vrijdag 18 oktober 2013


Is een gemeente voorbereid op haar nieuwe taken?
Nu gemeenten steeds meer uitvoeringstaken krijgen is een fundamentele bezinning nodig op de taken en verantwoordelijkheden van de overheden. Wat kan men van de overheid verwachten, en wat kan beter aan de samenleving, de burger en de markt worden overgelaten?
Over de rollen en taken van de overheid zijn in de loop der jaren verschillende standpunten ingenomen. De uitersten zijn dat de overheid alles voor haar burgers regelt en verzorgt van de wieg tot het graf, versus een minimale overheidsbemoeienis die slechts is gericht op het voorkomen van al te grote excessen. In ons land is steeds een compromis tussen deze uitersten gezocht. In het verleden werd er in de samenleving veel onderling geregeld. Ook waren er organisaties vanuit de kerk en de gegoede burgerij die een minimaal sociaal vangnet schiepen voor zieken en gebrekkigen. De overheid zorgde vooral voor de verdediging van het land, dijk- en polderbeheer, inning van belastingen en bestrijding van grote misstanden en misdaden. Het aantal departementen en rijksambtenaren was tot de Tweede Wereldoorlog tamelijk beperkt.
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog, met de opkomst van de verzorgingsstaat nam de overheid de regie in handen. Er ontstond een uitgebreid stelsel van onder meer uitkeringen, publieke gezondheidszorg, energievoorzieningen, huisvestingsfaciliteiten, vervoernetwerken, onderwijsfinanciering. Het gevolg was dat het aantal ambtenaren toenam tot 550.000 begin jaren tachtig van de vorige eeuw, en dat de overheden een aanzienlijk deel van het bruto nationaal product opsoupeerden, zo’n 60%Door economen werd gewaarschuwd voor de gevolgen van deze te grote uitgave, en aan het eind van de vorige eeuw werd de verzorgingsstaat ingrijpend veranderd. Er werd gedereguleerd en er werden taken naar de markt afgestoten, zoals zorg, huurwoningen, openbaar vervoer of energievoorziening, en het aantal ambtenaren nam af tot ruim 400.000. Daarmee heeft Nederland met Duitsland naar verhouding het minste aantal ambtenaren in de landen met een vergelijkbaar welvaartspeil in de Westerse wereld. Nu wordt nog 45% van het bruto nationaal productaan overheidstaken uitgegeven.
Toch vindt de rijksoverheid het nodig om nog verder op overheidstaken te bezuinigen. Dat gebeurt door het aantal ambtenaren verder te verminderen en door taken die eerder op nationaal niveau werden uitgevoerd te delegeren naar provinciaal of locaal niveau. Het idee is dat sectoren zoals de jeugdzorg, werk en inkomen, of zorg voor zieken en ouderen beter op locaal niveau kunnen worden geregeld, dat is minder bureaucratisch en goedkoper.
Maar wat merkt u als burger ervan? Er is al door verschillende burgergroepen geklaagd over het feit dat bepaalde zorgtaken of faciliteiten in de ene gemeente nog wel worden ondersteund, maar in de andere gemeente niet meer. Omdat gemeenten lang niet altijd veel extra middelen krijgen om de toegenomen taken uit te voeren, zullen gemeenten afwegingen moeten maken. Afhankelijk van de financiële ruimte die een gemeente nog heeft en van de politieke kleur van het college, zullen per gemeente verschillende accenten worden gelegd. In de ene gemeente wordt onderhoud van het openbaar groen aan burgers uitbesteed, in de andere wordt het verkocht, en een derde gemeente vervangt het groen door bestrating omdat dit goedkoper in onderhoud is.
De besluiten die over dit soort onderwerpen worden genomen moeten wel goed worden onderbouwd. Daarbij gaat het echt niet alleen om de vraag wat het goedkoopst is. Het gaat in principe om de vraag: “wat kunnen overheden beter regelen, en wat kan worden overgelaten aan de markt of aan de burgers onderling? Er zijn onvervreemdbare overheidstaken, zoals zorg dragen voor democratische besluitvorming, het maken en de uitvoering van wetten, het handhaven van de openbare orde, het bijdragen aan oplossingen voor grote maatschappelijke problemen, het bestrijden van ongelijkheid en het voorkomen van discriminatie, basisrechten van de mens en van het kind, het reguleren vanmarktontwikkelingen, het behartigen van belangen in internationaal verband, het sanctioneren van onmaatschappelijk gedrag, en het voortbrengen en verdelen van collectieve goederen. Ook vinden de meeste burgers dat de overheid moet zorgen voor een goede infrastructuurvoorwaarden moet scheppen voor goed onderwijs, sociale zekerheid, veiligheid en gezondheid, natuur, milieu, voedselvoorziening en huisvesting.
Maar moet in deze tijd van steeds machtiger burgernetwerken, de kracht van nieuwe media, en de toenemende individualisering, de overheid ook zaken regelen en financieren zoals sport, cultuur, verenigingsleven, buitenschoolse activiteiten voor de jeugd, enz.? We zullen in de toekomst zien dat daar in verschillende gemeenten verschillend mee omgegaan wordt. Maar gemeenten zullen taken niet zonder meer af mogen stoten. Er moet worden gezorgd voor een maatschappelijk fundament dat het mogelijk maakt dat burgers taken op een goede manier overnemen. De gemeente kan een faciliterende rol spelen door samenwerkingsverbanden met burgergroepen aan te gaan. Daarbij krijgt de overheid meer de rol van meewerkende partner dan van afstandelijke en paternalistische regelaar.  De burgers moeten leren dat zij zelf activiteiten kunnen organiseren, daar de verantwoordelijkheid voor nemen en daar ook plezier aan beleven, en er sterkere sociale verbanden door kunnen scheppen. Er zijn al verschillende voorbeelden van deze aanpak, zoals het Rotterdamse Opzoomer Mee project, dat een expertise- en servicecentrum voor bewonersinitiatieven beheert, en waaruit verschillende kleinschalige buurt- en wijkactiviteiten zijn voortgekomen.
Het kan dus wel, als in opvoeding en onderwijs genoeg aandacht en respect voor elkaar wordt bijgebracht, en als overheidsvertegenwoordigers deze houding ook uitdragen.
Willem Vermeulen psycholoog&Raf Daenen docent maatschappelijk ontwikkeling
auteurs ‘Perspectief op een maatschappij in crisisBoom/Lemma2012


Geen opmerkingen:

Een reactie posten