vrijdag 14 december 2012

Dagelijks berichten over graaiers, draaiers en korte lontjes


Perspectief op een maatschappij in crisis
Raf Daenen & Willem Vermeulen
978-90-5931-769-7
2012, 113 pagina’s
€ 14,50


De kranten staan vol met nieuws over de economische crisis: we moeten nog meer gaan bezuinigen en inleveren. In schril contrast hiermee zijn er ook dagelijks berichten over graaiers en draaiers in onze samenleving. Denk aan Amarantis, Armstrong, Stapel, de banken, instanties in de zorgverlening, woningcorporaties en korte lontjes op de velden. Tevens lijkt vanuit het beleid de boodschap te komen dat burgers zelf verantwoordelijk zijn voor goed samenleven en voor het eigen welzijn. Zo kan de Wet maatschappelijke ondersteuning worden geïnterpreteerd. Door deze ontwikkelingen gaan veel mensen zich onzeker voelen of ze voelen zich in de steek gelaten. Deze mensen gaan zich afkeren van maatschappij en politiek of op extreme politieke partijen stemmen. Ook constateren we gebrek aan structuur in beleid en opvoeding, wat kan leiden tot mensen die impulsief op elke prikkel reageren, en daartoe bieden moderne media alle gelegenheid.

In het boek
Perspectief op een maatschappij in crisis wordt het standpunt gehuldigd dat het noodzakelijk is om structuur aan te brengen en mensen en organisaties aan te spreken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Mensen hebben behoefte aan steun en positieve communicatie enerzijds, en duidelijke doelen, kaders en toezicht anderzijds. Dit is nodig om tegenwicht te bieden aan een voortdurend bewegende spektakelmaatschappij, en om het risico te verminderen van handelen uit eigenbelang, van een overdreven zelfbeeld, en van het niet kunnen omgaan met teleurstellingen.

Gelukkig zijn er in de kleine wereld nog genoeg voorbeelden van goede initiatieven, waarbij burgers opkomen voor zwakkeren in de samenleving. Zulke initiatieven kunnen zich als een olievlek uitbreiden en de samenhang in gemeenschappen versterken. Dit verdient ondersteuning vanuit de grote wereld, waarin niet alle aandacht uit moet gaan naar economie en financiën, maar juist geïnvesteerd moet worden in het verbeteren van de kwaliteit van samenleven. Maatschappelijke sleutelfiguren zouden hier het voortouw moeten nemen en het goede voorbeeld geven, en maatschappelijke professionals zouden de creatieve confrontatie moeten aangaan, en niet alleen vanuit protocollaire verantwoording handelen.

Voor meer informatie, contact met de auteurs of het aanvragen van een recensie-exemplaar mailt u naar info@boomlemma.nl. 0646298931

zondag 9 december 2012

Voorleven, samenwerken, samenleven, samenleren


Van beheersen naar faciliteren en voorleven

V.l.n.r. Frans Verouden, Harrie van Hoof, Ellen Visser,
Raf Daenen en Ed van de Voort

Middelbeers is een kleine kern in de gemeente Oirschot. Hoewel ik geen geboren en getogen Beerzenaar ben, voel ik me meer dan thuis in de gemeenschap.

Een van de redenen daarvoor is dat we hier op een mooie manier levendigheid en leefbaarheid organiseren. We doen dat met zo weinig mogelijk structuur, in wisselende samenstellingen, op basis van het samenbrengen van talenten en gedrevenheid. Organiseren gaat hier organisch.

Afgelopen jaren resulteerde dat onder andere in de organisatie van unieke culturele evenementen, zoals het Eerste Internationale Nachtburgemeesterscongres, het Hartje Zomer Festijn en de speelfilm In naam van de vader. Allemaal producties waaraan vele dorpsgenoten een steen of steentje hebben bijgedragen. Cultuur is een krachtige katalysator om ook andere doelen te bereiken. Samenhang, plezier, opvoeding. Zo proberen we met de Beerse Jutkampioenschappen de jeugd bewust te maken van het vele zwerfafval in de omgeving. Niet met het wijsvingertje, maar met een leuke activiteit.

Gisteren kwamen we met enkele bevlogen kartrekkers uit het dorp bij elkaar bij Raf Daenen, met Willem Vermeulen auteur van het boek 'Perspectief op een samenleving in crisis'. Op tafel een brunch én twee vragen: hoe zouden we andere gemeenschappen kunnen inspireren met onze ervaringen en hoe zouden we onze energie nog doelgerichter kunnen inzetten voor het beantwoorden van de grotere vragen die momenteel op ons afkomen?

Die grote vragen hebben te maken met de crisis, of beter gezegd: met de onderliggende transitie die onze samenleving doormaakt. Het oude systeem (de industriële samenleving) is niet meer te handhaven. De overheid wil de burger en organisaties willen hun medewerkers activeren. Meedoen, écht samen leven, échte waarde creëren en verantwoordelijkheid nemen, daar gaat het om!

Wie mee wil doen wordt echter al snel geconfronteerd met de vertegenwoordigers van het oude systeem die niet alleen vastzitten in het paradigma van meten, beheersen, aansturen, regels en protocollen, maar zich hierin zelfs nog sterker lijken vast te bijten. Uit angst, uit verantwoordelijkheidsgevoel. Dat werkt contraproductief, ontmoedigend voor al die mooie initiatieven van onderop. Niet dat die daardoor allemaal verloren gaan. Ik zie steeds meer groeperingen die de traditionele structuren succesvol weten te omzeilen. Met een knipoog zou je dit neo-anarchisme kunnen noemen: niet het afzetten tegen de macht (anarchisme) als leidraad, maar 'de macht' negeren om de dingen te doen die je belangrijk vindt.

Wat zouden organisaties en de overheid dan wel kunnen doen om burgers en medewerkers te activeren? Het begint bij drempels wegnemen, faciliteren en ruimte geven. Wie een positieve verandering voorstaat kan daarnaast vooral veel bereiken door 'voorleven'. Voorleven is een mooi Nederlands woord voor 'practice what you preach'. Laat als leider, als leidinggevende, als opvoeder in je doen en laten zien waar je voor staat. Of met de wijze woorden van Mahatma Ghandi: 'Be the change thant you wish to see in the world'.

Terug naar een kleine gemeenschap en de vragen die op tafel lagen. Met de voorbeelden uit het boek van Raf en Willem en het online delen van ervaringen en kennis kunnen we inspireren. Daar hoort altijd een 'disclaimer' bij: wat in de ene situatie werkt, hoeft dat niet te doen in een andere situatie. We blaten liever niet als marketeers over het 'Beers model'...

Wat betreft het doelgerichter inzetten van de energie denk ik er vooral aan nog meer te gaan doen met de kracht van de ontmoeting, juist tussen mensen die elkaar normaal gesproken niet zo gemakkelijk ontmoeten. Daar ontstaat innovatie en wederzijds begrip. Beide zijn keihard nodig. We hebben vernieuwende antwoorden nodig. En we zijn meer dan ooit én in toenemende mate afhankelijk van elkaar.

Mede geïnspireerd door de column 'Afdwingen' van Edwin de Bree.

Geplaatst door Erno Mijland op 11:58

dinsdag 4 december 2012

Resultaten uit het verleden vragen nieuwe investeringen in de Toekomst van Huijgevoort

De laatste 10 jaar was het beleid in Oirschot m.b.t. Intensieve Veehouderij, “zo groot en zo veel mogelijk”.


Afgelopen dinsdag hebben we in wijsheid en in het kader van leefbaarheid en gezondheid hier een duidelijk punt achter gezet. Nieuw beleid gebaseerd op de uitgangspunten van de commissie van Doorn. Heel Brabant keek nieuwsgierig en met bewondering of Oirschot het lef had om schoon schip te maken met het verleden. Bewoners en veehouders hebben samen een convenant afgesloten, waarbij de mogelijkheden en beperkingen m.b.t. Intensieve Veehouderij in het gebied Huijgevoort, vastgelegd werden. Provincie en Gemeente doen samen een forse duit in het zakje om het leefklimaat op de Huijgevoort weer gezond te maken. Als PvdA staan we achter het voorstel van wethouder Machielsen, ook al kost ons dat ruim één miljoen euro. Er zijn eerder wel onzinnigere uitgaven gedaan. Wat te denken van het voorstel van de VVD om 13 miljoen af te schrijven op het Grond bedrijf i.p.v. mee te gaan met het PvdA voorstel om de bouwgronden goedkoper aan te bieden aan onze jeugd, zodat deze in eigen beheer betaalbare woningen kunnen bouwen.

Jammer dat de Oirschotse-VVD na de euforie van de verkiezingen verviel in angst voor het Oordeel van de Kiezer. De eigen wethouders Evers (VVD), Verhoeven (DGM/VVD), Gedeputeerde De Boer (VVD) en fractievoorzitter GS Geraerts (VVD) hadden nog wel het goede voorbeeld gegeven. We nemen het verlies en investeren in een gezonde toekomst voor Oirschot en Brabant.

Met het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied fase 2 is Oirschot een voorbeeld voor Provincie en het land hoe er met heldere kaders, dialoog en bouwblokken op maat  samengewerkt kan worden aan een leefbaar bestaan voor boeren en burgers in het buitengebied. De PvdA dankt iedereen die een bijdrage geleverd heeft aan deze haast niet oplosbare situatie.

 Op dit besluit voor een gezonde toekomst van Oirschot willen wij graag door U als kiezer afgerekend worden.

Namens PvdA Oirschot/ de Beerzen

Afra Pronk en Raf Daenen 06-46298931

 

donderdag 29 november 2012

Het nieuwe werken niet voor iedereen een vooruitgang


Mensen die behoefte hebben aan structuur, profiteren niet van ‘het nieuwe werken’. Meer eigen verantwoordelijkheid, thuis werken en flexibele werktijden motiveren hen niet extra en verbeteren hun creatieve prestaties evenmin. Dat blijkt uit onderzoek waarop psycholoog Marjette Slijkhuis op 29 maart 2012 promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Werkgevers kunnen met het nieuwe werken minder besparen dan ze denken.’

Het werkende leven verandert. In steeds meer organisaties bepaalt niet langer de leidinggevende waar of wanneer medewerkers werken, maar doen zij dit zelf. Deze verandering wordt wel aangeduid als ‘het nieuwe werken’. Door inzet van nieuwe (communicatie)technologie kunnen mensen een deel van hun werk thuis doen, op zelfgekozen werktijden. Veel werkgevers omarmen het nieuwe werken. Zij denken te kunnen bezuinigen en tegelijk aan de wensen van hun personeel tegemoet te komen. Maar zo eenvoudig is het niet, toont Slijkhuis aan.
Minder gemotiveerd
Slijkhuis enquêteerde honderden medewerkers uit de overheidssector, het onderwijs, de consultancy- en de technische sector. Slechts een deel van de werknemers profiteert van het nieuwe werken, zo laat haar onderzoek zien. Mensen met een geringe behoefte aan structuur geven aan dat zij extra gemotiveerd raken door de vrijheid en flexibiliteit van het nieuwe werken. Maar mensen met een grotere behoefte aan structuur raken niet extra gemotiveerd, en hun creatieve prestaties nemen niet toe. Slijkhuis: ‘Veel werkgevers denken dat íedereen op vrijheid en autonomie zit te wachten. Mijn onderzoek laat zien dat dat niet klopt.’
Liever een duidelijke chef
Het nieuwe werken verandert de manier waarop leidinggevenden feedback geven. Zij oefenen minder toezicht uit op de manier van werken, maar sturen vooral op de geboekte resultaten. Deze andere manier van leidinggeven werkt niet voor alle medewerkers even goed, zo blijkt uit een veldstudie. Mensen met een geringe behoefte aan structuur raken gedemotiveerd door controlerende praktijken van hun leidinggevende. Maar mensen die behoefte hebben aan structuur, stellen het juist op prijs wanneer hun werkwijze stap voor stap wordt gecontroleerd.
Jongeren niet autonomer
Opvallend is dat deze uitkomsten niet alleen gelden voor ouderen, maar ook voor jongeren. Slijkhuis: ‘Onze studie naar motivatie en feedbackstijl voerden we uit onder studenten. Er wordt vaak beweerd dat jongeren meer behoefte hebben aan vrijheid en autonomie dan ouderen, maar ook onder de studenten bleek een duidelijke groep behoefte te hebben aan een controlerende vorm van feedback.’
Minder besparen
Met haar onderzoek laat Slijkhuis zien dat het nieuwe werken niet voor iedereen een vooruitgang is. Werkgevers kunnen er dan ook minder mee besparen dan ze denken: sommige van hun werknemers zullen niet beter presteren. Maar ook werknemers moeten hun ideeën bijstellen. Slijkhuis: ‘Je hoort vaak dat iedereen zo zelfstandig en zo onafhankelijk mogelijk wil werken. Maar dat is niet zo. Sommige mensen hebben wel degelijk behoefte aan een leidinggevende die ze duidelijk vertelt wat ze moeten doen. Maar dat is niet eenvoudig om toe te geven.’

vrijdag 23 november 2012

Decentralisaties


Burgers zullen massaal gaan klagen

binnenlandsbestuur 23/11/2012

Decentralisatie, oorspronkelijk bedoeld om overheidstaken op het juiste niveau uit te laten voeren is zo langzamerhand de toverformule geworden om bezuinigingen van de nationale overheid af te wentelen op de decentrale overheden. Als decentralisatie tot ongelijkheid in verschillende regio’s of gemeenten leidt, dan schieten we het doel voorbij, want:
Jongeren in Leeuwarden of Westelbeers hebben recht op dezelfde ondersteuning en zorg.
Ouderen in Oirschot hebben recht op dezelfde voorzieningen als ouderen in Vaals.
Te ver doorgeschoten decentralisatie is de verkeerde strategie voor een belangrijke uitdaging. Die uitdaging is dat we burgers willen stimuleren om verantwoordelijkheid te nemen voor het samenleven dat binnen hun reikwijdte ligt.
Privatisering en concurrentie in de publieke sector is daarom niet de oplossing. Natuurlijk moet het stimuleren van zelforganisatie en het nemen van verantwoordelijkheid voor je omgeving dicht bij huis plaatsvinden. Maar wat constateren we? Bij de huidige wijze van decentralisatie komt de uitvoering nog verder van de burger af  te staan, want het resulteert in een opschaling en meer afstandelijkheid van UWV’s, ISD’s, jeugdzorg, enz.
Het succes van decentralisatie is afhankelijk van het samenspel tussen Rijk en gemeenten. Bij algemene beleidsdoelen, het stellen van kaders, en de belangrijkste sturingsmechanismen waaronder financiering, ligt de bal bij de landelijke overheid. De lokale organisatie en uitvoering komt voor rekening van de provincies en gemeenten.
Als alle voorzieningen op gemeenteniveau geregeld gaan worden dan leidt dit onvermijdelijk tot een grote diversiteit aan producten, kwaliteiten en procedures voor verstrekking. Dit blijft natuurlijk niet onopgemerkt, want burgers vernemen dat in de ene gemeente meer of andere voorzieningen mogelijk zijn dan in de andere gemeente. De media spelen hier graag op in, om aan te geven dat het systeem discriminerend werkt, en dat bepaalt de beeldvorming. Burgers zullen massaal gaan klagen als ze merken dat in de ene gemeente een betere voorziening tegen een lagere prijs wordt geleverd dan in de andere. Dergelijke signalen worden opgepikt door landelijke politici, die zich niet onbetuigd willen laten. In Kamerdebatten worden de decentrale overheden gelaakt, en om te laten zien dat men spierballen heeft, worden strikte uitvoeringsregels opgesteld en wordt meer controle geëist. De bureaucratische klaagsamenleving draait op volle toeren, zonder dat het probleem wezenlijk is aangepakt.
Hoe het anders en beter kan
De uitvoering van veel regelingen kan worden gedelegeerd. Landelijk moeten kaders voor verstrekking worden gesteld en in middelen worden voorzien. Ook moet nationaal worden geïnvesteerd in professionalisering die gericht is op zelforganisatie en het nemen van verantwoordelijkheid door burgers. De regionale en lokale overheden regisseren en controleren de uitvoering. Goed opgeleide professionals zorgen voor deskundige uitvoering dicht bij de burger. Verder moet duidelijk worden gemaakt wat de burger van de overheid kan verwachten en wat er van hem wordt gevraagd. Dan weet de burger waar hij aan toe is om in verantwoordelijkheid en zelforganisatie het goede voor elkaar te doen en daaraan zin te ontlenen.
Er worden geen oneigenlijke behoeftes geschapen en onnodige opschaling blijft achterwege.  Er kan gewerkt worden in kleine, weinig bureaucratische organisaties, die dienstbaarheid aan de samenleving als kernwaarde uitdragen.
Alles overziend zijn er twee grote uitdagingen. Een ligt bij de landelijke overheid die haar verantwoordelijkheid moet nemen voor de grote wereld en die op eerlijke wijze middelen en diensten moet verdelen en controleren. De andere uitdaging ligt bij de samenlevende burger die zijn verantwoordelijkheid voor de kleine wereld neemt of terugkrijgt. Met als verbindende factor de maatschappelijke professional die tot goed samenleven stimuleert en bij haperingen het juiste zetje weet te geven.

 

Raf Daenen en Willem Vermeulen, auteurs  van het boek “Perspectief op een maatschappij in crisis”.

 

maandag 19 november 2012

Regionale brandweer punt van zorg


Politieke Keuzes:

Vorig jaar hebben we ons als PvdA Oirschot tegen de stroom in uitgesproken voor de verankering van de brandweer.
Beetje bij beetje kan de opschaling haar negatieve consequenties laten zien. Wat te denken van een dag brandweerteam  van professionals en dat in de avond en nacht de vrijwilligers mogen opdraven.
Erger is nog dat de Veiligheidsregio in kader van bezuinigingen af wil van het duikteam. Dom, dom, dom, links of rechts om zal er publiek of privaat in nood situaties gedoken moeten worden. De kans dat er te laat actie ondernomen wordt is groot wanneer zaken uitbesteed worden. Uiteindelijk zal er als individuele gemeente toch betaald moeten worden voor geleverde diensten bij incidenten. En wat betekend het voor de brandweerman die aan de kant staat en achteraf moet zeggen we konden niets doen want de drenkeling lag verder dan 1,5 m uit de kant.
Vergelijkbaar is het stellen van prioriteiten bij de gemeentelijke taken. Het gaat er niet om dat we dingen niet meer doen maar dat we kijken hoe we het anders slimmer  en beter kunnen doen. Als PvdA vinden we dat we met uw hulp als burger dingen anders, goedkoper en beter kunnen uitvoeren.
Onderhoud van de  sportvelden kan een vereniging beter zelf uitvoeren  dan de gemeente. Schoon houden van de wijk en buurt (bv honden poep vrij) kan door bewoners  beter zelf ter hand genomen worden. In regio verband samen optrekken bij bestemmingsplannen, planning en  beheer van de openbare  ruimte,handhaving en vergunning kan professioneler en efficiënter. Ook zorg voor elkaar en opvoeding kan in samenspraak met de directe omgeving beter dicht bij huis gebeuren,  zeker wanneer er professionele ondersteuning dichtbij aanwezig is om op terug te vallen .
Kortom veel van de gemeentelijke verantwoordelijkheden kunnen in groter en kleiner verband in samenwerking met anderen beter gebeuren. Samenwerking om elkaar te versterken als antwoord op een onwenselijke gemeentelijke herindeling.
Ook bij het saneren of verplaatsen van een agrarisch bedrijf kunnen we terug vallen op het begrip samenwerken. Geen bergen met gemeenschapsgeld maar wel samen problemen oplossen. Buren, ondernemers, gemeente en provincie. En als we dan wat middelen vanuit de ruimte voor ruimte pot moeten vrij maken om de zaakjes haalbaar te maken dan doen we dat maar. Fouten besluiten uit het verleden herstellen in functie van de leefbaarheid moet dan maar.
Als PvdA nemen we onze verantwoordelijkheid, wie A zegt moet ook B doen.
 Wilt U met ons meepraten dan bent U op donderdag  22 november om 8u van harte welkom in de zadelmakerij te Oirschot
Namens PvdA Oirschot de Beerzen Raf Daenen 0646298931

woensdag 14 november 2012

Is er veel veranderd: Samenwerken aan samenleven

In deze tijd is een modern socialisme nodig


Raf Daenen: "De oplossingsrichting is samenwerken." foto Ton van de Meulenhof

Socialisme is niet meer van deze tijd. De Partij van de Arbeid heeft het niet voor niets moeilijk. In Nederland kan iedereen voor zichzelf opkomen en dus is er geen behoefte meer aan partijen die zich hard maken voor het algemeen belang.
Klopt dat? Nou, niet echt. Er gaat nog heel wat mis in de samenleving en er zijn steeds meer mensen die het hoofd niet boven water kunnen houden of in elk geval niet volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij.

Er is wel degelijk behoefte aan socialisme, maar dan wel een socialisme van deze tijd. De goede kenmerken van het socialisme van het verleden zullen dus moeten worden aangepast aan het heden.

En wat vraagt de tijd waarin we nu leven dan? In elk geval dat iedereen toegang heeft tot basisvoorzieningen als onderwijs, energie en water, zorg, vervoer, informatie. Dat klinkt logisch, maar is het nog wel zo vanzelfsprekend? In de ijver om te bezuinigen op dit soort voorzieningen, wordt veelal de marktwerking van stal gehaald. Die marktwerking kan positieve effecten hebben, maar er kleven ook risico's aan. Bijvoorbeeld het risico van verlies van professionele deskundigheid wanneer de aanbieder van thuiszorg die met de laagste offerte komt de opdracht krijgt, simpel omdat die aanbieder goedkoper is. Of het risico van het teruglopen van de kwaliteit van het onderwijs, omdat er zo hoognodig marktgericht geconcurreerd moet worden. Ook is er het risico dat diensten (informatie, energie) te duur worden, waardoor ze voor mensen met een smalle beurs nauwelijks nog te betalen zijn.

De samenleving bevindt zich op de top van de liberaliseringsgolf. Alles wordt uitgespeeld op het niveau van het individu en het incident. Het socialisme is een solidariteitsbeweging. Om het socialisme nieuw leven in te blazen, moeten er mensen opstaan die het lef hebben om de solidariteit weer centraal te stellen. Daarover wil ik de discussie aangaan. Binnen mijn eigen partij – bijvoorbeeld in het overleg dat de PvdA-wethouders in de regio eens in de drie maanden hebben – maar ook met een partij als de SP. Het is niet productief om elkaar vliegen af te vangen. De sociale kwestie en de onderliggende thema's zijn daarvoor te belangrijk.

Nijpende problemen vragen samenhangende oplossingen. Bijvoorbeeld de (dreigende) tekorten aan arbeidskrachten in onderwijs en zorg. Onvoldoende kwaliteit en capaciteit in die sectoren is daarvan het logische gevolg. Ook armoede in verschillende vormen (geen dak boven het hoofd, onvoldoende mogelijkheden om te kunnen deelnemen aan de samenleving, uitsluiting) is een probleem van deze tijd. De gevolgen daarvan zijn legio: geweld, criminaliteit, discriminatie, het gevoel van zinloosheid en zelfs fundamentalisme. Simpele oplossingen voor dergelijke problemen zijn er niet. Ik snap wel dat mensen in probleemwijken zich laten verleiden door de gemakkelijke standpunten van partijen als de PVV. Maar die bieden geen echte, samenhangende oplossingen voor uiteenlopende problemen. Wél bieden zij aan mensen die beducht zijn om overspoeld te worden door veranderingen, de kans om een 'tegenstem' uit te brengen.

Het socialisme moet weer de straat op en het gesprek aangaan met de burgers. Dat moet gebeuren zonder te vervallen in 'u vraagt, wij draaien'. Het antwoord op de problemen van deze tijd mag dan niet eenvoudig zijn, de oplossingsrichting is wél duidelijk: samenwerken. Samenwerking tussen burgers en tussen burgers en overheid.

Een overheid die burgers een belangrijke rol wil geven bij het oplossen van problemen, is er niet met het uitvaardigen van een wet die burgers daartoe verplicht. De overheid zal ook voorwaarden moeten scheppen. Op hun beurt dragen burgers niet bij aan oplossingen door voor zichzelf maximale vrijheid te wensen en vervolgens naar de overheid te wijzen wanneer er iets mis gaat.

Een modern socialisme kan de goede voorbeelden geven en juiste condities scheppen voor onderlinge samenwerking en voor optimale deelname van alle burgers aan de samenleving. De 'oude' kenmerken van het socialisme – gelijkheid, sociale rechtvaardigheid en solidariteit – passen uitstekend in de huidige tijd. Een wet als de WMO (Wet maatschappelijke ondersteuning) gedijt alleen bij zulke uitgangspunten. De WMO gaat ervan uit dat burgers voor zichzelf en elkaar zorgen en dat professionele hulp pas van toepassing is als er echt geen andere mogelijkheden zijn. Maar burgers gaan niet vanzelf voor elkaar zorgen. Daar moet de overheid hen voor uitnodigen en faciliteren.

Solidariteit en saamhorigheid zijn niet uit de samenleving verdwenen. Kijk maar eens in dorpen en stadswijken. Sportactiviteiten, verenigingsleven en de Zonnebloem draaien op vrijwilligers. Die krachten moet je aanspreken. Maar ook de politicus, de leraar, de zorgverlener en de huisarts moeten ergens voor staan. Door de bedrijfsmatige aanpak draait het tegenwoordig om productiviteit. Vijftien jaar geleden werkten in de thuiszorg teams die verantwoordelijk waren voor een dorp of een gedeelte van een stad. Toen was er betrokkenheid en bevlogenheid. In de economische processen van nu heerst een afrekencultuur. Ik wil de bevlogenheid terug. Daarvoor moeten bestuurders het gesprek aangaan met de burgers, duidelijke doelen stellen en als er afspraken gemaakt zijn ook zorgen dat die nagekomen worden. Modern socialisme mag geen nieuwe hype zijn, die weer overwaait.