen aandienen die gericht zijn op het maken van winst, krijgen ze veel mogelijkheden in de schoot geworpen, omdat er gemakkelijk kan worden gemanipuleerd. Vermarkting leidt vaak tot meer kosten aan de top van de piramide van zorgorganisaties en bezuiniging aan de onderkant, waar het uitvoerend werk plaatsvindt.
Gezegd moet worden dat de markt niet helemaal vrij is. De overheid houdt toezicht, er wordt gewerkt met vormen van Publiek-Private Samenwerkingsverbanden en voor het betreden van de zorgmarkt zijn er allerlei aanbestedingsregels. Die regels leiden er overigens toe dat bij beoordeling niet altijd de kwaliteit voorop staat, en dat kleinere spelers in het veld van zorgverlening vaak worden vermalen door de grote spelers.
De bureaucratisering van de zorg, die deels door zorgverzekeraars en deels door de rijksoverheid zelf in het leven is geroepen om de kostenkant te beheersen, heeft tot gevolg dat er veel tijd en geld gaat zitten in het invoeren, verwerken en controleren van formulieren. Zoals bekend is overgegaan op de zorgzwaartebekostiging, waarbij per patiënt wordt bekeken welke zorg deze behoeft, en waarbij zoveel mogelijk thuis zorg wordt geboden. Dit laatste is in een aantal gevallen zeker te prefereren, maar het leidt ook tot meer formulieren, van indicatiestelling tot behandelingsplan en verantwoording daarvan.
Een ander gevolg van de bureaucratisering is dat niet reguliere behandelingen of onbekende zorgvragen buiten de boot vallen, want daar bestaat geen formulier voor. Niet iedereen krijgt daardoor wat hij of zij nodig zou hebben. En onmondige patiënten hebben vaak het nakijken, omdat ze niet precies de weg weten in alle ingewikkelde procedures die een bureaucratische werkwijze met zich meebrengt.
Daarnaast moeten we ook niet uit het oog verliezen dat met de toenemende vergrijzing de zorgbehoefte feitelijk toeneemt, en daarmee de kans dat de zorgkosten stijgen. De zorgbehoefte neemt niet alleen onder de ouderen toe, maar onder alle maatschappelijke groepen. Enerzijds omdat we gemiddeld ongezonder zijn gaan leven, en anderzijds omdat we steeds hogere eisen aan de zorg stellen, om aan onze fysieke en geestelijke wensen en verlangens tegemoet te komen. De toenemende individualisering heeft er toe geleid dat we bij problemen niet zo gauw een beroep doen op het ons omringende sociale vangnet, maar eerder professionele zorg vragen. Dat deze zorg meer kost is evident, maar of het ook betere resultaten voor de cliënt oplevert is maar zeer de vraag.
3.      Het behandelingsplan en de therapie
Wat kunnen we doen? Om dat te weten is het handig om met goede raadgevers van gedachten te wisselen. Dat is gebeurd door een website te openen waarop ervaringsdeskundigen, beleidsmakers, onderzoekers kunnen reageren op de vraag hoe we de zorg beter kunnen organiseren. Een van de belangrijkste behandelingsplannen die werden voorgesteld was het verminderen van de bureaucratie, die in onze patiënt zoveel verstoppingen teweeg brengt.
Dat moet integraal gebeuren, van nationaal tot lokaal niveau. Hoe krijgen we dat voor elkaar? Daarvoor moet er organischer worden georganiseerd, dat wil zeggen in horizontale en verticale samenhang. Sommige zorgzaken moeten op regionaal, provinciaal of zelfs nationaal niveau worden geregeld; te denken valt aan specifieke behandelingen voor ziektes of handicaps die zeldzaam zijn. Maar heel veel zorgzaken kunnen op lokaal niveau worden geregeld, waarbij het belangrijk is dat verschillende stakeholders samenwerken; huisarts, maatschappelijk werk, fysiotherapie, apotheker, wijkverpleging, remedial teachers, enz. Samenwerken betekent niet alleen bestandjes uitwisselen, maar ook met elkaar overleggen over welke zorg voor wie het meest geschikt is. Soms op individueel niveau, vaak op het niveau van groepen.
Een tweede belangrijk aandachtspunt is dat de overheden en de burgers zelf op de juiste wijze de regie (weer) in handen moeten nemen. Privatisering van zorg als mantra is niet de juiste weg, dat heeft de empirie inmiddels wel aangetoond. Overheden hebben tot nu toe vooral op processen gestuurd, maar zouden weer aan inhoud van zorg moeten werken: wat speelt er in onze gemeente, regio, provincie, land, hoe kunnen we de behoeften en vragen van onze burgers duiden, en hoe kunnen we daar het best op inspelen? Waar versterken we de eigen kracht van de burger, en waar moeten we zelf zorg organiseren en uitvoeren? Op de keeper beschouwd blijkt dat veel meer aan de eigen kracht van burgers kan worden overgelaten dan we nu vaak denken en doen, mits de overheid daarvoor de goede condities schept. Daarvoor moeten inhoudelijke professionals er weer op af, in de buurten zelf zaken constateren, regelen en organiseren in communities, geruggensteund door betrokken politici.
Zaken die burgers zelf niet kunnen opvangen moeten op het juiste niveau worden geregeld door de overheid. Daarvoor kunnen kaders worden opgesteld, die niet helemaal worden dichtgetimmerd met regeltjes en verantwoordingsformulieren. Veel kan worden overgelaten aan goed opgeleide professionals, zeker als deze samenwerken, het punt dat we zo-even al hebben genoemd.
Het derde aandachtspunt is de versterking van de preventieve sector, van voorlichting en educatie over gezondheid en goed samenleven tot adequate eerstelijnsopvang. Door mensen in hun levensloop voor te bereiden op de fasen waar ze door heengaan en daar goede handreikingen voor te bieden, kunnen we veel ellende voorkomen.
Als laatste aandachtspunt is genoemd een zinvol en verstandig gebruik van nieuwe technologieën, die niet in de plaats komen van menselijk contact, maar wel aanvullend kunnen zijn. Gerontechnologie is er een voorbeeld van.
4.      Nabehandelen noodzakelijk
Het is duidelijk dat in een maatschappij die voortdurend in beweging is, de vinger aan de pols moet worden gehouden. Er is niet één systeem dat blijvend goed is, en daarom moeten regelmatige check-ups worden ingebouwd. Daarbij moeten we transparant en open kunnen zijn, omdat we elkaar niet willen afrekenen op wat er verkeerd gaat of verkeerd kan gaan, maar omdat we willen leren om tot verdere verbeteringen te komen. Alleen dan houden we onze potentiële patiënt gezond, fit en actief. Wij noemen dit overheidsparticipatie, weten wat er gebeurd en waar de potenties liggen en pas in beweging komen als het echt nodig is.

Willem Vermeulen psycholoog
Raf Daenen docent maatschappelijke ontwikkeling in zorg en welzijn
Auteurs van het boek "Perspectief op een  maatschappij in crisis" Boom Lemma, 2012

 

 

vrijdag 26 april 2013

wie zoekt mee naar een participerende overheid en verantwoordelijke burgers en professionals.



Oude wijn in nieuwe zakken: of daadwerkelijk investeren in overheidsparticipatie en een actieve gemeenschap.

Managers zijn nog steeds Tayloriaans geschoold en van weinig managers hebben we iets te verwachten als het gaat om nieuwe activerende samenwerkingsconcepten. Sowieso is het de vraag of de huidige organisaties van welzijn en zorg de geëigende organisaties zullen zijn richting toekomst. Het organiseren van netwerken is nog maar aan weinige van de huidige organisaties besteed. Het durven en kunnen denken over de grenzen van de eigen organisatie heen vind maar zelden plaats. Het is gebruikelijk elkaar in een verhevigde concurrentie vliegen af te vangen. Men wil wel samenwerken met anderen als men zelf in het centrum van de macht kan blijven. In deze context worden dan ook veel innovatieve krachten van de werkvloer de nek om gedraaid. Toch krijgt de werkvloer in de breedte van zorg en welzijn steeds meer een hbo –niveau en is bereid en geschoold om nieuwe oplossingen aan te dragen. Jongere Hbo’ers zijn over het algemeen niet zo veel eisen richting toekomst en bereids om enig risico te nemen in functie van hun beroep. Pas wanneer ze regelmatig gefrustreerd worden en het eigen bestaan vraagt om wat meer zekerheid is er sprake van enige verkramping en zoeken naar zekerheid. We kunnen stellen dat de huidige organisaties en hun managers in welzijn en zorg de verkramping in de organisatie verankeren. De regie rol van de gemeente is ook niet je dat, ambtenaren zijn erg juridisch georiënteerd en op verantwoording gefocust. De verwachting dat gemeentelijke organisaties het initiatief nemen in maatschappelijke vernieuwing en het burgers helpen weer verantwoordelijk te worden voor de eigen omgeving lijkt meer op een utopie. Als er vanuit een gemeentelijke organisatie activiteiten richting samenleving plaats vinden is dit zelden verfrissend aansluiten op de kracht van de samenleving. Ambtenaren wonen het liefst niet in de gemeente waar ze werken, laat staan dat ze vanuit eigen beweging aansluiten bij maatschappelijke activiteiten.

DE thuiszorg is kapot aanbesteed, buurtzorg weet voor als nog de dans te ontspringen maar wordt in sneltrein vaart in gezogen binnen de bestaande aanbestedingen en verantwoordingskaders. Het maatschappelijk werk qua professie de bij uitstek geschikte poortwachters van de WMO, is gemarginaliseerd tot een aantal specialismen als schuldhulpverlening, relatie therapie, taakgerichte hulpverlening. Jongerenwerk en jeugdwerk zijn zoekende in een nieuwe ordening van een centrum jeugd en gezin. Aan opbouwwerk is er meer dan ooit behoefte maar het is als professie van de aard bodem verdwenen. RIBW’ s zijn in veel gevallen mini psychiatrische inrichtingen die met het terug brengen van zorg zwaartepakket 3 en 4 richting WMO en immens groot bolwerk dreigen te worden van isolement en eenzaamheid. De Geestelijke Gezondheidszorg heeft zich de laatste jaren op allerlei specialismen gericht echter de kwetsbare gek zit in opvang huizen zwerft op straat of is verzeild geraakt in een gevangenis. De huisarts de voormalige spin in het web verzuipt in hand en spant diensten verstrikt in een bureaucratisch web van indicaties controle en verantwoording, weinig tot geen grip op de 2de lijn en specialismen niet bevoegd om te indiceren, geen tijd om in netwerken te participeren. Het indiceren en registreren aangedreven door semi marktgerichte verzekeraars, kampioenen in het fragmenteren en bureaucratiseren,

Kortom de wereld op zijn kop. Allemaal koninkrijkjes die met alles en iedereen samen willen werken vanuit een eigen werkelijkheid. Toen was er behoefte aan eigen kracht en een participerende overheid met dienstbare netwerkverbanden waar mens en samenleven centraal staan en een beetje beter van worden. Op zoek naar een participerende overheid en verantwoordelijke burgers en professionals.

maandag 15 april 2013

De Decentralisaties de Baas


Wet Maatschappelijke Ondersteuning, Jeugd Zorg, Participatie Wet
Gemeenten spelen de komende jaren een cruciale rol bij de drie decentralisaties. Daarnaast  heeft de gemeente een opgave in het ombuigen van de bedreigingen die de crisis met zich meebrengt, naar kansen voor kwetsbare burgers en voor de samenleving als geheel. Dit vraagt om een stevige regie van gemeenten.

Droombeeld of werkelijkheid
Oirschot investeert al een aantal jaren in een lokale en integrale aanpak van kwetsbare burgers. We investeren in vroegtijdige ondersteuning van burgers op wijk- en dorpsniveau door middel van samenwerking met lokale organisaties, cliëntvertegenwoordigers, woningcorporatie, lokale ondernemers en particuliere initiatieven. Ook realiseren we projecten waarbij burgers zich actief inzetten in hun eigen woonomgeving. We vorderen in onze aanpak en boeken langzaam maar zeker resultaten in het verbinden van de sociale vraagstukken samen met professionals en vrijwilligers. Zo blijft Oirschot een bloeiende en dynamische gemeenschap waarin veel burgers een actieve rol hebben.

Landelijke maatregelen en de effecten voor onze gemeente
Het participatiebudget en de algemene uitkering staan onder druk. De Werkdeel- en Educatiebudgetten zijn meer dan gehalveerd in enkele jaren tijd. We moeten de instroom en het voorzieningenniveau drastisch beperken, terwijl het aantal aanvragen (werkzoekenden, schulden, huishoudens met problemen) toeneemt en naar verwachting de komende jaren zal blijven groeien. De invoering van de Participatiewet gaat eveneens gepaard met fikse kortingen. Het toekomstperspectief is niet rooskleurig. Naast bezuinigingen belemmeren onnodige regels het maatschappelijk ondernemerschap van gemeenten en organisaties. Budgetten en overheidshandelen zijn aan zoveel (aanbestedings)regels gebonden dat we worstelen om maatschappelijke projecten succesvol te organiseren en de uitvoering duurzaam in te richten met lokaal verankerde organisaties.
Het effect van de opeenstapeling van rechtmatigheidsregels en verantwoordingseisen is dat we onze beschikbare tijd en energie (=geld) moeten investeren in verdiepen, voorbereiden, afstemmen, toetsen, bijstellen, verantwoorden van contracten, maatschappelijke projecten en initiatieven. We kunnen op ieder moment verrast worden met informatie die onze plannen blokkeert omdat er weer nieuwe regels zijn die de voortgang verhinderen. De risico’s zijn vaak te groot om dan toch door te zetten. Ondernemerschap en creativiteit ontwikkelen (en de risico’s nemen die daarbij horen) is haast een onmogelijke opgave, terwijl we die competenties juist nodig hebben om –ondanks de crisis- te werken aan participatie en zelfredzaamheid van onze meest kwetsbare inwoners.
Samenvattend : Het effect van langdurige bezuinigingen is dat we de kwetsbare burgers onvoldoende perspectief bieden op een zelfstandige bestaanszekerheid. We kunnen de schade beperken door nu te investeren in deze doelgroep. Doen we dat niet, dan betalen we op de lange termijn het gelag.

Wilt je met ons meepraten dan ben je welkom op onze fractievergadering op donderdag 18 april om 20u in de Kemphaan te Middelbeers, Mea de laat, fractiespecialiste decentralisaties PvdA Oirschot

woensdag 10 april 2013

Sociaal gezicht van Brainport

OPINIE -
Ondanks alle mooie woorden van onze bestuurders – 'Brainport, de Europese topregio waar het goed wonen, werken en recreëren is' – worden we als lokale politiek geconfronteerd met een persbericht waarin met geen woord gerept wordt over het sociaal beleid in de regio. Dat moet maar in subregionaal verband opgepakt worden. Als lokale politicus vraag ik me af hoe dit besluit tot stand gekomen is?
Net nu er in het kader van de grote decentralisaties behoefte is aan regionale afstemming van welzijn, arbeid, jeugd en zorg (WMO, CJG en Participatiewet) laten onze bestuurders het na om de onderlinge afstemming op het sociale domein binnen het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE) goed en blijvend te regelen. Maatschappelijke opvang, GGZ, verslavingszorg, specialistische jeugdzorg en voorzieningen voor mensen met een beperking, het zijn allemaal voorzieningen die minstens regionaal geregeld moeten worden. Waarschijnlijk nog belangrijker is het om de arbeidsparticipatie goed te verankeren. Brainport, de kennisregio waar arbeid de motor van de economie is, verzuimt om een platform in stand te houden op basis waarvan we met elkaar kunnen nadenken over een optimale afstemming van vraag en aanbod, gegeven een nieuwe landelijke sociale agenda. Hoe anders was dit vier jaar geleden met onze regionale maar ook landelijke voortrekkers op het gebied van sociaal beleid – Mittendorf, Bisschops en Don. De kwaliteit van een innovatieve samenleving is recht evenredig met de kwaliteit van haar sociale infrastructuur. Er is een wereld te winnen. Het is nog niet te laat om deze weeffout te herstellen, dus bij deze nodig ik alle bestuurders met lef en een sociaal hart uit om deze blunder voor mens en samenleving te herstellen. Zodat we onze brains gevoed weten door een sociale regio waar we trots zijn op hoe er samengewerkt wordt aan samenleven.
Raf Daenen fractievoorzitter PvdA Oirschot